En nu weer over naar iets heel anders

Aflevering 12: over de typisch Britse en tegelijkertijd internationale comedy van Monty Python.

©

Twee overduidelijk Franse wetenschappers – alpinopet, Bretonse trui en een snor die ze aan elkaar overgeven – demonstreren een nieuwe vinding, die achter hen in modelvorm op een schoolbord bevestigd is. Wat je ziet is een schaap, maar dat is schijn. Doorratelend in fantasie-Frans, doorspekt met mèh-mèhs en bâah-bâahs, legt de lange lijs links uit dat het hier gaat om un mouton anglo-français, oftewel een passagiersvliegtuig dat net als de Concorde ontwikkeld is door Fransen én Engelsen. Het opdondertje rechts laat zien waar de wielen en de propellers zitten, waarna beide wetenschappers de deurtjes op de buik van het schaap openklappen en uitbarsten in een imitatie van het vliegende schaap die gepaard gaat met sullige loopjes en vreemde geluiden.

It’s… Monty Python’s Flying Circus. Of liever: het middengedeelte van een scène uit de tweede aflevering van de legendarische comedy-serie die van 1969 tot 1974 op de BBC-televisie te zien was. De ‘French Lecture on Sheep Aircraft’, met John Cleese en Michael Palin, wordt voorafgegaan door een even absurde dialoog over vliegende schapen tussen een boer en een man-met-bolhoed (Terry Jones en Graham Chapman) en onmiddellijk gevolgd door een interview met vier door mannen gespeelde volksvrouwen in een supermarkt, die vertellen hoe goed ze kunnen opschieten met Jean Paul Sartre, Voltaire en ‘Renny Day-cárt’. Het item eindigt met een korte animatie (gemaakt door Terry Gilliam) waarin een tekstballonnetje bij de denker van Rodin (‘I think therefore I am’) wordt doorgeprikt.

Bijna alles van Monty Python zit erin (op het zesde lid van het collectief, Eric Idle, na): het absurdisme en het spelen met taal, het in elkaar schuiven van sketches en de minachting voor de punchline, de Britse travestiegrappen en de surrealistische animaties. Voeg daarbij een terugkerende voorkeur voor het doorbreken van de ‘vierde wand’ (‘This is the silliest sketch I’ve ever been in’) en de zogeheten ‘cold open’ (het beginnen van een aflevering zonder tune of begintitels) en je kunt begrijpen hoe vernieuwend de serie eind jaren zestig was. Er waren voorbeelden, zoals de Goon Show op de radio (1951-1960), de anarchistische humor van Spike Milligan, The Frost Report en de shows van Dudley Moore en Peter Cook, maar dit Flying Circus zette alles op zijn kop. Monty Python had geen formule, laat staan een format. Het bood briljant spel, sterke teksten en grensoverschrijdende humor.

©

©

Kortom: typisch Brits en tegelijkertijd internationaal – en niet alleen door sketches als ‘Dirty Hungarian Phrasebook’ (waarin nietsvermoedende Hongaarse toeristen de schunnigste vragen stellen aan Londense politieagenten) of ‘Cheese Shop’ (waarin een hongerige John Cleese wanhopig alle kazen van Europa opnoemt in een poging er één te vinden die in de winkel aanwezig is). In 45 afleveringen, vijf speelfilms (waaronder de onovertroffen togafilmparodie Life of Brian), zeven boeken en een dozijn langspeelplaten construeerde Monty Python een alternatieve Europese cultuurgeschiedenis: Michelangelo verdedigt zich tegenover de paus voor zijn wel heel vrije opvatting van het Laatste Avondmaal (met 28 discipelen en een kangoeroe); in Swansea wordt het kampioenschap ‘Proust in 15 seconden’ georganiseerd; Pasolini regisseert een cricketmatch (met geheimzinnige jumpcuts en veel seksuele en religieuze symboliek); en in het Olympisch stadion spelen Griekse en Duitse filosofen een potje voetbal tegen elkaar (met een kopgoal van Socrates die ontologisch betwist wordt door Hegel).

Het is al vaak gezegd: wat de Beatles waren voor de popmuziek, was Monty Python voor de televisiekomedie. De invloed van de vijf Engelsen en één Amerikaan (tekenaar Terry Gilliam) was fenomenaal. Niet alleen op de Britse comedy, die dankzij ‘text-driven’ series als Fawlty Towers (met John Cleese), Not the Nine O’Clock News en Blackadder (met Rowan Atkinson), French & Saunders en A Bit of Fry & Laurie vanaf de jaren zeventig een van de belangrijkste culturele exportproducten zou worden. Maar ook op stand-up comedians en televisiekomieken in heel Europa en de rest van de wereld. In Amerika, waar de Pythons ook dankzij hun films en hun legendarische optredens in The Hollywood Bowl supersterren werden, verklaarden Saturday Night Live en zelfs South Park zich schatplichtig (denk aan de nietsontziende humor en de ‘cut-out-animatietechniek); in Nederland waren bijvoorbeeld Jiskefet, Draadstaal, Toren C en de radio-persiflages van Binnenland 1 ondenkbaar zonder het pionierswerk van de Pythons.

‘Pythonesque’, als aanduiding voor krankzinnige humor, heeft het Engelse woordenboek gehaald en is ook op het continent een begrip, net als ‘Wink-wink, nudge-nudge’, ‘Always Look On The Bright Side Of Life’, en natuurlijk ‘And now for something completely different’. Trouwens, iedere wereldburger wordt elke dag achter zijn computer herinnerd aan een van de andere begrippen waarmee Monty Python onze cultuur verrijkte. Toen er een naam bedacht moest worden voor alle ongewenste e-mail die je op je bordje krijgt, koos men voor ‘spam’ – naar het smerige geperste vleesafval dat een hoofdrol speelt in een sketch over de even smerige als eenzijdige keuze in een typisch Engelse cafetaria. Een cafetaria vol zingende Vikingen, dat spreekt vanzelf.

Pieter Steinz