Aldus Marokkaanse Nederlanders

„Ik zeg nooit dat ik Nederlander ben, omdat niemand mij met mijn hoofddoek als Nederlander ziet. Als ik mijn hoofddoek afdoe, dan ben ik nog steeds geen Nederlander. Dus ik voel me ook geen Nederlander. Ik zal mijn leven lang worden aangesproken als allochtoon. Terwijl ik de Nederlandse nationaliteit heb, ik hier geboren en getogen ben, en goed Nederlands spreek.”

(Hbo-studente uit Den Haag)

„Vroeger werden allochtonen gepamperd en doodgeknuffeld. Nu zijn het de autochtonen die zielig zijn. Zo van: Nederland is wel erg snel veranderd, dat is ook wel erg lastig voor ze.”

(Een jonge vrouw uit Amsterdam)

„Het belangrijkste aspect van integratie vind ik de Nederlandse taal. Normen en waarden zijn ook belangrijk, maar daarnaast kan je ook je eigen cultuur met je meedragen. Taal is essentieel.”

(Werkende jonge vrouw, universitaire opleiding, Amsterdam)

„Ik heb echt het gevoel dat de ene van de andere politicus probeert te winnen met integratie-oneliners. Dan denk ik: jullie vergeten dat het om mensen gaat. Mensen met gevoelens. Dat soort uitspraken doen eigenlijk heel veel pijn.”

(Werkende jonge vrouw, hbo-opleiding, Amsterdam)

„Volgens politici komt er nooit een einde aan de integratie. Zijn er dan helemaal geen positieve kanten? Zijn er helemaal geen resultaten behaald? Wanneer wordt een grens getrokken en wordt er gezegd: ‘Vandaag is iedereen geïntegreerd. Vandaag houdt het op.’ ”

(Hbo-student uit Den Haag)

„Femke Halsema, ik was een fan van haar. En dan lees je ineens in een artikel dat ze zich doodergert aan de Marokkaanse vrouwen met hoofddoek op het schoolplein als ze haar kind gaat ophalen. Dan denk ik: ja, als jij dat al zegt. Je zit in de politiek, je bent volksvertegenwoordiger, je kan zulke dingen niet zomaar zeggen. Dat vond ik erg.”

(Hbo-studente uit Den Haag)

Citaten uit het proefschrift Integratie én uit de gratie?