Hoofdredacteur denkt nu na over geld en klanten

Lange tijd was de hoofdredacteur de tegenstrever van de directeur. Die scheiding is niet langer houdbaar, blijkt uit het boek De hoofdredacteur. De hoofdredacteur is nu vooral manager. Een lastige dubbelpositie.

In 1960 stond in Vrij Nederland een serie interviews met de toonaangevende hoofdredacteuren van dagbladen in Nederland. Het waren acht portretten, geschreven door journaliste Bibeb, van mannelijke karakters, onder wie ‘krantenbeest’ Joop Lücker (de Volkskrant) en Chris A. Steketee (Algemeen Handelsblad). Uit de gesprekken kwam het beeld naar voren van een schrijvende hoofdredacteur die met een vaderlijke aanpak zijn redacteuren aanstuurde. „In die tijd leek de hoofdredacteur nog een beetje op het archetype dat Lou Grant in de jaren zeventig neerzette als redactiechef in de dramaserie over een krant”, zegt mediahistoricus Huub Wijfjes. „Grant speelde de klootzak die met een peuk in zijn mond foeterde tegen alles wat hem dwarsboomde: hard tegen de redactie, maar met een schild tegen de buitenwacht en wars van bureaucratisch leidinggeven.”

Dat romantische beeld, van een met inkt bevlekte hoofdredacteur die zich gedraagt als one the boys, klopt volgens Wijfjes allang niet meer. „In de huidige mediawereld moet een hoofdredacteur ook over managementkwaliteiten beschikken.” Gisteren presenteerde de mediahistoricus in Groningen De Hoofdredacteur. Over ondernemend leiderschap in de journalistiek . Met studenten Journalistiek van de universiteit van Groningen deed Wijfjes de afgelopen drie jaar onderzoek naar de taakopvatting van Nederlandse hoofdredacteuren bij kranten, weekbladen, persbureaus, omroep en nieuwe media. Van de meer dan vijftig gesprekken met hoofdredacteuren werden er twintig in de bundel opgenomen. Het resultaat is een lijvig werk met portretten van Philippe Remarque (de Volkskrant) en Barbara van Beukering (Het Parool) tot Carel Kuyl (Nieuwsuur) en Harm Taselaar (RTL Nieuws).

Wat uit de gesprekken naar voren komt is dat de hoofdredacteur, met de komst van nieuwe media en van modern management, zich steeds meer met de zakelijke kant van het bedrijf moet bezighouden. „Hoofdredacteuren bij de schrijvende pers hebben nauwelijks meer tijd om een stuk te schrijven en ze kunnen de redactie alleen nog op hoofdlijnen aansturen”, aldus Wijfjes.

Door de crisis in de mediawereld wordt het bedrijfsbelang in toenemende mate gelijkgesteld aan het journalistieke belang. Als voorbeeld noemt Wijfjes de traditioneel sterke persbureaus ANP en GDP die de afgelopen jaren onder druk van bezuinigingen bij kranten en de opkomst van nieuwe persdiensten als Novum steeds meer klanten verloren. „Het ANP kwam in 2010 in handen van investeringsfonds V-Ventures. Sinds die overgang heeft het ANP niet alleen meer de kerntaak om de nationale dagbladen van nieuws te voorzien.”

Uit het portret van Erik van Gruijthuijsen, tot juni dit jaar zowel directeur als hoofdredacteur van ANP Media, blijkt dat hij hard bezig is andere markten te veroveren. Gruijthuijsen wil nieuwe digitale en mobiele toepassingen van het nieuws verkennen en heeft zich gestort op de zakelijke kant van het bedrijf. Bij zijn aanstelling in 2007 koos hij voor de dubbelfunctie van zowel directeur als hoofdredacteur. Die dubbele positie, inmiddels is Gruijthuijsen alleen zakelijk directeur, bestond nog niet eerder bij het ANP. „De hoofdredacteur werd lang gezien als de natuurlijke tegenstrever van de directeur”, aldus Wijfjes. „Inmiddels is dat een twintigste-eeuws idee.”

Volgens Wijfjes is die scheiding tussen hoofdredactionele koers en bedrijfsvoering van de directie niet meer houdbaar. „Vrijwel alle dagbladen zijn sinds 2004 geconfronteerd met een oplagedaling tussen 3 en 16 procent. De markt dwingt de hoofdredacteur om zich anders op te stellen. Er moeten nieuwe manieren worden gevonden om lezers te binden. Bij gratis kranten als Sp!ts en Metro lopen de zakelijke en de journalistieke belangen allang door elkaar. Datzelfde geldt voor de commerciële omroepen. Daar kan je soms een interview kopen als je genoeg geld hebt. Zoiets vraagt om een sterk journalistiek tegenwicht.”

Vooral in de omroepwereld dreigen journalistieke overwegingen snel het onderspit te delven door vernieuwingsdrang. „De positie van de hoofdredacteur is slecht ontwikkeld. Bij SBS valt de hoofdredactionele functie zelfs samen met de televisiedirectie”, zegt Wijfjes. „Zover gaat het nog niet bij RTL en de NOS maar toch kan de onafhankelijkheid van de journalistieke afweging daar snel worden aangetast.”

Ook in de schrijvende pers blijkt de juiste balans tussen het directeur- en hoofdredacteurschap een moeilijke zaak. In het interview met Birgit Donker, voormalig hoofdredacteur van NRC Handelsblad, wordt het conflict aangekaart dat vorig jaar ontstond bij de krant. Begin 2010 weigerde Donker mee te gaan met het voorstel van uitgever Gert Jan Oelderik om het merk NRC te gebruiken om nieuwe commerciële producten op de markt te brengen. Als hoofdredacteur verzette zij zich tegen de wijze waarop deze nieuwe uitgaven ingebed zouden worden binnen NRC Media. Het concept van Oelderik stelde dat de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor deze uitgaven bij de directie zou liggen, en niet bij de hoofdredacteur. Voor Donker was dit onacceptabel, aangezien dit de redactionele autonomie zou ondermijnen en het journalistieke aanzien van NRC zou kunnen aantasten. „Omdat ze zich principieel opstelde, moest ze gedwongen aftreden”, zegt Wijfjes.

Als hoofdredacteur had Donker ook zitting genomen in de directie van de krant. Juist die positie maakte het mogelijk voor de Raad van Commissarissen om haar te verzoeken terug te treden toen zij in conflict kwam met Oelderik, stelt Wijfjes. Ondanks het feit dat de dubbelfunctie Donker kwetsbaar maakte, noemt Wijfjes haar keuze om directeur én hoofdredacteur te zijn verstandig. „Hoofdredacteuren hebben zich in het verleden te weinig met de zakelijke kant van het bedrijf beziggehouden. Daardoor hebben directies te veel ruimte gehad om te kunnen doen en laten wat ze willen. Om een tegenwicht te kunnen bieden aan de uitgever moet de hoofdredacteur juist zitting nemen in de directie. Je moet bij de beslissingen die het management maakt aanwezig zijn wil je invloed kunnen uitoefenen.”

De mediahistoricus wijst erop dat steeds meer (adjunct-)hoofdredacteuren in de afgelopen jaren zelf directeur zijn geworden. Deze stap noemt hij positief. „Het is goed dat er in de directie iemand zit met verstand van journalistiek, dat is beter dan iemand die alleen kennis heeft van marktmodellen en tabellen.”

Maar wat blijft er nog over van de traditionele instrumenten om de journalistieke onafhankelijkheid te waarborgen? Is zoiets als een redactiestatuut nog wel zinvol? Wijfjes betwijfelt het. „Zo’n statuut kan nuttig zijn maar er zijn nieuwsorganisaties die het zonder stellen. Nieuwssites als Nu.nl en Novum leveren goede journalistieke kwaliteit af. Je moet als hoofdredacteur niet bang zijn je journalistieke onafhankelijkheid te verliezen omdat je zakelijk bent.”

En hoe zit het met de vrouwelijke hoofdredacteur? Heeft zij het imago van een foeterende Lou Grant weten bij te stellen? In de bundel wijdt Wijfjes een apart hoofdstuk aan de positie van de vrouw in journalistiek. „Vrouwen zijn in leidinggevende functies in de media nog altijd ondervertegenwoordigd”, constateert hij. In 2002 was slechts 6 procent van de 89 leden van hoofdredacties van dagbladen vrouw. Bij de omroepen was dit percentage 20, maar daaronder vielen ook eindredacteuren. Wijfjes: „De harde nieuwslijn in de hoofdredactie wordt nog altijd uitgezet door mannen.” Volgens hem kiezen weinig vrouwen voor de journalistieke top omdat de ‘eis van totale beschikbaarheid’ afschrikt. „Mannen hebben daar minder moeite mee. Wat dat betreft is het nog altijd haantje-de-voorste, geen kippetje-de-voorste.”

Huub Wijfjes & Bas de Jong: De hoofdredacteur. Uitgeverij AMB.

Philippe Remarque, hoofdredacteur Volkskrant

,,Journalisten zijn over het algemeen beroerde managers.”

Birgit Donker, hoofdredacteur NRC Handelsblad (2006-2010)

„Ik geloof dat onafhankelijke journalistiek heel belangrijk is, maar winstgevendheid is een waarborg voor je onafhankelijkheid.”

Barbara van Beukering, hoofdredacteur Parool

,,Ik heb vier kinderen en ik vind het moederschap toch een beetje hetzelfde als leidinggeven aan een krant: streng maar rechtvaardig zijn en zorgen dat iedereen gelukkig is.”

Bart Brouwers, hoofdredacteur Sp!ts (2006-2010)

,,Hier bij Sp!its ben ik meer een ondernemer dan een journalist. En dat bevalt me uitstekend.”

Erik van Gruijthuijsen, algemeen directeur ANP

,,Het spanningsveld tussen journalistiek en zakendoen, dat maakt dit leven spannend en aangenaam.”

Hans Laroes, tot juli 2011 hoofdredacteur NOS Nieuws

,,Het hoofdredacteurschap begint in de journalistiek.”

Harm Taselaar, hoofdredacteur RTL Nieuws

,,Als wij het niet goed doen, dan zeggen kijkers: de groeten, we gaan naar iemand anders.”

Carel Kuyl, hoofdredacteur Nieuwsuur

„Wij als hoofdredacteuren zijn allemaal mensen die het altijd al leuk vonden om wat te organiseren.”