Oosterhuis moest zwijgen over Claus Misschien, maar de krant toch niet

In het interview met Huub Oosterhuis in de krant van zaterdag meldt deze dat de pastorale zorg die hij ‘een vriend’ gaf, prins Claus betrof (‘Ik censureer de Heer’, 12 november). Zelfs als Oosterhuis niet zou willen dat ik zijn contacten als pastoraal betitel, vind ik het niet betamelijk dat uit dit uiteraard vertrouwelijke contact iets wordt meegedeeld. Als Oosterhuis dat dan al doet, begrijp ik niet dat de krant deze persoonlijke informatie publiceert. Het is een kwestie van wijsheid en niveau om mensen soms tegen zichzelf in bescherming te nemen.

Kees Touw

Den Dolder

Over Oosterhuis kwamen meer brieven van deze strekking (en met waardering voor het persoonlijke interview). Rinskje Koelewijn zegt: „Hij vertelde het me ongevraagd, ik stond al buiten. Misschien wilde hij zich verantwoorden voor zijn bewerking van een Psalm? Of was het ijdelheid, zoals een lezer schrijft? Misschien wilde hij zijn ‘vriend’ een naam en een gezicht geven.”

Waarom ze het opschreef? „Hij vond het belangrijk de naam van zijn vriend te vertellen, ik vond het relevant genoeg om te vermelden. Overigens heeft hij de tekst van tevoren gelezen. Het is niet mijn bedoeling iets te onthullen wat iemand zelf niet kwijt wil.”

Informatie over overleden kennissen is altijd delicaat. Maar Oosterhuis was bevriend met de prins, dat maakt het anders dan een strikt pastorale relatie. En als iemand bij zijn volle bewustzijn zoiets vertelt, in een openhartig (maar on the record-)gesprek, is het niet de taak van de krant het weg te laten. Over de gepastheid van de ontboezeming kan de lezer zelf oordelen.

    • Kees Touw