'Schrijvend beleef ik een ander leven'

Schrijfster Marion Pauw kookt uit haar eigen kookboek en vertelt hoe je je een übervrouw kunt voelen. ‘Ik heb wel tien boekideeën op een dag.’

Woensdagmiddag in een stille straat in Amsterdam-Zuid. Marion Pauw (38) doet de deur open. Halflange blonde haren, lange benen in een spijkerbroek, hoge zwarte laarzen. Een vleugje dat ruikt als vers getrokken bouillon waait met haar mee. In de deuropening twee blaffende hondjes, op haar T-shirt staat er ook een. King Charles-hondjes zijn het, dat ras dat soms te veel hersentjes heeft voor hun te kleine schedel. Marion Pauw, thrillerschrijfster, veegt haar handen af aan haar rode schort en schudt stevig de hand. De drempel over en je staat in haar wereld. De open keuken waarin zij de lunch bereidt.

Of ik een berouwvol of een zondig gerecht wilde, had ze van tevoren gevraagd. Zonde & Berouw is de titel van haar vijfde en nieuwste boek. Geen thriller, maar een kookboek. De titel slaat op hoe zij eet. „Als je zondigt, moet het eten de zonde waard zijn. Als ik me te buiten wil gaan, eet ik geen chips of toetjes uit de supermarkt. Calorieën moeten wel lekker zijn.”

Ze eet rustig een bak chocolademousse leeg of fazantenrillettes gemaakt met ganzenvet en eendenlever, of steak tartare van rauw, rood vlees. Dat zijn de dertig zondige recepten die in haar boek een plaatje van duivelshoorntjes krijgen, of een harkje. En daarna eet ze weer een paar dagen gezond, of berouwvol zoals zij het noemt. Dat zijn de dertig recepten met engelenvleugels of een harpje. Balans, zegt ze, daar gaat het om. „Niet alles elke dag.” Ze raadt wat ik denk en klopt op haar platte buik. Maatje 36 schat ik.

Het wordt een berouwvolle lunch. Marion Pauw steekt haar staafmixer in een pannetje op het fornuis. Kippenfond en waterkers. Ondertussen maakt ze in een ander pannetje yoghurt warm en nog een keer als de yoghurt per ongeluk blijkt te koken. Ze giechelt. Ze is een hobbykok, zegt ze. Ze kookt vooral om te ontspannen. Koken is ontspanning. „Ik lees kookboeken in bed.”

Koude dagen

Schrijven, heeft ze weleens gezegd, is voor haar een manisch-depressieve exercitie. Periodes van monomane eenzaamheid, afgewisseld met onbesuisde werklust als het schrijven goed gaat. Dus toen de vorige winter zich aandiende, en ze zichzelf lange, koude dagen in eenzame opsluiting in haar werkkamer zag zitten schrijven met uitzicht op de smeltende sneeuw in haar tuin, besloot ze een ‘doe-project’ te beginnen. Een kookboek. „Ik had ook kunnen gaan schilderen, alleen heb ik daarvoor 0,0 talent.” Ze maakte het boek samen met Tom Kellerhuis, een journalist die zich omschoolde tot professionele kok. „Die kan koken. To die for.”

Als schrijfster wordt Marion Pauw meestal in één adem genoemd met die andere Nederlandse, mooie, blonde thrillerschrijfsters; Esther Verhoef, Saskia Noort, Simone van der Vlugt. Recensenten meesmuilen dat zij de ‘stiefkinderen van de serieuze literatuur’ zijn, of dat het enige spannende aan hun boeken hun foto op de achterflap is. Lezers denken daar heel anders over. Het genre van de vlot geschreven ‘literaire thriller’ is nog nooit zo populair geweest. Het grootste verschil met de traditionele ‘who done it’ is dat de hoofdpersonages nu eens geen alleswetende (mannelijke) detectives zijn, en de moorden niet bloederig en cru. Veel meer gaat het om de psyche van de daders en slachtoffers en de dramatische ontwikkeling.

Marion Pauw is de jongste van die generatie thrillerschrijfsters. Ze debuteerde in 1995 met Villa Serena, won met haar boek Daglicht de Gouden Strop (en verkocht 170.000 boeken). In januari wordt het boek verfilmd. Van Drift en Jetset verkocht ze ook tienduizenden exemplaren. Bij haar kan de dader een tachtigjarige dame zijn, en de speurneus een alleenstaande advocate met een autistische zoon. De Gouden Strop maakte haar een bestsellerauteur. Ze noemt die prijs voor het beste spannende boek „het wonder dat mij is overkomen”. Haar kost het maanden, zo niet jaren om een boek te schrijven. „De lezer heeft het in drie uur uit. Ik geniet van het schrijven, als de lezer geniet van het lezen, is dat wel zo fijn.” Als meisje wist ze al dat ze schrijver zou worden. Tot haar dertigste werkte ze als copywriter voor reclamebureaus, in Nederland en op Curaçao. „Kilometers maken door leuke zinnen te bedenken.” Ze schreef een paar jaar voor Flair, een tijdschrift voor jonge vrouwen. Nu schrijven haar baan is, wil ze zich niet tot één genre beperken. Ze vertaalde en bewerkte het scenario van de succesvolle televisieserie In Therapie. Misschien schrijft ze ooit nog een filmscenario. Ze wil nog eens een zelfhulpboek maken. „Dat moet dan gaan over hoe je doelen kunt bereiken. Mensen willen van alles, maar weten niet hoe.”

Met broodwinning heeft schrijven niks te maken voor haar. Dat ze erdoor van een appartement drie hoog achter naar een benedenhuis kon verhuizen, is puur geluk. Een deel van haar inkomsten heeft ze als pensioen geïnvesteerd in haar eigen favoriete vakantieoord op het Caraïbisch eilandje Dominica, met drie huisjes middenin de jungle. „Aan lijfrente of aandelen had ik geen zin. Hier heb ik zelf ook nog wat aan.” Haar zoon Jiri van 13 ‘vond’ het eiland. „Hij zit altijd op Google Earth te kijken en wees dit aan.” Jiri is autistisch en woont bij haar ex-man op Aruba. Zelf vertrok ze zes jaar geleden met haar dochter Nadja (nu 14) van het eiland. Met één geïrriteerde oogopslag maakt ze duidelijk dat ze het verder niet wil hebben over haar zoon, haar dochter of haar scheiding.

Ik zit in haar huis, eet aan haar tafel de door haar bereide lunch. En gehoorzaam dus.

Ze zet de waterkerssoep op de blauwe borden met uilen met een pauwenstaart. Ze excuseert zich voor de yoghurt die een beetje geschift is. De deur naar de tuin staat open, de honden rennen af en aan. Een Tasmaanse tuin met veel varens en stekelige grassoorten. Haar ouders verhuisden na hun huwelijk naar Tasmanië, een klein eiland onder Australië. Haar vader was er chemisch analist bij een plaatselijke bierbrouwerij, haar moeder huisvrouw. Toen Marion Pauw zes was, verhuisden haar ouders met haar en haar drie zussen naar Leeuwarden.

Een paar recepten in haar kookboek stammen uit haar Tasmaanse jeugd. De warme bramentaart, die haar moeder daar altijd maakte en voor haar bleef maken op haar verjaardag in augustus. „Ik was een paar jaar geleden voor het eerst weer terug op het eiland. Het is daar Engelser dan Engels. Ineens begreep ik mijn bakobsessie. Iedereen is er voortdurend aan het bakken en braden. En anders breien ze.”

Indianenstam

In haar boeken put ze sporadisch uit haar eigen leven. „Dat vind ik saai. Ik haat dagboeken, ik vind het al stomvervelend om in een e-mail te schrijven hoe het met me gaat.” Ze wil juist, al schrijvend, een ander leven beleven. „Ik verzin het terwijl ik schrijf.” Ze is nu bezig met een roman. Veel kan ze er nog niet over zeggen, maar het gaat over een vrouw die heen en weer wordt geslingerd tussen haar vlugge, Westerse leven en een Indianenstam die leeft volgens het ritme van de natuur. „Een vriendin was in Panama geweest, en was daar een heel leuke Indianenstam tegen het lijf gelopen.” Marion Pauw vond het meteen een geweldig onderwerp voor een boek. „Ik heb wel tien boekideeën op een dag. Het idee dat blijft hangen, daar schrijf ik over.” De indianen bleven hangen, binnenkort gaat ze ze voor de tweede keer bezoeken om research te doen.

Dit zal haar eerste roman worden. „Het voelt alsof ik opnieuw moet leren schrijven.” Een thriller geeft houvast: je hebt een plot met een spanningsboog, cliffhangers en een ontknoping. „Voor een beginnend schrijver werkt dat heerlijk. Het schrijven is voor mij nooit meer zo fijn geworden als toen ik mijn eerste boek schreef. Met een naïef enthousiasme en zonder besef en kennis van hoe het eigenlijk moest.” Nu moet ze opnieuw ontdekken waar het verhaal vaart moet krijgen, welk personage vlees op de botten nodig heeft.

Ze staat op om het hoofdgerecht te maken. Ondertussen vraag ik haar of ze zelf ooit in therapie is geweest, zo natuurgetrouw lijken de therapeutische sessies in de serie In therapie. Zes weken lang, vijf dagen per week volgden afgelopen zomer een paar honderdduizend kijkers een psychotherapeut in zijn praktijk, met elke dag een andere patiënt. „Alleen therapie met een biertje erbij”, zegt ze. Haar beste vriend – ze kent hem nog uit de zandbak in Tasmanië en nu woont hij in dezelfde straat als zij – is psychiater. Een vriendin is ervoor in opleiding.

In het eerste seizoen speelde Jacob Derwig de therapeut, Peter Blok nam het van hem over. „Peter Blok is een grote, robuuste man. Die moest heel anders praten.” Zij bedacht een nieuwe verhaallijn, waarbij de eerste psycholoog patiënt wordt bij de ander. Of ze door In therapie nu serieuzer wordt genomen als schrijver, vraag ik. Ja, ja, zegt ze, terwijl ze voorover bukt om een pan uit een keukenkastje te pakken. „Die serie is reuze goed geweest voor mijn imago.” Het was een onschuldig bedoelde vraag die onbedoeld beledigend uitpakt. Ze draait zich om. Ze benadrukt nog eens wat een „carrièreboost” het was. En vergoelijkt dan: „In therapeutische sessies zijn ook alle vragen bedoeld om iets los te maken bij de ander, om te sturen.”

In minder dan geen tijd zet ze twee tonijnpizza’s op tafel, gemaakt van filodeeg, wasabimayonaise en bedekt met rauwe tonijn. „Niet een van vet druipende deegschijf”, schrijft ze in haar kookboek. „Maar de elegante variant die wordt geserveerd in restaurant Le Garage en Café George.” Niet dat ze iets tegen vet heeft, zie daarvoor de recepten voor zelfgemaakte friet, kaasfondue en mudcake. Ze had een toetje willen maken. Fruitsalade met granaatappelpitjes en rode peper. Ze besluit het niet te doen. „Er moeten muntblaadjes in. En mijn munt is verpieterd in de tuin.” Ze houdt het bij koffie.

De vrouw die vandaag zo afgewogen kookte en sprak, gooit op zondige dagen zonder scrupules een levende kreeft in kokend water voor de lobster thermidor met bechamelsaus, braadt een ‘luie ossenhaas’ met ganzenlever of bakt een wildzwijntournados. „Als je dan ondertussen een mudcake in de oven hebt staan en je bijna bedwelmd raakt door de bakgeuren, dan voel je je echt een übervrouw.”