Arabische wereld blijft betogen

In verscheidene Arabische landen zijn gisteren demonstranten de straat opgegaan om tegen hun leiders te protesteren.

De grootste demonstratie had plaats op het Tahrirplein in de Egyptische hoofdstad Kairo, waar zeker honderdduizend mensen demonstreerden tegen plannen van het militaire regime om ook na democratische verkiezingen greep op de macht te houden. Het was een van de grootste protesten in Egypte sinds de val van president Mubarak in februari.

Het protest was een gemeenschappelijke actie van seculiere en fundamentalistische partijen. De fundamentalistische Moslimbroederschap was tot dusverre een confrontatie met het leger uit de weg gegaan. Maar het recente voorstel van het kabinet om het leger permanente politieke bevoegdheden te geven als ‘hoeder van de constitutionele wettigheid’, bracht haar massaal nu op de been.

„Ons land Egypte is geen legerkamp”, luidde een van de leuzen die werden meegedragen. De deelnemers van in totaal 39 politieke partijen eisten dat het kabinet het voorstel intrekt.

In Bahrein was gisteren eveneens een van de grootste betogingen tegen het bewind in maanden. Duizenden vertegenwoordigers van de shi’itische meerderheid kwamen bijeen in A’ali, drie kilometer buiten de hoofdstad Manama, om democratische rechten te eisen van de sunnitische elite. In maart maakten de Bahreinse leiders met hulp van duizenden militairen uit Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten een eind aan shi’itisch massaprotest. Sindsdien was het protest beperkt tot incidentele acties in shi’itische dorpen buiten Manama.

In Syrië werden volgens oppositieactivisten zeker 16 mensen gedood toen regeringsmilitairen het vuur openden op betogers tegen het bewind van president Assad in Homs, Hama, Deraa en voorsteden van de hoofdstad Damascus. In Damascus demonstreerden ook 2.000 mensen vóór het regime. (Reuters, AFP, AP)