Van muizen en mensen

Als een muis langer leeft van een bepaalde voedingsstof, geldt dat dan ook voor mensen? Geneesmiddelengigant Glaxo dacht van wel. Een paar jaar geleden kocht Glaxo voor een half miljard een firma op die was gespecialiseerd in resveratrol. Dat is een stof uit rode wijn. Als muizen grote hoeveelheden van die stof eten, leven ze langer.

Er bestond al een andere manier om muizen langer te laten leven, maar die was minder aantrekkelijk. Muizen die permanent op een streng dieet staan en honger lijden krijgen minder ouderdomsziekten dan gewone muizen, en ze leven 30 procent langer. Het is onzeker of een levenslang vermageringsdieet bij mensen ook werkt. Daarvoor heb je vrijwilligers nodig met normaal gewicht die vele jaren lang een hongerdieet volgen, en dat lukt niet. Maar het klinkt wel aannemelijk. We weten dat dikke mensen korter leven en eerder ouderdomsziekten krijgen dan mensen met een normaal gewicht; voor mensen met een normaal gewicht zou extra afvallen dus het leven verder kunnen verlengen. Alleen wil niemand levenslang hongeren. De wijnpil bracht hier uitkomst, want de wijnpilfirma had ontdekt dat de stof uit rode wijn in het muizenlijf precies dezelfde effecten had als hongeren. Het DNA, dat alles in het lichaam bestuurt, ging onder invloed van de wijnpil dezelfde signalen uitzenden als onder invloed van een tekort aan eten. Wijnpil en hongeren hadden ook hetzelfde effect op diverse organen: beide voorkwamen bij bejaarde muizen vervetting van de lever en degeneratie van de hartspier.

Er zijn echter redenen om even te wachten met het aanschaffen van een pot met wijnpillen. In de eerste plaats rijzen er de laatste tijd twijfels aan de effecten van deze stof bij muizen. Andere onderzoekers kunnen de resultaten van de door Glaxo aangekochte wijnpilfirma niet goed reproduceren. Misschien komt dat nog. Een belangrijker bezwaar vind ik dat we nauwelijks weten wat de wijnpil doet bij mensen. Nederlandse onderzoekers gaven onlangs vrijwilligers een hoeveelheid resveratrol overeenkomend met honderd liter rode wijn per dag. Dat verlaagde de bloeddruk, het suikergehalte van het bloed en het vetgehalte van de lever. Dat is een begin, maar er is nog een lange weg te gaan voordat is bewezen dat het middel ouderdomsziektes voorkomt en niet tegelijk andere ziektes veroorzaakt. Ik ben ook sceptisch over de claims van de beroemde Engelse professor Linda Partridge. Zij belooft dat haar onderzoek bij fruitvliegjes, wormen en muizen binnen tien jaar leidt tot een pil die ons langer doet leven, met minder kanker, hart- en vaataandoeningen, botontkalking en suikerziekte.

Ik geloof daar niets van. Niet dat ik tegen proefdieronderzoek ben. Zonder fruitvliegjes zou de moderne genetica niet bestaan, en dankzij onderzoek bij muizen kunnen dokters steeds vaker kanker genezen. Ook in de voeding waren proefdieren ooit cruciaal. De meeste vitamines zijn geïdentificeerd door onderzoek bij dieren, want met mensen kun je maar beperkt experimenteren. Maar dat was toen. Tegenwoordig is de opbrengst van voedingsonderzoek bij proefdieren teleurstellend. Of het nu gaat om antioxidanten, geconjugeerd linolzuur (CLA), selenium of vitamine A, telkens bleken fascinerende effecten van voedingsstoffen bij proefdieren niet op te gaan bij de mens.

Ikzelf had vroeg in mijn carrière een vergelijkbare ervaring. Het was bekend dat het eten van plantaardig in plaats van dierlijk eiwit konijnen beschermde tegen aderverkalking. Ik deed daar verder onderzoek naar, maar ik wou ook weten of het bij mensen werkte; dat was toen nog nauwelijks onderzocht. Toen we konijnen en mensen hetzelfde sojaeiwit gaven bleek het bij konijnen uitstekend te werken en bij mensen totaal niet.

Waarom levert voedingsonderzoek bij proefdieren tegenwoordig zulke teleurstellende resultaten op? Dat komt vooral doordat de volgorde is omgekeerd waarin het onderzoek gedaan wordt. De juiste manier om proefdieren te gebruiken is om te beginnen met een onmiskenbaar effect bij mensen. Neem de ontdekking van vitamine C. Het stond al eeuwen vast dat mensen die lange tijd geen groente en fruit aten – zoals zeelui op de schepen naar Nederlandsch Indië – een dodelijke ziekte kregen die scheurbuik heette. Begin vorige eeuw werd ontdekt dat ook cavia’s scheurbuik kregen als ze geen groenten en fruit aten. Toen kon in experimenten met cavia’s worden vastgesteld om welke stof het ging en waar die stof in zat. Zo is vitamine C ontdekt. Het was bekend dat er iets in groente en fruit zit waar de mens niet zonder kan, en vervolgens werd bij het proefdier uitgezocht welke stof dat was.

Helaas zijn nieuwe effecten van voedsel op ziekten bij mensen tegenwoordig zeldzaam. Daarom draaien sommige onderzoekers de volgorde om: ze zoeken iets dat werkt bij muizen en suggereren dat het bij mensen ook zal werken. Als dat wordt getest valt het vrijwel altijd tegen. Ik zou de wijnpillen dus maar laten staan tot is bewezen dat ook mensen er langer van leven.