Soms dansen de cijfers voor hun ogen

De handelaren van de dealing room van ING bevinden zich in het brandpunt van de crisis. Rumoer: De Italiaanse staatsleningen vliegen omlaag. „Can’t believe this!”

Hele dagen turen de obligatiehandelaren naar de beeldschermen op hun bureau. Koersgrafieken, financieel nieuws en oneindige rijen getallen verspringen voortdurend op de acht computers die ieder voor zich heeft. Uit luidsprekers op de bureaus klinken blikkerige stemmen van brokers die staatsleningen doorroepen. Ze spreken Engels; hun accent verraadt uit welk land ze bellen. In een hoog tempo zeggen obligatiehandelaren en brokers getallen tegen elkaar. Aan het eind van een gesprek groeten ze elkaar niet.

Dit is de dealing room van ING, in Amsterdam Zuidoost. Er werken ruim 200 mensen. Klokken geven de tijd aan in San Francisco, New York, Londen, Amsterdam, Singapore en Tokio. De afdelingen zijn in ringen van elkaar gescheiden. Over de vloer loopt een spoor van blauwe lampjes, zoals die in een vliegtuig naar de nooduitgang leiden.

De ring van de staatsobligaties telt tien werkplekken, waarvan er deze donderdagochtend acht bezet zijn. Per dag wordt hier voor miljarden aan staatsleningen verhandeld; met een transactie is gemiddeld vijf miljoen euro gemoeid. „Je moet er niet wakker van liggen als je er een keer een paar duizend euro bij inschiet”, zegt Arjan de Ruiter (40), hoofd staatsleningendesk. „Maar je moet je er wel van bewust zijn dat je niet met Monopolygeld speelt.”

Vroeger werd de markt voor overheidsleningen wel omschreven als ‘saai’. Sinds de economische crisis losbarstte is die kwalificatie achterhaald. De rente op obligaties springt soms met hele procentpunten omhoog en omlaag; handelaren weten soms niet wat ze zien. „De obligatiemarkt is het brandpunt van de crisis”, zegt Huib Verbeek, hoofd rentehandel bij ING. „Het is fantastisch om hier specialist in te zijn. Die constante dynamiek is verslavend.”

Door obligatieleningen uit te geven kunnen overheden, banken en bedrijven aan geld komen. Maar dan moeten ze wel worden gekocht.

Om 10.40 uur ontstaat rumoer. „De Italiaanse staatsleningen vliegen omlaag”, zegt De Ruiter, wijzend op zijn schermen. Hij zegt dat het komt doordat Spanje 3,6 miljard euro heeft opgehaald op de kapitaalmarkt, in plaats van de 4 miljard waar op was gehoopt. En dat tegen een recordrente van 6,98 procent. „Dat wordt door de markt gezien als teleurstellend.” Frankrijk, het land dat donderdag ook de markt opging met staatsleningen, moest voor zijn leningen van 7 miljard euro ook een fors hogere rente betalen dan eerder.

De laatste weken dumpen vooral banken massaal obligaties van Zuid-Europese landen, zoals Italië en Spanje. De obligaties worden als risicovol gezien en dus hebben banken ze liever niet langer op hun balans. Maar het massaal verkopen van obligaties heeft gevolgen voor de koers van deze staatsleningen en dus voor de rente. De effectieve rente op een obligatie beweegt tegengesteld evenredig met de koers van een obligatie. Daalt de koers, dan stijgt de rente. En dat gebeurt als handelaren massaal staatsobligaties verkopen.

De obligatiehandel is buitengewoon complex – en voor een buitenstaander vrijwel onbegrijpelijk. Een ochtend in de dealing room is een ochtend kijken naar mannen die naar hun schermen staren. Ze hebben hun handen achter hun hoofd gevouwen, of tikken ongeduldig hun vingers tegen elkaar. Als een klant – een belegger – de prijs van een obligatie wil weten, bijvoorbeeld op een pensioenfonds, springt er een pop-up in beeld. Dat gebeurt niet alleen bij ING, maar bij vier of vijf banken tegelijk. De klant kiest de beste prijs. Als de handelaar niet binnen tien tot vijftien seconden antwoordt, kan hij een deal vergeten. De mannen zitten onafgebroken achter hun computers. Als ze naar de wc moeten of koffie gaan halen, krijgt de deskmanager een seintje – zodat hij kan invallen.

Het lijkt of de handelaren willekeurig wat intikken. Maar vergis je niet, zegt De Ruiter. In die paar seconden maken ze een complete analyse: past het bij mijn positie om deze obligatie te kopen of verkopen? Zo ja, hoe prijst de markt deze lening? Ga ik hoger of lager zitten? Maar de invloed van de handelaar moet ook weer niet worden overschat, zegt hij. Zijn invloed is vele malen kleiner dan die van de belegger die erachter zit.

De handelaren prijzen staatsleningen voor klanten, maar ook voor andere banken. In Nederland, België, Duitsland, Italië, Portugal, Ierland en Griekenland is ING primary dealer en mag de bank deelnemen aan de veiling van schuldbewijzen. Als tegenprestatie moet ING voor staatsleningen van deze landen een groot deel van de dag prijzen afgeven aan andere banken. Dagelijks krijgt de obligatieafdeling een ‘rapportcijfer’ van de landen waar ING primary dealer is. Die ranking is gebaseerd op het gemiddelde verschil tussen de prijzen die ING noemt en die de markt noemt. Hoe kleiner dit verschil, hoe hoger de ranking. Deze donderdag eindigde ING voor België op de zesde plek, van de zeventien.

Tijdens het werk denken de mannen hardop. Hun gedachten zijn doorspekt met Engels jargon. Vaak praten ze maar wat in het wilde weg, een enkele keer reageert iemand. Dan krijg je conversaties als:

„Heb je gezien dat de tweejarige leningen niks doen?”

„Tja, als dat visible wordt... Sell them.”

„Paf! Zestig tikken onder het scherm.”

„Can’t believe this!”

Aan de linkerzijde van de ring zit de 50-jarige Ioannis (‘Jannes’) Vazouras, een kleine, gedrongen Griek met witgrijs haar en een wat gedateerd brilmontuur. Hij is de man met de meeste ervaring: hij heeft als handelaar de Zwarte Woensdag in 1992 nog meegemaakt, toen de Engelse regering onder druk van speculanten werd gedwongen het pond te devalueren.

Vazouras houdt zich bezig met de meest chaotische markten van dit moment: Griekenland, Portugal en Ierland. Sinds kort valt ook Italië deels onder hem. Naast hem zit de 36-jarige Pieter Bakker, die pas drie jaar aan de staatsleningendesk werkt en de minste ervaring heeft. Om die reden is hij aan Vazouras gekoppeld. Philip Sickler (zijn bijnaam luidt ‘Sickie’) is slechts een jaar ouder dan Bakker maar al in 1997 begonnen in de obligatiehandel. Hij heeft zelfs zijn vrouw, een Spaanse broker, zo leren kennen. Hij viel als een blok voor haar telefoontjes. Sickler gaat over de langlopende leningen.

De 41-jarige Remco Wesselius is verantwoordelijk voor België en Spanje, de landen die er nog lang niet zo erg aan toe zijn als Griekenland, Portugal, Ierland of Italië, maar wel langzaam opschuiven naar de gevarenzone. Af en toe zingt hij luid delen van het liedje dat hij in zijn hoofd heeft. „Skinny dipping in the parc...”

De 37-jarige Jurjan Kleinschmidt, een slanke, zongebruinde man met sluik halflang haar, doet samen met Sander Klinkenberg (43) de landen met de triple A-status: Nederland, Duitsland, Finland, Frankrijk, Oostenrijk en Luxemburg.

Tot slot is daar de Pool Rafal Podgorski, gespecialiseerd in de Oost-Europese markt. Waar bij zijn collega’s de meeste handel via het beeldscherm verloopt, zit Podgorski nog vaak te telefoneren. Oost-Europese landen doen nog op de ouderwetse manier zaken. Daar hoort persoonlijk contact bij.

De mannen beginnen rond tien voor acht. Om zes uur ’s avonds zit hun werkdag erop. De obligatiemarkt doet niet aan lunchpauze, dus meestal eten ze zelf gesmeerde boterhammen aan het bureau – een oog op de schermen gericht. Na het werk een borrel drinken gebeurt alleen op vrijdag. Veel mannen hebben jonge kinderen en worden op de andere dagen geacht rond zeven uur thuis te zijn.

De obligatiehandelaren werken onder immens hoge druk, zegt Arjan de Ruiter, en moeten voortdurend extreem gefocust zijn. ING heeft een sportpsycholoog in dienst voor als ze behoefte hebben aan begeleiding. Vrijwel elke handelaar blijkt ook in zijn vrije tijd veel te sporten. Dat helpt om de cijferstromen van het netvlies te krijgen. En om niet dicht te groeien, zegt Wesselius. „Je zit de hele dag op je luie kont.”

Zo nu en dan zit Jurjan Kleinschmidt ’s nachts rechtop in bed, zegt hij. Dan dansen de cijfers voor zijn ogen. Dat had hij vroeger niet. Dat is economische crisis.