Weg met de stiekemerds

WikiLeaks en Occupy laten zien dat een gesloten overheid uit de tijd is.

Maar veel politici kiezen nog steeds voor ‘stiekem’. Op Twitter gaan ze niet in dialoog.

Internet breekt informatiemonopolies steeds verder af. Traditionele rollen verschuiven: lezers zijn ook bloggers, consumenten en verkopers. Gewone burgers zijn met hun mobiele telefoons eerder ter plaatse dan verslaggevers. De kwetsbaarheid van de ov-chipkaart werd door een journalist aan het licht gebracht. Bewoners nemen initiatieven om buurt of milieu te verbeteren, online.

Overal wordt transparantie afgedwongen en worden diensten sneller en effectiever aangeboden. Alleen overheden lopen achter.

Het is niet uit te leggen dat bedrijven vrijwel alle diensten online hebben, maar je voor burgerzaken aan loketten een nummertje moet trekken. Mensen verwachten terecht een open en effectieve overheid. Maar juist politici en bestuurders blijven te veel in de gesloten systemen hangen en kiezen het liefst voor stiekem. Misschien hebben ze een Facebook-pagina, of twitteren ze, maar vaak alleen om te zenden.

Intussen wordt de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) door Donner als gunst in plaats van recht neergezet. Donner had juist moeten aankondigen dat overheidsinformatie in de regel openbaar, gedigitaliseerd en doorzoekbaar behoort te zijn. Geen wonder dat mensen een kloof tussen politici en henzelf ervaren!

Mensen zijn dankzij nieuwe media in staat om transparantie af te dwingen en de macht te controleren. Openheid kan niet beperkt blijven tot damage control. Het moet permanent en systematisch zijn. Obama komt niet weg met dagelijkse interactie in campagnetijd, en geslotenheid terwijl hij regeert.

Een verborgen feit wordt in een handomdraai met een gelekt stuk, een foto of videoclip van een ooggetuige weerlegd. Het duurt niet lang meer voordat via internet wetteksten razendsnel op lobbyteksten kunnen worden gescand. Politiek en overheid zouden dit moment niet moeten afwachten.

Toen ik een keer een conceptresolutie online zette, open voor suggesties, ontving ik veel bruikbare input. Vanuit de hele wereld dachten mensen mee over een tekst die in het Europees Parlement in stemming werd gebracht. Experiment geslaagd. Dit soort samenwerking moet onderdeel van het systeem worden.

Informatie die overheden met publiek geld verzamelen, moeten zij teruggeven aan burgers. Met deze ‘open data’ kunnen mensen allerlei diensten en toepassingen ontwikkelen. Zo werden in de Verenigde Staten wachtlijsten voor patentaanvragen weggewerkt door betrokken burgers. In Nederland werd de Buienradar gebouwd met open data: gegevens van het KNMI die beschikbaar werden gesteld. In IJsland en Zuid-Afrika worden burgers betrokken bij het online schrijven van een nieuwe grondwet.

Een kleine open overheid heeft ook actieve, betrokken burgers nodig. De snel geschreven protesttweet is immers niet hetzelfde als meewerken aan een duurzame oplossing. De G1000.org in België is een veelbelovend burgerinitiatief.

Voor politici zal het gebruik van nieuwe media en het omarmen van open systemen een kwestie van overleven zijn. WikiLeaks, Anonymous en de Occupy-beweging laten zien dat deze systemen een grote impact kunnen hebben.

Er moet daarom systematisch worden gewerkt aan internetvrijheid, e-skills – internet als verplicht leervak zoals onlangs in NRC Handelsblad werd bepleit – en toegang tot internet op meer plaatsen, anders worden mensen uitgesloten.

Te beginnen moeten de gesloten, verticale bestuurssystemen geopend worden. Een kleine, effectieve overheid wint vertrouwen van burgers en maakt bestuurlijke vernieuwing een realiteit: van besturen naar westuren!

Marietje Schaake is Europarlementariër namens D66.

    • Marietje Schaake