Crèche met ouders niet meer gedoogd

Ruim honderd kinderen dreigen hun crèche kwijt te raken omdat niet professionals, maar hun ouders hem runnen. Minister Kamp wil alleen crècheleiders met een erkende opleiding.

„Veel fruit eten, dat is… gezond!” Achttien kinderen schreeuwen het laatste woord van hun vaste ochtendliedje uit. Een jongetje met witte krulletjes gaat op zijn stoel staan van plezier. Dan storten ze zich op partjes banaan en stukjes mandarijn.

Het is druk op de crèche aan de Mgr. van de Weteringstraat in Utrecht. Een vader snijdt stukjes banaan. Als het fruit op is, nemen twee moeders de kinderen mee naar het speelplein. Aan de telefoon bestelt een andere vader spullen voor de crèche. Professionele leidsters zijn er niet; dit is een ouderparticipatiecrèche. De ouders regelen zelf de opvang en het management. Ze draaien een dagdeel op de crèche en kunnen in ruil daarvoor hun kinderen vier of vijf dagdelen wegbrengen als andere ouders ‘dienst’ hebben.

Nederland kent zes van deze crèches, waar plaats is voor in totaal 121 kinderen. Ze voldoen aan alle eisen die zijn gesteld door de GGD, alle ouders hebben een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en een EHBO-diploma en iedere crèche heeft een pedagogisch beleidsplan. Vier dagverblijven zijn gevestigd in de Utrechtse wijk Wittevrouwen: de SOP, de Villa, de Krakeling en de Bombardon. Op de vier locaties (meer dan honderd kinderen) vertellen de ouders allemaal hetzelfde verhaal: wij voldoen aan alle eisen en toch worden we ‘met uitsterven bedreigd’. Tenminste, als minister Kamp zijn plannen doorzet. Moeder Willeke Binnendijk: „Dat zou dood- en doodzonde zijn.”

Het zit zo. Nu vormen de ouderparticipatiecrèches een uitzondering in de wet Kinderopvang. De ouders mogen alles zelf regelen, zonder specifiek diploma. Het idee is dat ouders zelf capabel genoeg zijn om hun kinderen op te voeden. Met de invoering van de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE) per 1 januari 2013 verdwijnt de uitzonderingspositie. De ouders moeten een erkende opleiding volgen, anders raken ze het recht op kinderopvangtoeslag kwijt. Een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken: „De opleiding is een belangrijke kwaliteitswaarborg voor alle vormen van opvang. Het gaat om kwetsbare kinderen. Op dat vlak dus geen uitzondering.”

Dat is, zo vertellen ouders, de doodsteek. Vader Bram van de Velde, zijn drie maanden oude zoon in de armen: „Ouders moeten al een drempel over om op deze crèche te komen, omdat ze dagen moeten draaien, een VOG moeten regelen, een EHBO-diploma moeten halen. Als ze dan ook nog eens horen dat de crèche niet voldoet aan alle officiële eisen én ze geen kinderopvangtoeslag meer krijgen, dan wil niemand meer meedoen.”

Kunnen de crècheouders niet snel een gastouderdiploma halen? „Was het maar zo simpel”, zegt Van de Velde. Gastouders werken niet in een kindercentrum, maar thuis. Ze vallen daarom onder een andere wet. Ouders die zelf een kindercentrum runnen moeten aan de opleidingseisen uit de nieuwe wet OKE voldoen. Met een gastouderdiploma zijn ze er niet.

In de grote binnentuin van De Krakeling schudt vader Mark Sanders zijn hoofd. „Kamp heeft in de gaten hoe goed het hier gaat”, zegt hij. Net als de andere ouders verdient hij niets aan de crèche. „Onze motivatie is het welzijn van onze eigen kinderen. We voelen ons verantwoordelijk voor kinderen van andere ouders. En als je zelf gaat werken weet je precies bij wie je je kind achterlaat. Op een gewone crèche heb je als ouders veel minder te zeggen. Daar zijn professionele leidsters de baas die je vaak nauwelijks kent.”

Vorige week concludeerde het Sociaal Cultureel Planbureau in een rapport dat „de invloed van ouders op de oppassers van hun kinderen moet verbeteren”. Minister Kamp zei daarop dat „de positie van ouders in de kinderopvang versterkt moet worden”.

De Utrechtse coalitiefracties van D66 en GroenLinks lieten afgelopen week weten voorstander te zijn van de ouderparticipatiecrèches. D66-raadslid Gerda Oskam stelde vast dat er nog nooit klachten over deze vorm van opvang zijn geweest en wil „de huidige uitzonderingspositie in de wet handhaven”.

Geen enkele ouder in de vier Utrechtse crèches overweegt van crèche te veranderen. Hún kinderen blijven hier. Schreeuwend van plezier beklimmen kinderen een speelhuis in de Bombardon.