We dachten nog zo dat we rijk waren in Valverde

Spanje gaat morgen naar de stembus. De peilingen wijzen op een ruk naar centrum-rechts. Datzelfde gebeurde bij de raadsverkiezingen in Valverde, afgelopen mei. ‘Jongeren slaan de pagina van het bloedige verleden nu om.’

Terwijl Valverde del Camino nog slaapt, staat Julio Ortiz elke ochtend om 5 uur op om te werken. Gestoken in een fluorescerend uniform duwt hij zijn bezemwagen door de straten van het Zuid-Spaanse dorp. Bij dageraad veegt hij sinaasappels op die van de bomen zijn gevallen. Glazen en flessen die rondslingeren bij de hangplekken van de jeugd. Zwerfvuil rond het met palmen omzoomde dorpsplein. Het is fysiek zwaar werk voor een 53-jarige. Maar als hij tegen het middaguur klaar is, begint Ortiz’ werkdag pas. Dan gaat hij scharrelen in de zwarte economie. Werk waar hij wél wat mee verdient. Julio Ortiz is namelijk in dienst van de gemeente met 12.000 inwoners. En die heeft geen geld meer.

De gemeente zit diep in de schulden. Sinds het uiteenspatten van de Spaanse vastgoedzeepbel en de eurocrisis die daarop volgde, wil niemand haar nog geld lenen. Het geld voor dit jaar was in juni al op. Honderden dorpelingen op de loonlijst van de gemeente hebben nog vijf maandsalarissen tegoed.

Ortiz en zijn vrouw teren in op hun spaargeld en klussen bij door regelmatig op een bejaarde buurtgenoot te passen. En terwijl sommige ambtenaren uit protest thuisblijven, blijft Ortiz gewoon bij de gemeente doorwerken. Hij is een vaste inhuurkracht die, anders dan een volwaardige ambtenaar, ontslagen kan worden. „Ik kan me niet veroorloven dit baantje kwijt te raken. Als ze een noodkrediet hebben geregeld bij de regioregering of de staat, betalen ze me ineens wel een maand uit”, vertelt hij. „En waar kan ik nu nieuw werk vinden?”

Niet alleen bij de gemeente, ook bij lokale ondernemers is het geld op. Tientallen bedrijven uit het dorp leverden diensten en goederen aan de gemeente en wachten vaak al langer dan een jaar, soms jaren, op betaling van hun facturen. Het heeft een kettingreactie van wanbetaling en faillissementsaanvragen in gang gezet. Het laatste krediet is uit Valverde del Camino weggezogen.

In Griekenland en Italië leidde de eurocrisis tot chaotische wisselingen van de wacht. Onder druk van de markten en Europa moest de gekozen regering plaatsmaken voor benoemde technocraten. En ook in Spanje zal de eurocrisis leiden tot een machtswisseling, zij het dat deze zich via de stembus zal voltrekken. Morgen zijn er parlementsverkiezingen. Vanwege de crisis zijn ze vervroegd.

Feodaal Tijdperk

Spanje staat hiermee op een kruispunt. Na de dood van dictator Franco in 1975 en de terugkeer naar de democratie, drie jaar later, zocht het land aansluiting bij Europa om uit zijn isolement en armoede te raken. Het gaf invulling aan de door de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset in 1910 geponeerde stelling „dat Spanje het probleem is en Europa de oplossing”. De jonge democratie werd bij elke stembusronde sterker, de welvaart verdrievoudigde en het land moderniseerde in snel tempo.

Deelname aan het belangrijkste Europese project, de euro, heeft het land echter financieel aan de rand van de afgrond gebracht. Dankzij toetreding tot de muntunie kon Spanje rond de eeuwwisseling spotgoedkoop lenen. Met als gevolg dat het land een enorme vastgoedzeepbel opblies, die jarenlang de motor van de economie was. Sinds het uiteenspatten hiervan, eind 2007, is de economie in een vrije val beland. Het land kampt met een grote buitenlandse schuldenlast, hoge werkloosheid en beroerde groeiperspectieven.

Door de Griekse schuldencrisis is hierover onrust ontstaan op de internationale kapitaalmarkten en wordt de geldkraan steeds verder dichtgedraaid. Om zijn soevereiniteit te behouden en volwaardig lid te blijven van de Europese familie moet Spanje snel het vertrouwen terugwinnen. Hiervoor zal de volgende regering bijna net zulke pijnlijke en ingrijpende maatregelen moeten nemen als de onder curatele gestelde collega’s in Athene en Rome.

Dat Spanjaarden de nieuwe welvaart enthousiast omarmden, is niet verwonderlijk. Zeker niet in een zuidelijk dorp als Valverde del Camino. Juist het zuiden van Spanje werd onder Franco verwaarloosd. „Eind jaren zeventig was hier geen weg geasfalteerd. Andalusië leefde nog in een feodaal tijdperk”, zegt Miguel Márquez die tot juni in Valverde wethouder was van openbare werken. „Kijk nu eens hoe ons dorp er bij ligt. Welke voorzieningen we allemaal hebben.”

Márquez is politicus van de Socialistische Arbeiderspartij (PSOE), die tot de raadsverkiezingen in mei ruim dertig jaar aan de macht was in Valverde. Sinds de eeuwwisseling is het dorp grondig op schop genomen. Er kwamen twee sporthallen, een overdekt zwembad, een cultuurhuis, een jeugdcentrum, socialewoningbouwprojecten, een ondergrondse parkeergarage en een nieuw industriepark. Ook werden het conservatorium, het theater en het dorpsplein compleet gerenoveerd.

Geld voor deze investeringen had het dorp eigenlijk niet. Om alle voorzieningen te bouwen en draaiend te houden, moest het gemeentebestuur op grote schaal lenen. Tijdens de jaren van de bouwhausse was dat geen probleem: het goedkope krediet stroomde de banken uit. Burgers kochten massaal huizen. Lagere overheden verdienden eraan met bouwlicenties en belastingen. Bovendien gokte Valverde met een eigen privaat-publiek vastgoedbedrijf,GIVSA, mee in het piramidespel dat de vastgoedsector in feite was. Samen met plaatselijke bouwbedrijven en projectontwikkelaars werd grond gekocht en doorverkocht. Het durfkapitaal kwam van de plaatselijke spaarbank Cajasol die zoals alle ‘cajas’ in Spanje onder directe controle van lokale en regionale politici staat.

In heel Spanje leidde dit soort praktijken tot prijsopdrijving, corruptie en wildgroei van nieuwbouw. Het verhulde ook jarenlang de scheefgroei tussen inkomsten en uitgaven van gemeenten als Valverde. Pas toen de zeepbel in de bouw barstte, bleek hoezeer het dorp boven zijn stand leefde. De ruim 12.000 inwoners gaan gebukt onder een schuld van 54 miljoen euro, bijna de helft hiervan komt voor rekening van vastgoedbedrijf GIVSA. Dit ging failliet, omdat het opgescheept zat met grote lappen bouwgrond waarvan het de vraag is of ze nog wat waard zijn.

Tijdens de raadsverkiezingen, afgelopen mei, stemde het dorp massaal op de kandidaat van de centrum-rechtse Volkspartij (PP). Een verschuiving van de macht die zich morgen volgens alle peilingen op nationaal niveau zal herhalen. De PP stevent af op een comfortabele ruime meerderheid. In dat geval worden de socialisten fors afgestraft. De regerende centrum-linkse regering-Zapatero had na haar aantreden in 2004 niet de politieke durf de vastgoedzeepbel tijdig en gecontroleerd leeg te laten lopen.

Zolder

„We hebben het volk verheven. Maar nu zijn ze ons er niet dankbaar voor”, zegt ex-wethouder Miguel Márquez in Valverde op de zolder van het PSOE-kantoor. Hij vouwt met partijvrijwilligers campagnefolders. „We liepen twintig, dertig jaar achter op de rest van Europa en waren te gretig dit in te halen”, analyseert een vrijwilliger. „Nu vallen we terug. Maar tot welk punt? Dat maakt de mensen bezorgd.” „We dachten dat we rijk waren”, vult raadslid Mari Carmen Castilla aan. „Nu die illusie is doorgeprikt, stemmen mensen niet meer op ons, maar op rechts, in de hoop dat zij die tijd weer terugbrengen.”

Voor de PSOE dreigt morgen een monsterverlies, vooral doordat kiezers in traditionele rode bastions als Andalusië zich massaal van de partij afkeren. Dat is niet zonder historische betekenis. Zo is Valverde een van oudsher zeer links dorp, legt Juan Carlos Castillo uit, met veel mijnbouw en een goed georganiseerde vakbeweging. Hij beheert als bibliothecaris het gemeentearchief. „Het dorp leed ook sterk tijdens de Burgeroorlog en de daaropvolgende franquistische repressie.”

Binnen linkse families heeft dit gezorgd voor een bijna genetisch bepaalde afkeer van rechts. Zeker onder oudere generaties. Dat Valverde in mei toch van politieke kleur verschoot, vindt de bibliothecaris positief. „Voor jongere generaties weegt het bloedige verleden minder zwaar. Zij slaan de pagina om. Brood op de plank is nu het belangrijkste.”

Castillo, die zichzelf links noemt, is kritisch over het bestuur van de socialisten de afgelopen dertig jaar. Hij gelooft niet dat de recente nieuwbouw werd neergezet om het volk te verheffen. „Vooral de laatste jaren ging het alleen nog om machtsbehoud. Elk jaar moest er weer een faraonisch project verrijzen om te laten zien dat het goed ging met het dorp.”

Elk dorp een zwembad

Het is een patroon dat zich in heel Spanje voordeed – en niet alleen onder socialistische bestuurders. Ook in ‘rechtse’ steden en regio’s staken bestuurders zich diep in de schulden voor prestigeprojecten. In regio’s met amper toerisme werden luchthavens geopend waarop nu maar één vlucht per week landt. Middelgrote steden bouwden voor tientallen miljoenen euro’s musea en concertzalen. Elk dorp kreeg zijn sporthal of zwembad. Er kwam een hogesnelheidslijn tussen twee provinciestadjes die binnen enkele maanden weer moest worden gesloten, omdat er maar negen mensen per dag in zaten.

Spanjaarden omarmden het consumentisme. Miljoenen verhuisden naar ruime koophuizen in de voorsteden. Een tweede huisje aan de Costa’s of op het platteland werd ook voor de middenklasse normaal. Evenals de zaterdagmiddag met creditcards doorbrengen in grote winkelcentra en elke paar maanden wisselen van mobieltje. Buiten de deur afspreken voor borrel of diner werd ook doordeweeks de norm. De Duitsers die sinds het uitbreken van de eurocrisis klagen over zuidelijke spilzucht, vonden in Spanje een dankbare afzetmarkt voor hun Audi’s en Mercedessen.

Ruilhandel

Nu de crisis al drie jaar duurt, hangen de schulden veel Spanjaarden als een molensteen om de nek. Betalingsproblemen nemen toe: elke dag legt de bank beslag op driehonderd huizen. In 1,4 miljoen huishoudens zijn inmiddels alle leden werkloos. Gezinnen die nu zijn aangewezen op steun van familie, de kerk, liefdadigheid en de zwarte economie. Deze informele sociale vangnetten halen vooralsnog de scherpste randjes van de crisis, al is er nog geen sprake van ruilhandel zoals in Argentinië na de pesocrisis van 2002.

„De meeste jonge gezinnen hebben ouders op wie ze kunnen terugvallen”, vertelt Juan Mena, een vijftiger die tot twee jaar geleden in de bakkerij van Valverde werkte. Hij raakte zijn baan kwijt toen de bakker failliet ging en inmiddels is ook zijn vrouw, een sociaal werkster, werkloos. „Gelukkig hebben wij geen tweede huis of dure auto gekocht. Maar voor de armen die hebben geleefd als rijken, moet dit niet langer duren. Die moeten straks hun inboedel gaan verkopen.”

Het is begrijpelijk dat we in deze val getrapt zijn, zegt bibliothecaris Juan Carlos Castillo. „We kwamen uit een donkere periode, met amper luxe. Als je dan ineens veel kunt kopen, is het moeilijk weerstand te bieden. Je denkt dat er geen einde aan komt. Maar eigenlijk liepen we richting een ravijn, zonder dat we dat doorhadden, want het landschap was zo mooi.”

Om niet in dit ravijn te vallen, wacht Spanje een grote uitdaging. De hoge schuldenlast van bedrijven, burgers en banken en lagere overheden moet afgebouwd worden. Tegelijkertijd mogen die bezuinigingen de economie niet te ver in een recessie duwen. Een evenwichtsoefening die alleen succes heeft als het land ook hervormingen doorvoert die de basis leggen voor economisch herstel.

Niet alle kiezers lijken dit al te beseffen. Politieman José Manuel González zegt morgen op de conservatieve PP te stemmen, omdat hij hoopt dat met een rechtse regering in Madrid „meer deuren opengaan voor onze burgemeester”. González en zestien collega’s hebben zoals alle gemeenteambtenaren vijf maandsalarissen tegoed. Afgelopen september meldde het voltallige korps zich ziek. Agenten mogen niet staken, dit was hun enige manier van protest.

„Ik ben er ook echt ziek van”, vertelt González, terwijl hij patrouille loopt in het dorp. „We worden geacht handelend op te treden in crisissituaties. Maar hoe houd je je hoofd erbij, als thuis de aanmaningsbrieven van de bank op de deurmat vallen?”

De vraag is of wisseling van de wacht in Madrid het geld weer naar Valverde zal laten stromen. PP-leider Mariano Rajoy belooft het vertrouwen in de economie te herstellen. Maar dit kost tijd. En als hij over een paar weken het Moncloa-paleis betrekt, is hij premier in een land dat gemeentelijk, provinciaal en regionaal al grotendeels geregeerd wordt door partijgenoten. Dit maakt het misschien gemakkelijker hervormingen door te voeren, maar de burgemeester van Valverde zal niet als enige PP-bestuurder met geldnood bij Rajoy aankloppen.

„Het geld is op in Spanje. Mensen die denken dat met Rajoy in hetMoncloa de kredietkraan weer opengaat, vergissen zich”, zegt Manuel Becerro in zijn appartement in het centrum van Valverde. Hij is de zoon van de eerste socialistische locoburgemeester die het dorp eind jaren zeventig kende. Als correspondent van het rechtse landelijke dagblad El Mundo volgt hij de lokale politiek nauwgezet. „De vorige, socialistische burgemeester heeft voor de raadsverkiezingen ook geprobeerd geld los te peuteren. Bij bestuurslagen die allemaal in handen zijn van socialisten. Dat het geld toch niet kwam, betekent dat het er gewoon niet is.”

Net als Rajoy belooft de kersverse burgemeester Loles López van Valverde met verandering en zuinigheid het vertrouwen van de buitenwereld terug te kunnen winnen. „Dit dorp is altijd heel ondernemend geweest, met een eigen schoenen- en meubelindustrie. Maar de grootste werkgever van het dorp kunnen we niet langer zijn”, vertelt ze op het stadhuis. „Het is het lokale midden- en kleinbedrijf dat hier banen moet creëren.”

Plaatselijke ondernemers houden intussen met moeite het hoofd boven water. Ook omdat er soms al jaren op wachten dat de gemeente de rekeningen betaalt. „Om die schulden af te lossen, moeten we nu de tering naar de nering zetten”, zegt López.

In hoeverre zij de belastingen ook verhoogt, is nog onduidelijk. „Daarop studeren mijn ambtenaren en de economen nog.” Na de verkiezingen wordt een besluit verwacht. Daarnaast onderhandelt López met de banken over hoe het dorp zijn schulden kan afbetalen. En ja, de optie om de schulden deels te laten kwijtschelden, ligt op tafel. Van de begroting van 9 miljoen euro gaat nu al eenvijfde op aan rentelasten.

López verwacht dat „het mogelijk zal zijn het dienstenniveau met minder mensen op peil te houden”. Het afgelopen half jaar zijn al meerdere openbare voorzieningen versoberd of duurder gemaakt. De ouderbijdrage van de crèche is verdubbeld. Een museum over de mijnbouw gaat alleen op aanvraag open. De werkzaamheden aan de riolering aan een belangrijke dorpsstraat kunnen niet afgerond worden, waardoor de Calle de la Calleja al ruim een jaar open ligt. Ook is het nog de vraag of de gemeente het bedrijf kan blijven betalen dat het overdekte zwembad exploiteert, vertelt een ambtenaar die niet met zijn naam in de krant wil.

De electorale berekening waarmee de lokale en nationale politici de crisis tegemoettreden, stemt Luis Arroyo somber. De leraar filosofie van de middelbare school van Valverde merkt dat onzekerheid over de toekomst bij middelbare scholieren hun politiek bewustzijn „doet ontwaken”. Jongeren, zegt hij, lijken alleen goed te zijn om de rekening van de crisis te mogen meebetalen. „Maar als ze nog jaren werkloos blijven, rest hun slechts de keus tussen stilstand of emigreren.”