Elke dag opnieuw: diep zitten, diep zitten!

Niet elke topsporter haalt de top. Margriet de Schutter merkte de gevolgen toen ze van het ijs stapte.

Een bekende sportvrouw worden, het was haar niet gegund. Ze haalde nooit de Olympische Spelen, haar grote droom. Laat staan een olympische medaille. Maar een mislukte sportcarrière – na negen jaar shorttracken in de nationale selecties? „Als je alles, maar dan ook alles hebt gedaan wat je kon doen – en je deed dat met passie – hoe kun je dan een mislukte carrière hebben gehad?”

Margriet de Schutter is pas 25 jaar en al anderhalf jaar gestopt met schaatsen. Kort na ‘Vancouver’, de Winterspelen waarvoor ze alles opzij had gezet maar die ze uiteindelijk alleen op televisie zag, vond ze het welletjes. Ineens was ze ex-topsporter, op zoek naar een nieuw leven. Op de tast, want een handboek voor de ex-topsporter bestaat niet, merkte ze. Zeker niet voor de ex-topsporter die de wereldtop nooit haalde.

Daar moest ze iets mee. Ze maakte een documentaire over haar sportleven: Diepgaan voor Vancouver. „Ik wilde de kijker laten zien dat als je net onder de top blijft, je niet meer interessant bent, terwijl je net zoveel trainingsarbeid hebt geleverd. Ik had geen A-status, want ik zat niet bij de beste acht van de wereld. Daardoor had ik ook geen recht op nazorg toen ik stopte. Dat is best krom. Als je de top niet haalt heb je het misschien wel harder nodig. Dat wilde ik objectief laten zien. Niet als verwijt.”

Jarenlang trainde De Schutter met de nationale selecties, op weg naar Vancouver. Vaak drie keer per dag. In Heerenveen, vlak achter het Abe Lenstra Stadion, deelde ze een huis met Annita van Doorn, het gezicht van de Nederlandse shorttrackvrouwen, en langebaanschaatsster Jorien Kranenborg. Ze deed honderden krachttrainingen, fietste duizenden trainingskilometers, schaatste ontelbaar veel rondjes. „Buiten de ijsbaan had ik een vergelijkbaar niveau als Annita en Liesbeth Mau Asam, onze beste schaatssters, maar op het ijs kwam het er niet uit. Dus ging ik nog meer doen, elke keer een schepje erboven op.” Totdat de lijn knapte, vlak voor Vancouver. Met vijf blessures in vier maanden, van een nekkneuzing via een hersenschudding naar een schouder uit de kom, kondigde zich onontkoombaar het einde aan. ,,Ik wist wel: mijn lichaam probeert me iets te vertellen.”

Twee jaar voordat ze uiteindelijk stopte, werd ontdekt dat haar enkelgewricht simpelweg niet flexibel genoeg is om op het hoogste niveau te kunnen shorttracken. „Ik kan niet diep genoeg ‘zitten’. Elke dag kreeg ik het te horen. Diep zitten, diep zitten! Vandaar ook ‘Diepgaan voor Vancouver’. Ik zat de hele dag rekoefeningen te doen.”

Ze verbaast zich erover dat het nooit eerder werd ontdekt. Medische keuringen lijken zo vanzelfsprekend in een topsportmilieu. „Sporters zouden medisch beter gescreend moeten worden. Op wilskracht kun je veel bereiken, maar het houdt een keer op.”

Het hangt als een zwaard boven elke sportcarrière. Stoppen. Olympisch kampioenen, maar ook degenen die nooit in de buurt van de medailles kwamen. Margriet de Schutter was vooral verbaasd over het gebrek aan informatie. En nazorg. „Je hele leven staat op zijn kop. Je ultieme doel is weg, je maatjes, je dagelijkse trainingen. Je moet ineens ontdekken wat je nog meer kunt. En hoe moet je aftrainen? Daar is nauwelijks onderzoek naar gedaan.”

Als ze uit bed kwam was ze soms duizelig. Of ze zag vlekken voor haar ogen. „Ik had ook meteen een schuldgevoel, omdat ik niet ging trainen. Trainen zag ik altijd als ‘goed’, niet trainen is ‘slecht’. Want als je niks doet word je niet beter. Zo voelde ik dat. Dus toen ik drie dagen niks had gedaan, voelde ik me al ongelooflijk schuldig. Ik was ook bang dat ik dik zou worden, of dat mensen me niet meer leuk zouden vinden als ik geen schaatsster meer was.”

Haar oud-collega Mau Asam, ook net gestopt, kreeg door haar A-status wél begeleiding van NOC*NSF. Met terugkomdagen. De Schutter: „Ik dacht: dat kan toch niet? Ik heb ook negen jaar elke dag getraind. Toen wist ik dat ik hier iets mee moest doen.”

De documentaire maakte ze ter afronding van haar studie mediastiek, die ze in Groningen weer had opgepakt. Bij het Noordelijk Filmfestival in Leeuwarden won ze de prijs voor het beste scenario, waardoor ze haar film kon gaan maken. Op één voorwaarde: het moest over háár gaan, niet over de afgezwaaide topsporters die ze had geraadpleegd, zoals de judoka’s Deborah Gravenstijn en Dennis van der Geest, en de schaatsers Erben Wennemars, Jochem Uytdehaage, Barbara de Loor en Yvonne van Gennip. Die openden haar wél de ogen. „Ik merkte dat je allemaal hetzelfde meemaakt als je stopt, of je nou de top hebt gehaald of niet. Ik had geen andere gevoelens dan iemand die olympisch kampioen was geworden. Zij hadden dezelfde twijfels, dezelfde vragen, dezelfde verschijnselen. Ik had me altijd een beetje minderwaardig gevoeld, omdat ik mijn ultieme doel niet bereikt heb, maar toen ik dat hoorde dacht ik: mijn carrière is niet zo gek geweest. Hoezo moet ik mij rot voelen? Ik heb alleen die medaille niet.”

Haar documentaire, in januari te zien op Nederland 2, werd een zeer persoonlijk document, waarin De Schutter zelf, maar ook begeleiders en collega’s openhartig vertellen over haar schaatsleven. Ook haar vader, die voor de camera emotioneel toegeeft dat hij zijn dochter liever op de langebaan had gezien, maar dat hij er inmiddels achter was gekomen dat zij zijn steun al die jaren had gemist. „Die scene was voor mij de hoofdprijs. Het was niet gepland. Sindsdien heb ik veel meer contact met hem. Er is iets heel cruciaals uitgesproken. Ik neem het hem niet kwalijk, ik vond het heel dapper dat hij het voor de camera vertelde. Los van de film was dat wat ik al die jaren had willen horen. Dat ik goed ben zoals ik ben, dat hij trots op me is.”

Ze ontdekte ook dat onder ex-topsporters een schreeuwende behoefte bestaat aan informatie. Ze opende onlangs de website www.extopsporter.nl met verwijzingen naar aftrainen, mentale begeleiding, studiebegeleiding. „Ik krijg veel reacties. Erben Wennemars was heel enthousiast, ik kreeg een leuk mailtje van Jochem Uytdehaage, van Erica Terpstra. Het is absoluut niet bedoeld als een schop na, maar ik zie dat de begeleiding veel beter kan.”

Financieel was haar carrière „een ramp”, zoals ze zelf zegt. „Het was voor mij het goedkoopst als ik met de shorttrackploeg op reis was. Dan werd alles betaald. Als een sporter helemaal voor zijn sport kan gaan, als hij weet dat hij daarna wordt geholpen bij de overgang naar zijn volgende carrière, zou dat al een hoop rust geven.”

De top haalde ze nooit, maar Margriet de Schutter zou het zó overdoen. „Ik heb genoten van de weg naar de Spelen en de sport heeft mij veel gebracht, zoals het kunnen maken van de documentaire. Ik heb niet gefaald in de sport, want ik heb er alles voor gedaan. De winnaars zijn de winnaars, maar ook degenen die de top net niet halen, leveren een prestatie. Er zijn ook sporters die de selectie nooit hebben gehaald.”