Van kiekeboe naar tikkertje

Spelen is fijn. Je wordt er vrolijk van. Je kunt er vrienden mee maken. Haast als vanzelf krijg je er ideeën van of leer je iets: rennen, klimmen of moeilijkere dingen. En na sommige spelletjes voel je je helemaal ontspannen.

Maar als biologen zich afvragen wat spelen precies is, beginnen de moeilijkheden. Zo serieus over spelen nadenken, lijkt op werken zonder fantasie. Dan krijg je zware zinnen als: ‘speels gedrag moet tot stand komen in een ontspannen omgeving, vrijwillig zijn en niet helemaal functioneel.’ Oef.

Toch is het niet verkeerd om goed over spelen na te denken. Want juist daardoor konden twee Italiaanse biologen nagaan of kleine kinderen en jonge chimpansees op dezelfde manier spelen. Die biologen turfden daarvoor allerlei spelgedrag bij twee groepen chimpansees. Eentje uit ZooParc de Beauval in Frankrijk. De andere uit Dierenpark Amersfoort. (Het staat allemaal in Plos One)

Ze bekeken hoe vaak de kleintjes uit die groepen speelden. En deden ze dat meestal samen of liever in hun eentje? Slingerden, koprolden en renden ze – meer gymnastiek? Of beten ze plagerig, besprongen en kietelden ze elkaar – meer stoeien?

De biologen bekeken ook welke gezichten de dieren daarbij trokken. Want zelfs al lachen chimpansees niet zoals mensen, ze hebben wel ‘speelgezichten’. Dan tonen ze hun ondertanden, soms ook hun boventanden, en maken geluidjes. Kom je spelen?, betekent dat. Of: ik heb het naar mijn zin.

Klinkt bekend, hé. En dat klopt. Chimpansee- en mensenkinderen spelen op dezelfde manier. Eerst met hun moeder (kiekeboe) of alleen. Daarna steeds vaker met leeftijdgenoten. Waarmee ze steeds ingewikkelder spellen bedenken (zoals tikkertje of iets wat daarop lijkt).

Zo maken ze vriendjes en ontdekken wie de sterkste is, de snelste, de slimste...Ze leren hoe ze hun speelgezicht (bij mensen: hun lach) moeten inzetten, en wie echte vrienden zijn... Spelen is dus leerzaam. Maar ook gewoon: fijn.

Margriet van der Heijden