Julio Poch: ‘Ik had alleen mezelf in zee kunnen werpen’

„Iedereen hier weet dat ik onschuldig ben.” Transavia-piloot Julio Poch werd twee jaar geleden opgepakt. Hij zou in de jaren 70 en 80 in Argentinië hebben meegewerkt aan vluchten waarbij politieke tegenstanders van de junta uit vliegtuigen werden gegooid. Op bezoek in de Argentijnse gevangenis. „Wij zijn modelgedetineerden.”

Julio Alberto Poch. De datum van de foto is onbekend. Foto AP

Zeven potige vrouwelijke bewaarders staan achter de tafel in de zaal waar bezoekers van gevangenis Marcos Paz gefouilleerd worden. Ze dragen grijze uniformen, grote riemen en zwarte soldatenkistjes. Nors nonchalant begroeten ze hun klanten. Uit de draagbare radio spettert salsa.

Na drie uur wachten en soebatten met twee nauwelijks zichtbare bewaarders achter een klein loket, heb ik toestemming gekregen om de gedetineerde Nederlandse Argentijn Julio Alberto Poch te bezoeken. De visite mag plaatsvinden ook al beschik ik niet over de vereiste gecertificeerde documenten, zoals papieren met het woonadres en een verklaring van goed gedrag. Chef van dienst Daniel Alvez is bereid de regels soepel toe te passen omdat de bezoeker helemaal uit Nederland is gekomen naar deze streng beveiligde penitentiaire inrichting, op anderhalf uur rijden van de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. ‘Komt van ver’, staat op het document met de toelatingsvoorwaarden, dat in drievoud moet worden ondertekend.

Bezittingen dienen na het fouilleren te worden achtergelaten, broekriem inbegrepen. Alleen een tiental losse velletjes papier en een ballpoint mag ik desgevraagd behouden. Het cadeautje – een witte chocoladeletter P – mag pas mee naar binnen nadat de kartonnen verpakking is verwijderd, het plastic zakje is opengesneden en de letter besnuffeld.

Op het binnenplein gaan de bezoekers op een bankje in de zon zitten. Er wappert een grote Argentijnse vlag. Hier is de halte van de gevangenisbus die de visite naar een van de paviljoens moet brengen. Op het enorme, door vele hoge hekwerken afgeschermde terrein zitten 1.500 gedetineerden opgesloten. Je hoort en ziet er niets van. Opnieuw duurt het wachten lang.

„De bewaarders wanen zich god. Ze snappen niet dat zij net zo goed op een dag opeens bezoeker van een gevangene kunnen zijn. Daarom behandelen ze ons als stront”, moppert een Argentijnse vrouw die haar verjaardag komt vieren in de inrichting waar haar zoon zit. „Ik word vandaag zestig jaar. Maar je zou het niet zeggen”, voegt ze er aan toe.

Na veertig minuten komt een kleine bestelwagen voorrijden. Het busje dat normaal de bezoekers vervoert, is stuk. Zeven vrouwen met tassen vol voedsel, twee kinderen en een man worden achterin het voertuig gepropt voor een tocht naar de gevangenen. Poch zit in eenheid IV, paviljoen zes.

Julio Poch (Buenos Aires, 1952) wordt door de Argentijnse justitie verdacht van misdrijven tegen de menselijkheid. Hij werd ruim twee jaar geleden opgepakt in Spanje. De arrestatie volgde toen hij als gezagvoerder bij Transavia de laatste vlucht voor zijn pensionering maakte. De sinds 1988 in Nederland wonende en werkende Poch werd opgepakt na aangifte van collega’s. Zij beweerden dat Poch in 2003 tijdens een etentje op Bali had verteld dat hij als Argentijns marinepiloot ten tijde van de junta (1976-1983) dodenvluchten had uitgevoerd. Tegenstanders van het militaire bewind – subversieven – werden in die jaren gedrogeerd boven zee uit het vliegtuig gegooid.

In mei 2010 leverde Spanje Poch uit aan Argentinië. Eind vorig jaar bepaalde een Argentijns Hof van Beroep dat hij een proces niet langer in de cel hoefde af te wachten. Hij mocht Argentinië niet verlaten. Na vijf maanden kwamen de rechters terug op dit besluit en moest Poch weer de cel in. In september bepaalde het gerechtshof dat hij zich in een rechtszaak zal moeten verantwoorden voor de dood van 29 Argentijnen. In afwachting van het proces blijft hij gedetineerd. Wanneer zijn strafzaak dient, is onbekend.

De ontvangstzaal van paviljoen zes is een grote kale ruimte vol plastic tuinmeubelen. Ik ben de enige bezoeker. Naast de toegangsdeur hangen twee plakplaatjes. Op de ene staat dat er niet mag worden gerookt, de andere toont een condoom en een telefoonnummer waar de voorbehoedsmiddelen gratis kunnen worden besteld.

Bij ons is het altijd rustig. Wij zijn modelgedetineerden.

Als bewaarders vanuit de controlepost de elektronische schuifdeur hebben geopend, wandelt Poch binnen met twee gestapelde plastic stoelen en een volle boodschappentas. Hij draagt een beige broek, een groen geblokt overhemd met korte mouwen. Hij oogt jeugdig.

Poch weet van zijn in Nederland wonende vrouw Grethe, met wie hij elke avond telefoneert, dat hij vandaag mogelijk bezoek krijgt. Hij heeft zich goed voorbereid op de visite. Uit zijn tas haalt hij een kleedje waarmee hij buiten op het terras een tafeltje in de schaduw dekt. Poch heeft ook een thermoskan met warm water om koffie te zetten, een fles tonic, vier medialunas (Argentijnse croissants) van gisteren en twee pakken koekjes.

„Je hebt ontzettende mazzel dat ze je zonder documenten de gevangenis hebben binnengelaten. En als ze hadden geweten dat je journalist bent, zou je meteen zijn weggestuurd”, zegt Poch in goed Nederlands. Hij is spraakzaam en bedankt vriendelijk voor het intussen deels gesmolten snoepgoed.

Poch vertelt dat hij met 45 gevangenen op een afdeling zit. Allemaal gedetineerden die vroeger bij defensie, politie of gevangeniswezen hebben gewerkt. Ze worden apart gehouden van de ‘gewone’ gedetineerden om te voorkomen dat er vechtpartijen ontstaan. „De andere gevangenen hebben meestal een hekel aan leden van de strijdkrachten en politiemannen. In die andere paviljoens zijn veel incidenten. Ze proberen voortdurend goederen naar binnen te smokkelen. Vandaar dat iedereen streng wordt gefouilleerd. Bij ons is het altijd rustig. Wij zijn modelgedetineerden”, zegt Poch. Uit zijn zak haalt hij een zelfgefabriceerd naambordje dat hij op zijn borst speldt. Het toont de Argentijnse vlag en zijn naam Julio Poch. Preso politico, staat eronder. Politiek gevangene. „Zo noemen we ons”, zegt hij.

„Wij worden beter behandeld dan de gewone gedetineerden. De bewakers zien dat wij geen criminelen zijn. Het gevangenispersoneel heeft respect voor ons vanwege ons goede gedrag. Binnen de regels proberen ze ons zo netjes mogelijk te behandelen. Onze cellen zitten niet op slot. We zijn ook veel ouder, sommigen zijn ouder dan 80 jaar. Ik ben 59 jaar en een van de jongste gedetineerden op deze afdeling. Ironisch, niet? De mannen die verantwoordelijk waren ten tijde van de junta zijn overleden of lopen vrij rond, maar wij, eenvoudige militairen, zitten vast.”

Onder het bewind van president Néstor Kirchner (2003-2007) werden amnestiewetten uit de jaren negentig, die vervolging van militairen voor misdrijven ten tijde van de junta onmogelijk maakten, ingetrokken. De aanpak van verdachte militairen en van een aantal civiele bestuurders is nu in volle gang. Vorige maand werden zestien militairen veroordeeld tot levenslange gevangenisstraffen.

In Argentinië zijn 1.100 strafzaken geopend tegen militairen en burgers wegens misdrijven tegen de menselijkheid. „Van die groep zitten verspreid over het land 320 verdachten vast”, zegt Poch. „Veel militairen mogen wegens slechte gezondheid of hoge leeftijd thuis hun proces afwachten. Hier in Marcos Paz verblijven negentig verdachten uit de tijd van de junta, verspreid over twee afdelingen. De afgelopen twee jaar zijn al 150 gedetineerden overleden. Op onze afdeling stierven zes mannen.”

Lees ook over de verdediging van Poch: ‘Moordpiloot’ Julio Poch begint aan zijn verdediging

Later die dag stelt Poch zijn Nederlandse bezoeker voor aan een aantal medegedetineerden. Naast ons zit een politieman uit Chaco die tot 25 jaar cel is veroordeeld en even verderop een andere piloot. In de gevangenis kwam Poch ook een klasgenoot tegen die met hem tussen 1969 en 1972 op de marineschool zat. Ze hebben allemaal een individuele cel. Poch is er redelijk tevreden over. Hij zit in een ruimte van 6 bij 3 meter en beschikt over een eigen toilet en wastafel. Poch krijgt af en toe bezoek van zijn 80-jarige moeder Luz en zijn broer Carlos. Zus Patricia komt wekelijks langs. Echtgenote Grethe is pas twee keer op visite geweest. Een keer na financiële hulp van de door oud-collega’s bestierde stichting Justice for Julio Poch. En vorig jaar heeft De Telegraaf, vertelt Poch, toen hij vrij was, een ticket naar Argentinië betaald voor Grethe. Als tegenprestatie gaf Poch een interview.

„Het vreet aan je gezondheid om vast te zitten voor iets wat je niet gedaan hebt. Ik heb niks te maken gehad met dodenvluchten en ik hoor hier niet te zijn. Mijn reputatie is op een schandalige manier geschaad. Ik heb één troost: mijn familie, vrienden en iedereen hier weet dat ik onschuldig ben. Sommige gedetineerden hebben wel orders opgevolgd. Maar ik had het geluk dat ik nooit heb hoeven vechten tegen subversieven. Daarom kon ik in Bali destijds ook vrijuit praten en alleen in algemene zin mijn collega’s vertellen over de strijd die zich had afgespeeld in Argentinië. Als ik schuldig was geweest, had ik toch nooit over de junta gesproken? Ik had destijds alleen een conventionele rol bij de marine.”

Wat betekent dat?

„Ik trof voorbereidingen om mijn land te kunnen verdedigen. We hadden tussen 1976 en 1978 vanwege grensgeschillen bijvoorbeeld bijna oorlog met buurland Chili.”

Hoe verklaart u de nasleep van dat etentje op Bali?

„Voor mij is het een grote verrassing wat er is gebeurd. Ik kon het eerst niet serieus nemen toen ik in Spanje werd gearresteerd. Dit is een misverstand, dacht ik. Na een uurtje zal ik wel weer op vrije voeten zijn. .

„We hadden in Bali gewoon een gezellig etentje met collega’s van wie ik sommigen al vijftien jaar kende. Maar door de tijd en doordat het gesprek in het Engels was, zijn er misverstanden ontstaan. Jaren later herinnert iedereen zich de gebeurtenissen ook anders. Misschien doordat sommigen iets te veel gedronken hadden. Ik had op een enkel glas na niets gedronken, dat doe ik nooit.

„Ik wilde gewoon informatie geven over de toenmalige toestand in Argentinië. Een van de collega’s is drie jaar later aangifte gaan doen. Hij is zich ook pas later gaan verdiepen in informatie over de strijd in Argentinië en heeft de situatie gewoon verkeerd geïnterpreteerd. Ik kon destijds niet betrokken zijn geweest; ik was niet opgeleid voor het vliegen met de toestellen die zijn gebruikt voor dodenvluchten. Ik vloog vanaf maart 1976 alleen straalvliegtuigen met een schietstoel. Ik had alleen mezelf in zee kunnen werpen.”

De terroristen van destijds zijn allemaal op vrije voeten. Hun slachtoffers krijgen niets.

Waarom heeft de Nederlandse justitie uw arrestatie mogelijk gemaakt?

„Omdat ze niet uitgingen van mijn onschuld. Ze kenden de details niet. Zij redeneerden dat ik wel schuldig moest zijn omdat ik een bekentenis zou hebben afgelegd tegenover collega’s. Justitie heeft voorbarig conclusies getrokken, zonder eigen onderzoek.”

Wat vindt u van het handelen van Nederland?

„De houding van Nederland in 2009 was heel slecht. Ze hebben een Nederlandse burger overgeleverd aan een onrechtvaardig bewind. Er spelen politieke motieven. Ik ken meneer Zorreguieta niet, maar hij is natuurlijk vanwege zijn banden met het Nederlandse koningshuis heel belangrijk in Nederland. Het zou mij niet verbazen als Nederland met Argentinië afspraken heeft gemaakt: Nederland regelde dat ik terecht kon staan in Buenos Aires als Argentinië zou beloven de vader van prinses Máxima met rust te laten.”

„De Argentijnse onderzoeksrechter Sergio Torres is er alles aan gelegen om mij te laten veroordelen. Justitie was er hier niet eerder in geslaagd een piloot te arresteren voor het maken van dodenvluchten. Een week na mijn aanhouding in Valencia is er in Bariloche een helikopterpiloot opgepakt. De echte piloten van de transportvluchten kunnen of willen ze niet vinden. Door ons twee te berechten hoopt justitie het hoofdstuk dodenvluchten af te sluiten. Ik hoop dat ze alsnog een piloot van dodenvluchten vinden die kan zeggen dat Poch ten onrechte vastzit.”

Waarom zouden de rechters meewerken aan het opsluiten van een onschuldige?

„De rechtbank stelt dat er aanwijzingen zijn voor mijn schuld. Omdat er die verklaringen zijn van Nederlandse collega’s en omdat ik marinepiloot was. Of ik ook schuldig ben, moet straks maar blijken tijdens het proces. En dus zit ik al ruim twee jaar met een onderbreking van vijf maanden vast. Terwijl hier in Argentinië verdachte moordenaars rustig vrij rond mogen lopen in afwachting van hun proces.”

Plotseling gaat de deur open en komen tientallen vrouwen binnen. Het is donderdag, bezoekdag van vrouwen. Alle tafeltjes zijn in een mum van tijd bezet. Overal beginnen mensen te eten. Na een aantal vrouwen en andere gedetineerden te hebben begroet, begint Julio Poch uit te leggen dat hij zich slachtoffer voelt van de Kirchners. Voormalig president Néstor Kirchner en zijn echtgenote en huidige president Cristina sympathiseerden in hun jonge jaren met de Montoneros. Een linkse groepering van stadsguerrilla’s – de subversieven – met wie de junta afrekende. Nu slaan de Kirchners terug.

Ik ben heel trots op mijn verleden bij de marine. Ik heb niemand schade toegebracht.

„De Kirchners misbruiken het thema mensenrechten om politiek te scoren. Maar de echte drijvende kracht achter de huidige processen lijkt Horacio Verbitsky (onderzoeksjournalist van de linkse krant Pagina/12 en directeur van de mensenrechtenorganisatie CELS, red.). Hij was een Montonero in de jaren zeventig. Hij was terrorist. Verbitsky heeft veel invloed op de vonnissen die rechters vellen.

„De processen tegen verdachte militairen zijn ook big business. Tipgevers krijgen geld. Ik denk niet dat de collega’s die mij hebben aangegeven het om de premie deden, maar ik denk wel dat ze nu geld hebben gekregen. Ik word vervolgd voor de dood van 29 mensen. Voor elk slachtoffer wordt voor één miljoen peso (170.000 euro) beslag gelegd. Familieleden van de slachtoffers krijgen geld als ik word veroordeeld. Wat ze bij mij niet kunnen halen, wordt door de Argentijnse regering aangevuld. Ook de mensenrechtengroepen ontvangen geld. Er is dus een financieel belang om mensen te veroordelen.”

Dan wordt u nooit vrijgesproken?

„Dat vind ik vervelend om te horen. In de net afgesloten strafzaak tegen militairen zijn twee man niet veroordeeld. Zij konden aantonen dat ze niet actief waren geweest in het martelcentrum ESMA. Dat geeft hoop. Generaal Videla en de juntaleden hebben destijds de controle verloren. Dat zij mensen uit vliegtuigen lieten gooien is horror, totaal inhumaan. Maar nu wordt er wel erg eenzijdig opgetreden. De terroristen van destijds zijn allemaal op vrije voeten. Hun slachtoffers krijgen niets.”

Wanneer begint uw proces?

„Er is nog geen datum. Een grote groep verdachten wacht op een proces. In de volgende strafzaak staan zo’n vijftig man tegelijk terecht. Daar zit ik niet bij. Ik weet ook niet hoe lang mijn proces zal duren. Het vorige nam twee jaar in beslag. En ik zit al twee jaar vast. Niet te geloven.

„Ik ben heel trots op mijn verleden bij de marine. Ik heb niemand schade toegebracht. Ik ben 36 jaar piloot geweest en dacht altijd aan de veiligheid van mijn passagiers. En nu deze horror. Gelukkig krijg ik veel steun van familie en vrienden en oud-collega’s. Maar na twee jaar is iedereen moe. Niemand weet meer wat te zeggen. Ik was bang in de gevangenis te overlijden. Wij zijn mensen die niet gewend zijn achter de tralies te leven. Ik vecht door om tegenover de hele wereld mijn onschuld aan te tonen. Ik wil mijn goede naam terug. Ik hoop wel dat Nederland erop toeziet dat ik een eerlijk proces krijg.”

In de bezoekerszaal is het erg lawaaierig geworden. Poch stelt voor rondjes te lopen op het omheinde sportveld. Heeft hij er nooit aan gedacht de grens over te glippen toen hij eerder dit jaar vijf maanden vrij was? „Nee, ik dacht na mijn vrijlating dat alles alsnog goed zou komen. Stom eigenlijk. Ik heb begin dit jaar nog een tochtje gemaakt naar Tigre (plaatsje ten noorden van Buenos Aires aan de Paraná Delta, red.). Daar kun je makkelijk een boot nemen naar Uruguay. Maar dit is real life. Dit is geen Hollywood. Ik heb geen zin om me na een ontsnapping de rest van mijn leven te moeten verstoppen. Iedereen zou dan denken dat ik schuldig ben.”