Strafregels? Ze hakken erin!

Het grote probleem voor scholen is orde.

Ton de Kok ontdekt een probaat middel: straf! En wat goed helpt: strafregels schrijven.

Nadat ik na de verkiezingen in 1994 als Tweede Kamerlid op de keien terechtkwam, koos ik voor een baan in het onderwijs. Ik schrok me kapot toen ik mijn eerste klassen kreeg. Voor die jongeren was ik als achtenvijftigjarige al in een vergevorderd stadium van ontbinding.

Niettemin ontwikkelde ik enige autoriteit door aan die leeftijd het ‘jasje-dasjeconcept’ te koppelen. Dit was iets bijzonders. Zo’n outfit is op scholen tot op de dag van vandaag de kleding van een buitenaards wezen.

Het concept werkte uiteraard maar korte tijd. Hierna moest ik andere wapens inzetten, maar waarvoor dan? Is het zo’n puinhoop in de klassen, zelfs op het vwo?

Laat dat ‘zelfs’ maar weg. In de tien jaar dat ik voor die jongeren mijn kunstjes vertoon, ben ik niet alleen leraar, maar ook politieagent geweest. Als ik de klas inkom, raffel ik elke les de volgende riedel af: meiden, jongens, fijn dat jullie er zijn, maar je weet het – geen iPods, geen mobieltjes, niet eten, niet drinken, het is hier geen cafetaria, geen jassen aan, je gaat toch niet weg en graag die petten af, dit is mijn huiskamer… Isabelle, graag je schoenen van de stoel, dat doe je hopelijk ook niet in de tram.

Dan begint de les. Het lukt zelden om tien minuten aan het woord te zijn zonder dat iemand erdoorheen praat. Als een andere leerling aan het woord is, lult iedereen erdoorheen – in 5 vwo! Controleer je of iedereen zijn boek bij zich heeft? Nee dus. Er zijn er altijd wel stuk of wat die hun boek zijn vergeten. Smoezen: de brug was open, mijn ketting lag eraf, de spoorbomen waren dicht. Is dit van alle tijden? Dat zal wel, maar het is verrekte storend en op den duur slopend. Niet voor niets is het afbrandrisico voor leraren erg hoog in onze samenleving. Hoewel ik het onderwijs veruit het mooiste arbeidsmilieu vind van de vier milieus waarin ik heb gewerkt, ligt hier een soms dagelijkse bron van ergernis.

Wat doe je eraan? Allereerst moet je de leiding vragen er eens een middag over te brainstormen. Wat levert dit op? De kennis dat iedere leraar achter zijn klasdeur uiteindelijk toch zijn eigen regime vestigt. Is dat erg? Ja. Dan weten leerlingen niet waar ze aan toe zijn. Bij leraar K. moet je je aan alle regels houden. Leraren x, y en z lichten hun hand met de regels. Die drinken en eten zelf ook in de klas. Ze zeuren niet als Piet bij zijn buurvrouw moet kijken omdat hij het boek is vergeten. Ze vinden die pet niet belangrijk. Er zijn belangrijker zaken.

Als je dan als naïeve zij-instromer aan de leiding vraagt waarom niet iedere leraar gewoon de orderegels toepast zoals ze in de schoolgids staan, krijg je als antwoord: dat is een gepasseerd station. Jonge leraren hebben vroeger zelf les gehad in een tamelijk chaotische omgeving. Ze weten niet beter.

What’s next? Een eigen bewind voeren en eigen straffen bedenken. Gelukkig liep ik in die tijd Astrid Boon tegen het lijf, de vrouw die de strafregels weer uit de la heeft gehaald. Dit was zeer moedig van haar. De hoon was heftig. Straffen is een zwaktebod! Maar de theorie die ze erbij vertelt, blijkt te kloppen. Strafregels werken. Ik heb er één voor te vroeg uit de klas weglopen, voor iPods en mobieltjes en voor het praten in de les terwijl de leraar of een leerling aan het woord is.

Ik zal een voorbeeld geven van hoe Astrid Boon graag een strafregel ziet. Een strafregel moet constructief zijn en sporen achterlaten in die grijze cellen. Zo luidt de strafopdracht bij een inbreuk op de afspraak ‘Praten wanneer de docent of een leerling aan het woord is’:

Natuurlijk weet ik dat het respectloos is om maar door te blijven kwekken als de docent of een medeleerling aan het woord is. Ik heb af en toe nu eenmaal last van loquomanie en ik vind dat wat ik zelf te vertellen heb veel interessanter dan de woorden van een ander. Niettemin moet ik me realiseren dat als iedereen zich zo gedroeg als ik, het in de klas een chaos zou worden. Maar ik ben al vele malen gewaarschuwd en gevraagd mijn kiezen op elkaar te houden als een ander spreekt. Maar tien seconden na dat verzoek ga ik al weer in de fout. Dat is geen kwade opzet, maar gewoon, ja gewoon toch een vorm van onbeleefdheid, van respectloosheid naar docenten en medeleerlingen toe. Als ik docent was, zou ik het ook niet pikken en al veel eerder met strafregels hebben gewerkt. Daarom ziet er niets anders op ze maar te maken en voortaan wat zelfdiscipline te oefenen.

Schrijf dit x maal. Laat het tekenen door je ouders en laat hen ook de achterkant lezen. Daar staat een NRC-artikel uit 2009, met de kop: ‘Leerkrachten moeten strenger zijn. 56 procent van de ouders pleit voor herinvoering van strafregels’.

Ton de Kok is leraar op het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam.