U presteert middelmatig. Mag dat?

Over welke zesjescultuur gaat het eigenlijk?

Terecht hekelen Anouk van Kampen en Jan Truijens Martinez het gebrek aan waardering voor het ‘middelmatig zijn’ (Opinie & Debat, 12 november). Hun kritiek op de sceptici van de zesjescultuur snijdt evenwel geen hout. Ze interpreteren het begrip verkeerd.

De zesjescultuur slaat niet op de ‘middelmatigen’, mensen die met inspanning een zes halen voor hun vakken. Het gaat juist over mensen die hun potentie niet volledig gebruiken. Kennelijk hebben de schrijvers hier geen last van, getuige hun cum laude afstuderen, maar niet iedere student wordt door zijn omgeving gemotiveerd meer voor zijn studie te doen dan noodzakelijk is. Dit is een kwestie van ouders, opgroeicultuur, (studie-)vrienden et cetera. Eigen schuld, kun je zeggen, maar je kunt toch niet van iedere achttienjarige verwachten dat hij of zij al boven zijn omgeving staat en intrinsiek plezier haalt uit studeren? Het gevolg is dat velen afstuderen met het gevoel nog niet zeker te weten of ze hun studie leuk vinden, omdat ze nooit zijn uitgedaagd om iets te doen of hun droombaan niet kunnen krijgen omdat ze te laat het juk van ‘je moet niet meer doen dan strikt noodzakelijk is’ van zich afschudden. Je zou willen dat mensen je wat meer hadden gestimuleerd.

Ruud Wijdeven

Oud-zesjescultuurder en nu promovendus op het Nederlands Kanker Instituut, Amsterdam

Negens zijn vaak zesjes die zich negens wanen

Volgens Anouk van Kampen en Jan Truijens Martinez gaat onze maatschappij eerder ten onder aan prestatiedwang dan aan middelmatigheid. Hun voorbeelden wijzen evenwel op een ongezonde nadruk op presentatie, meer dan op werkelijke prestatie. Hierin schuilt volgens mij het probleem.

Het meeste werk wordt dagelijks verricht door onopvallende, gemiddelde mensen die simpelweg hun best doen, maar alle schijnwerpers zijn gericht op egocentrische, goedgebekte, mediagenieke mannen en vrouwen die zichzelf en hun omgeving ervan kunnen overtuigen dat ze toppers en uitblinkers zijn. Dit geeft hun natuurlijk het volste recht om anderen de maat te nemen en af te serveren als lichtgewichten. De simpele waarheid is dat het overgrote deel van de mensheid altijd middelmatig, of beter gezegd: gemiddeld zal presteren.

Mensen die voordurend de mond vol hebben van „excelleren” en „topprestaties leveren” zijn in de regel vaak zelf zesjes die zich negens wanen.

Maarten Lemmens

Utrecht

Ook de leraren accepteren middelmatigheid

De auteurs Van Kampen en Truijens Martinez zien niet – of veronachtzamen bewust – hoe fnuikend de zesjescultuur is voor het onderwijs. Het is rot. Deze werkt omgekeerd ook door op (sommige) leraren. Zij hebben het idee dat ze zich eraan moeten aanpassen, alsof ze al weten dat streven naar hogere cijfers vechten tegen de bierkaai is. Meer dan eens wordt ons studenten in de eerste weken van een collegereeks gevraagd of het tempo of het niveau te hoog is. Als deze vraag door enkele minder gemotiveerde studenten positief wordt beantwoord, daalt de studielast. Dit is de dood in de pot, leidt tot minder gedrevenheid bij degenen die wél willen en derhalve over de hele linie tot (nog) lagere cijfers.

Door het accepteren van en zich zelfs tevreden stellen met studenten die matige cijfers halen, ontstaat een vicieuze cirkel, waarin het onderwijsniveau in Nederland nog verder zal dalen.

Ik zou de stelling van de auteurs willen omdraaien. Het verwerpen van het zesje is geen gebrek aan nuance. Het is juist een noodzakelijke voorwaarde om de nuances in het leven te (blijven) zien en dat leven ten volle te kunnen leven. Zonder gedegen kennis en vaardigheden, opgedaan tijdens bijvoorbeeld de studie, zullen mensen ook niet meer willen of kunnen reageren op essays als die van de auteurs, laat staan dat ze die willen lezen. Het zou al helpen als Van Kampen en Truijens Martinez, cum laude afgestudeerd, dit zouden erkennen.

Jesper Verhoef

Masterstudent ‘ciw’ en geschiedenis aan de RUG

Het is cool geworden om grijze muis te zijn

Toen ik het artikel ‘Ruim voldoende – pleidooi voor de zesjescultuur’ las, moest ik meteen denken aan mijn school – aan de overvolle gangen, waardoorheen zich minstens 1.500 bijna identiek geklede leerlingen wurmen – vooral omdat de zesjescultuur ook daar heerst.

Ik ben het niet met de schrijvers eens. Ik vind dat het niet eerlijk is dat je als zesjeshaler meer wordt geaccepteerd dan als je hoge cijfers haalt. Het is ‘cool’ geworden om de ‘grijze muis van de middenmoot’ te zijn. In mijn ogen komt dit vooral door het massaler worden van scholen en het minder hoeven presteren. Het wordt geaccepteerd om middelmatige cijfers te halen. Ik vind dat het halen van hoge cijfers en het uitblinken meer moet worden aangemoedigd.

Anders-zijn wordt niet geaccepteerd. Het lijkt zelfs een taboe te zijn geworden. Iedereen luistert naar dezelfde muziek, speelt dezelfde sport en koopt kleding in dezelfde winkels. Hierdoor lijkt het individu te verdrinken in de massa. Je kunt ook beter niet te veel over jezelf praten, en al helemaal niet op een positieve manier. Bovengemiddelde cijfers halen wordt gezien als streberig. Blijf dan maar liever gemiddeld, en val niet op. Ik wil niet zeggen dat je niet tevreden moet zijn met wat je hebt, maar haal wel het maximale uit jezelf!

Nynke Blömer (16)

Leerling 5 vwo, Doorn