Mythische vogels

Vandaag over vogelangst. Over de vogel als Vijand, de vogel als Gevaarlijk Dier. Waarom? Daarom. En ook om wat Dick Swaab afgelopen zomer over agressieve vogels heeft gezegd.

Bestaat er eigenlijk vogelangst in Nederland? Dat is direct al een lastige vraag. Er is angst voor het donker, angst voor open ruimtes, voor nauwe ruimtes, angst voor boze mannen en voor al te lieve mannen, angst voor messen, liften, spinnen, slangen en krokodillen. Maar vogels? Je hoort er niet veel over.

Als het geheugen niet bedriegt bestaan er ook niet veel sprookjes met vogels in een ongunstige rol. Ja, ’t was een vogeltje dat Hans en Grietje, en vermoedelijk ook Klein Duimpje c.s., het woud in lokte. Maar dat ging juist zo goed omdat het zo’n vriendelijk vogeltje was. We denken verder nog aan de zes zwanen, de gouden gans, de Bremer stadsmuzikanten en stellen vast: weinig vogelangst bij Grimm. Vogelangst is geen oersentiment in Europa.

Het was dus nogal een waagstuk van de Britse schrijfster Daphne du Maurier om een novelle te schrijven over zwermen vogels die mensen aanvielen. Ze deed het in 1952 en ze had zich laten inspireren, zegt de zoekmachine, door de wolken kokmeeuwen die vaak achter een ploegende ploeg aanvliegen. Of de ‘novelette’ The birds een succes was zegt de machine niet, ’t schijnt dat Du Maurier met de meeuwen de communisten op het oog had, maar zeker is dat Alfred Hitchcock het een mooi verhaal vond. Hij bedacht een film rond hetzelfde thema die in 1963 uitkwam. Zijn horrorfilm was zeker een succes, hoewel de getoonde vogels net zo weinig agressief waren als de ratten in Herzogs Nosferatu (1979).

Nu zijn we bij Dick Swaab beland. Swaab liet een fragment van de The birds vertonen in het VPRO-programma Zomergasten dat op 8 augustus werd uitgezonden. Swaab is neurobioloog en hij wilde er iets neurobiologisch mee illustreren. Swaab denkt dat Hitchcock zich niet alleen liet inspireren door Du Maurier maar ook en vooral door zwermen agressieve vogels die in 1961 mensen hadden aangevallen aan de kust van Californië. Ze bestaan echt, die zwermen, denkt Swaab.

Hij liet zijn verklarende toelichting in Canada beginnen. Daar had hij eind 1987 op een receptie wat mosselen gegeten, hoewel het hem door omstanders was ontraden. Er was net op Prince Edward Island een epidemie geweest van mensen die mosselen hadden gegeten en daar erg ziek van waren geworden. 7 waren in coma geraakt, 4 waren overleden, anderen hadden blijvende geheugenschade opgelopen. Van tijd tot tijd doet zich voor de kust van Californië en West-Canada een bloei van algen voor die een ongekend krachtig neurotoxine ophopen en uitscheiden. Het domoïnezuur (domoic acid, DA) hoopt zich makkelijk op in vissen en schelpdieren. Mensen en vogels die de besmette vissen of mosselen eten lopen groot gevaar.

Vogels die veel domoïnezuur binnenkregen, vertelde Swaab, vliegen tegen ruiten en lantaarnpalen op. En ze vallen mensen aan. Ze krijgen heel sterke gedragstoornissen. Die agressieve vogels van 1961 hadden waarschijnlijk ook te veel domoïnezuur binnen gekregen. ’t Waren papegaaiduikers geweest, zei hij. ‘Geen doden gevallen?’, vroeg gespreksleider Jelle Brandt Corstius professioneel geïnteresseerd. Waarschijnlijk niet, proestte Swaab. Papegaaiduikers! Maar hij ging toch verder met de verschrikkingen. In 1991 hadden aalscholvers mensen aangevallen. Ook mosselen gegeten.

Het is niet om Swaab te corrigeren, maar om de naam van de vogels te zuiveren dat hier geprobeerd wordt enkele onaangenaamheden recht te zetten. Of aalscholvers veel mosselen eten valt te bezien, als ze vissen eten die veel domoïnezuur ophoopten zijn ze net zo ver van huis. De epidemie van 1991 is goed beschreven, hij vond plaats bij Monterey Bay. In 1992 was er een bij Santa Cruz. Steeds domoïnezuur en steeds met aalscholvers en bruine pelikanen als slachtoffer. In niet één van de makkelijk te traceren artikelen worden aanvallen op mensen genoemd. Niet één. Wel beschrijven ze hoe de vergiftigde dieren jammerlijk hun einde vinden in de golven, als ze kantelen en zich niet meer weten op te heffen.

Interessant is de epidemie van 1961, die Hitchcock zo inspireerde. Een adequate wetenschappelijke beschrijving ontbreekt, maar wie flink doorgooglet komt genoeg aan de weet. Het ging niet om papegaaiduikers (puffins, in het Engels) maar om ‘sooty shearwaters’ die in het Latijn Puffinus griseus heten – de verwarring ligt voor de hand. Het dier heeft een gewone Nederlandse naam: grauwe pijlstormvogel.

Pijlstormvogels zijn alleraandoenlijkste en uiterst kwetsbare vogels die normaal gesproken ver op de oceaan leven en alleen voor het broeden aan land komen. Ze broeden in diepe spleten of holen, arriveren altijd diep in de nacht en zijn vermaard om hun crashlandingen. Soms verzamelen ze zich in enorme groepen voor de kust van Californië.

Wat er in de nacht van 17 op 18 augustus 1961 bij Capitola is gebeurd is beschreven op de voorpagina van de Santa Cruz Sentinel. Het oorspronkelijke stuk van Wally Trabing is met enige moeite terug te vinden. Het is eindeloos geparafraseerd in andere bladen, ook in heel veel wetenschappelijke, maar bijna altijd verkeerd en bijna altijd met dat agressieve gedrag erin.

Volgens Trabing werden de inwoners van Capitola en Pleasure Point ’s nachts om 3 uur gewekt door het gebons van tientallen, honderden vogels die tegen hun huizen vlogen. ‘Het regende vogels om ons heen.’ Overal lagen dode of stervende vogels op straat. De verontruste inwoners renden met zaklantaarns naar buiten om te kijken wat er aan de hand was, maar renden ook weer snel naar binnen toen bleek dat de gedesoriënteerde, vergiftigde vogels op de zaklantaarns aankoersten. Erger heeft Wally het niet gemaakt. De volgende ochtend werden de pijlstormvogels die nog leefden naar het strand gebracht en een deel herstelde. Er was geen angst bij de mensen en geen woede bij de vogels.

Die agressie is er pas in gefantaseerd toen iedereen de film van Hitchcock had gezien.

    • Karel Knip