De euro - het liefje van de technocraten

Thuis heb ik in een laadje nog een ‘eurokit’, het officiële euro oefenpakket uit 2001. Onaangeroerd. In originele verpakking. Ook wel bekend als de ‘Zalm-kit’, vrij naar toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm, die de muntjes cadeau deed aan alle Nederlanders ouder dan zes jaar.

Waarom bewaard? De eurokit was het ‘tientje van Lieftinck’ van mijn generatie. Met één verschil: bij de geldsanering van 1945 had iedereen het tientje hard nodig als betaalmiddel. Anders was er niet.

Die eurokit zou nog eens geld waard worden, dacht ik. Althans meer dan de 3,88 euro inhoud. Ja, speculatie voor en tegen de euro is van alle tijden.

De eurokit was een sympathiek gebaar, maar ook kenmerkend voor het stelselmatige paternalisme tegenover Europa. De nieuwe technocraten in Athene en Rome en de traditionele monetaire technici in Frankfurt (ECB) zijn alleen maar nieuwe verschijningsvormen van bestaande patronen.

Eurokit of niet, wie houdt van die munt? Aan de euro kleefden prompt excessieve prijsstijgingen. De ontkenning daarvan door autoriteiten als Zalm en Wellink (De Nederlandsche Bank) ondermijnde hun gezag en dat van de euro.

„Een meerderheid van rond 60 procent geeft aan helemaal geen of niet zoveel vertrouwen te hebben in de eenheidsmunt”, schreven onderzoekers van de centrale bank en de Universiteit van Tilburg eind 2005 al in een rapport over vertrouwen in de samenleving. Hoe hoger de opleiding, het inkomen en het vertrouwen in het parlement, hoe meer eurovertrouwen.

Deze determinanten zijn onveranderd. ‘De Sociale Staat van Nederland 2011’, die denktank SCP deze week publiceerde én een artikel van twee onderzoekers van Centerdata vorige week in vakblad ESB én het jubileumonderzoek uit oktober van opiniepeiler Maurice de Hond naar Europa ondersteunen allemaal de uitkomsten uit 2005.

Saillant detail bij De Hond: alleen D66-kiezers zeggen nog in meerderheid dat Nederland zonder de euro economisch slechter af was geweest. Saillant in het Centerdata-onderzoek: een meerderheid heeft geen moeite met een Grieks vertrek uit de euro én 81 procent steunt ruimere bevoegdheden voor de Europese Unie om in te grijpen in landen met een haperende economie.

Deze week heeft het Centraal Planbureau de euro definitief zijn plaats gewezen. De euro is maar goed voor een weeksalaris, Europese open grenzen zijn onze welvaart. Politieke tegenpolen Laurens-Jan Brinkhorst (ex-minister; D66) en Geert Wilders (PVV) attaqueerden CPB-directeur Coen Teulings. Zij slaan beiden de plank mis.

Brinkhorst klaagt over de uitspraak van Teulings dat niet het CPB, maar politici beslissen over handhaven of opgeven van de euro. Uittreden kan niet, zegt Brinkhorst. Het Verdrag van Lissabon verbiedt het. Hij klampt zich in de beste vaderlandse traditie vast aan een verdrag, aan het geschreven woord. Dat is nu eenmaal de zekerheid van een klein land zonder militaire macht. Maar de euro is politiek en uiteindelijk beslist de Realpolitik, en dat is een Duits woord waar ook Fransen raad mee weten.

PVV-leider Wilders zette Teulings weg als die PvdA-directeur. Niet voor het eerst. Niet slim. Het CPB maakt duidelijk hoe gering de waarde van de euro is, maar ook hoe duur het is om ’m te lozen – twee gegevens die naadloos passen in de PVV-strategie. Belangrijker nog: als Wilders ooit echt wil regeren zal hij moeten werken met instituten als het CPB en directeuren als Teulings: zij geven advies, maar erkennen het primaat van de politiek om de euro te verlaten.

menno tamminga