Badkamerbarok

Hoeveel mensen glijden er per jaar uit onder de douche, in het bad, breken een arm of een been of een rib? Bij mijn weten wordt daar nog geen statistiek van bijgehouden maar het zou me niet verbazen als het er meer dan tien waren. Hoe komt dat? In de eerste plaats misschien doordat ze worden afgeleid. Ze genieten van het warme water. In die kleine ruimte van douche of badkamer zijn ze ongestoord, volstrekt bij zichzelf zoals ze dat voor hun geboorte waren. Teruggekeerd in die oer-naïviteit, geen onheil verwachtend. En dan, terwijl ze zich misschien zelfs zingend inzepen of afspoelen, gebeurt er iets totaal onverwachts. Ze verliezen hun evenwicht en glijden uit over de gladde vloer. Dan komt de rest.

Ja, de douche is een goddelijke uitvinding met een paar duivelse eigenschappen. Na een paar uiteenlopende recente ervaringen in drie hotels werd ik nieuwgierig naar de oorsprong. Thuis pakte ik mijn laptop en googlede douche. Daar kwamen een paar honderd reclames van fabrikanten die het allerbeste op de markt hadden gebracht, maar ik vond geen verlossende bijdrage uit de Wikipedia. Bij bad was het nog erger. Toen herinnerde ik me plotseling de grote Griekse ontdekker en geleerde Archimedes. Hij ging in het bad, het was alsof zijn lichaam lichter werd en het water stroomde over de rand. Hij riep Eureka! Hij had een belangrijke ontdekking gedaan. Het voert te ver om dat allemaal nader uit te leggen. Dit verhaal bewijst dat ook voor Christus de mensen al in het bad gingen.

Natuurlijk gooien we ook al sinds eeuwen water over ons hoofd, maar de douche zoals wij die kennen is pas mogelijk geworden dankzij de druk op de waterleiding. En daarmee is de grondslag gelegd voor de badkamerbarok die later door de vrije markt verder geaccelereerd is. Vast en zeker zullen er nu creatieve geesten zijn die het ontwerpen van badkamers tot hun beroep hebben gemaakt. Of in het algemeen, wastafels, badkuipen, kranen, douches, afvoerputjes, sanitair. Thuis heb je een vertrouwde inrichting waarin je je niet zo vlug een buil zult vallen. Maar dan komt het ogenblik waarop je op reis gaat en dan in het hotel de confrontatie met de nieuwste varianten.

De tijd dat je twee kranen had, de ene voor het warme, de andere voor het koude water, ligt ver achter ons. We hebben nu een hefboompje met daaronder een gebogen buisje dat eruit ziet als een gewone kraan. Maar dit is de nieuwe kraan. Til je het hefboompje op, dan komt er water. Maar waar vandaan? Misschien heb je deze min of meer gewone kraan in werking gesteld, maar het kan ook zijn dat je ijskoud water op je hoofd krijgt. Je kunt het regelen met een knopje dat ergens op de kraan zit. Ook van nikkel en dus gecamoufleerd. Vaak is het kapot. Dan kun je het hefboompje naar links of rechts duwen om de mate van warmte te regelen. Je bent zelf de proefpersoon.

Het afgelopen weekeind was ik in een hotel waar een sanitairgenie ongeremd tekeer was gegaan. Om toegang tot het bad en de douche te krijgen moest je eerst een glazen deurtje opendoen. Dat reikte in de lengte tot ongeveer de helft van het bad. Het floepte vanzelf weer dicht. Waarom? De hemel zal het weten. Je ligt in het bad, je geniet van het weldadig warme water, je betrekkelijke gewichtloosheid, er is niemand in de buurt die je niet vertrouwt en dan word je toch beschermd door zo’n deurtje. Welke traumatische ervaring ligt aan deze uitvinding ten grondslag? Maar goed, je verzoent je met die nutteloze barok.

Deze keer had ik geen tijd voor de luxe van een warm bad, of er geen zin in. Gewoon onder de douche. Hoho, dat gaat zomaar niet. Eerst de constructie doorgronden. De douchekop zat aan een nikkelen stang, je kon hem hoger of lager stellen en hij was ook afneembaar. Tot zover geen klachten. Maar geen onderdeel paste naadloos in het andere. Daar sta je op de gladde bodem van het bad achter een onzindeurtje te worstelen met een slang, een schroef en een douchekop die niet goed in de houder past. Toch allemaal goed afgelopen.

Het volgende hotel. Daar was het extra verwennen geblazen. Drie soorten shampoo in verleidelijke flesje en twee zeepjes van verschillende geur. Ik koos het zeepje met de mooiste verpakking en probeerde het papier eraf te halen. Dat wilde niet. Ik dacht weer eens aan het meesterwerk van Joost Elffers, Open Here, over dat soort hyperverpakkingen die het product ontoegankelijk maken. Eindelijk, met mijn tanden lukte het. Na het inzepen legde ik het stukje zeep in het zeepbakje. Waar anders. Plof, het gleed door de tralietjes in het bad. Bukken, nat stukje zeep oprapen, weer in het bakje. En weer: plof. Terwijl ik dat gladde stukje zeep achterna zat, dacht ik opeens: een nieuwe carrière. Ik vestig me als zeepbakjesfabrikant. Misschien red ik er een leven mee.