Vergane glorie

De Beaujolais Primeur is minder in trek en Harold Hamersma begrijpt wel waarom.

De derde donderdag van november, afgelopen donderdag dus, heeft de déblocage plaatsgevonden van de Beaujolais Primeur. Maar waar nog niet eens al te lang geleden het hele land behangen werd met tricolore banieren om de komst van de Franse jeugdwijn te annonceren, blijft het nu grijs op straat. ‘Beaujolais Primeur est arrivé’ geschiedt met stille trom. ‘Beaujolais Primeur est passé’ lijkt veel eerder realiteit. En niet alleen in Nederland, maar ook elders.

Is het terecht dat de populariteit zo tanende is? Ja. Ik ken geen andere wijnsoort waarvan de laatste jaren zoveel apert slechte wijn op de markt is beland. En het begon allemaal zo vrolijk, monter en onbekommerd.

In de negentiende eeuw hadden de wijnbouwers uit de Beaujolais klandizie voor het jong vergiste sap van de gamaydruif. Belangrijkste afnemers waren toen de bistrots in Lyon, pal achter de bergen aan de zuidgrens van de streek. Daar wist men dat wijn niet per se jaren op houten vaten hoefde te liggen om lekker te worden. Beaujolais Primeur moest juist jong worden gedronken. Het liefst zelfs in het geboortejaar. Officieel was dat echter niet toegestaan. Daarom duurde het tot 1951 voordat de Beaujolais Primeur aan zijn zegetocht kon beginnen. Een wetswijziging stelde de wijnproducenten in staat om hun wijn al in november aan de man te brengen (voor die tijd mocht 15 procent van de oogst in de zomer van het jaar daarop verkocht worden). Want alleen dan proefde je vers geplukt rood fruit, aardbeien, aalbessen en kersen.

Na Lyon ontdekte ook Parijs de geneugten van de Primeur. En daarna volgden 191 landen in hoog tempo. Maar met diezelfde vaart keerden de drinkers zich ook weer af. Bij mij gingen de alarmbellen echt rinkelen toen ik er met mijn panel veertig blind proefde van de 2002-oogst. Destijds kwamen we niet verder dan één (!) wijn die wij geschikt achtten voor menselijke consumptie.

Natuurlijk, het was een jaar van regen, rot en rampspoed. Maar waar zichzelf respecterende wijnmakers dan hun kwalitatief teleurstellende opbrengst aanbieden aan de wijnfabrieken om er anonieme bulkwijn van te laten maken, overspoelden toen 65 miljoen flessen Beaujolais Primeur de aardbol. Markttechnisch gezien logisch. Deze waren immers al zonder dat hun kopers – de wijnimporteurs – hadden kunnen proeven op voorintekening verkocht. En juist dat bleek bij veel wijnboeren een vrijbrief voor geklieder. Terwijl de druiven nog aan de ranken hingen, stond het geld immers al op de bank. Kortom, smaaktechnisch schortte het er nog al eens aan. Met alle gevolgen van dien. De afgelopen vijf jaar was er sprake van een volumekrimp met 50 procent. En van de 2010-oogst werd van de 36 miljoen geproduceerde liters slechts 27,5 miljoen verkocht.

Inmiddels zijn er daarom verdere oogstbeperkingen afgekondigd.

Zoals altijd hebben de goeden onder de kwaden te lijden. Natuurlijk zijn er wijnmakers die er alles aan doen om wel vin de plaisir te maken. Koop rustig die van Château Cambon waarvan ik vorige week al rood en rosé besprak. Of de ultra-bio van Isabelle en Bruno Perraud.

Of toch anders wel de Primeur Pierre-Marie Chermette Cuvée Vieilles Vignes. Vol vlezig, spartelend, donker rood fruit, vegen bramenjam op de wangen. Bittertjes maar nergens verbitterd. Doordrinkzuren. Een dropjesachterkant. Jong drinken mag en kan, maar deze gamay uit de jeugdopleiding van Domaine du Vissoux heeft ouderingspotentieel. Vandaar dat de makers de primeuraanduiding slechts door middel van een stickertje op de hals hebben aangebracht.

Is het primeurmoment weer achter de rug dan wordt de rest als ‘normale’ Beaujolais aangeboden. En die verkopen ze moeiteloos. Want deze is abnormaal lekker.

Beaujolais Primeur Pierre-Marie Chermette Cuvée Vieilles Vignes, 9,65 euro vinoblesse.nlBeaujolais Nouveau Château Cambon, 8,75 euro vleck.nlBeaujolais Nouveau Isabelle en Bruno Perraud, 9,90 euro bolomey.nl

    • Harold Hamersma