'We moeten weten wat we niet weten'

Na de wilde koersbewegingen op de rentemarkt is het gevaar voor besmetting het onderwerp van gesprek in de financiële wereld. De Financial Stability Board probeert het financiële stelsel in kaart te brengen. „Wij zoeken de knooppunten”

Nederland, Amsterdam, 11-11-2011 Aerdt Houben devisiedirecteur Supervisory Strategy Department bij de Nederlandsche Bank, in zijn werkkamer bij de DNB. Portret voor in het archief. foto: Bram Budel Bram Budel

De theoretische vergezichten over een instortend Europa verloren vorige week voor het eerst hun academische karakter. De rente in Italië steeg zo scherp dat er zelfs over de derde economie van Europa twijfel is ontstaan over de houdbaarheid van haar schulden.

En dan? Italië geldt als te groot om te redden. Hoe veilig is het internationale financiële systeem? Wat betekent een omvallende Italiaanse bank voor tegenpartijen in de VS? En welke gevolgen heeft zulke schade weer voor Japanse verzekeraars?

Dat zijn vragen waar directeur Financiële Stabiliteit Aerdt Houben van De Nederlandsche Bank dagelijks mee bezig is. De kracht en zwakte van het wereldwijde financiële systeem. Hij vertegenwoordigt Nederland in de Financial Stability Board, het bestuursorgaan dat sinds de kredietcrisis van 2008 vanuit het Zwitserse Bazel door de internationale autoriteiten als hoeder van het systeem is aangewezen. Houben reist van Korea naar Mexico. Vergadert in Rome en New York, om de risico’s binnen het financiële stelsel in kaart te brengen. Zo proberen ze grip te krijgen op de „knooppunten” in het systeem en de gevaren die daarmee samenhangen.

Maar was dat nodig, nog een soort overkoepelende bewaker? De toezichthouders zijn tijdens de vorige kredietcrisis toch al wakker geschud? Ja, nog een toezichthouder was nodig, meent Houben. „Natuurlijk heb je lokale centrale banken die op de risico’s letten. Maar er blijven veel knooppunten en kwetsbaarheden in het systeem die niet op de radar verschijnen. Neem het schaduwbankieren, de enorme financiële sector die niet onder het toezicht valt.”

Hierin gaan miljarden om, buiten de beurs, met exotische derivaten-transacties of investeringen van speculatieve beleggingsfondsen. „Het financiële stelsel is de afgelopen tien jaar zoveel groter en complexer geworden. De onderlinge vorderingen tussen financiële instellingen zijn enorm gestegen. Dat kwam niet zozeer door economische groei, maar door groei van de sector zelf.”

Houben houdt een grafiekje omhoog met de knooppunten in het wereldwijde systeem. Bollen geven de knooppunten weer, de onderlinge lijnen de mate van verwevenheid. „Die bollen zijn enorm gegroeid en de dikte van de lijnen ook. De lotsverbondenheid is veel groter geworden dan we ons bewust zijn geweest.” En daardoor werden ook de risico’s groter én onderschat. Dat was goed te zien na het bankroet van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers. Natuurlijk keek de Amerikaanse centrale bank naar het gevaar voor directe zakenpartners van Lehman. Dat leek overzichtelijk. „Maar de Fed keek niet naar het gevaar dat een omvallende tegenpartij voor andere tegenpartijen betekende. Laat staan wat dat voor de tegenpartij van de tegenpartij van de tegenpartij inhield.”

En door de Financial Stability Board zal dat niet meer gebeuren? Zo ver is het nog niet, zegt Houben. De FSB bestaat al sinds 1999, maar toen was het een „praatclub”. Sinds de crisis is het een echt orgaan geworden dat beslissingen kan nemen, gesteund door de grote economieën. „Wat na de val van Lehman in september 2008 zo eng was, was dat de markt wíst dat niemand het wist. Dat gaf een enorm gevoel van onzekerheid. De FSB is er juist voor om de known unknowns te verkleinen. Wij moeten voorkomen dat zich in de toekomst weer te veel risico’s in het systeem opbouwen.” Houben vergelijkt het met het vliegverkeer, dat met computersystemen precies in kaart te brengen is. Houben hoopt dat dat uiteindelijk ook mogelijk is met de financiële wereld.

Informatie, data. Daar draait volgens Houben alles om. Hij wijst naar de Amerikaanse Federal Reserve, die tachtig jaar geleden een monetair verkrappend beleid voerde. Fout. Daardoor werd de krimpende Amerikaanse economie nog verder afgeknepen. „Ze hadden toen de data niet. Hoe de economie er voor stond? Dan gingen ze treinwagons en scheepsladingen tellen.”

De wereldeconomie zit nu in een schuldencrisis, waarbij ook de vorderingen tussen landen en banken een grote rol spelen. Is de FSB niet een beetje laat? Ja, zegt Houben we hadden al die data nu goed kunnen gebruiken. Maar in vergelijking met de vorige crisis weten toezichthouders volgens hem al veel meer.

Het is nu duidelijk dat banken hun buffers moeten verhogen en dat het toezicht moet worden aangescherpt. Zo wordt volgens hem het systeem weerbaarder. „De verhouding tussen de kapitaalbuffers en de omvang van balansen was veel te laag geworden. Instellingen die te groot zijn om te redden – het too big to fail-probleem – heeft hoge prioriteit.”

Volgens Houben moet er daarom ook anders naar grote banken gekeken worden. Die hadden volgens hem altijd een voordeel doordat ze groot waren. Ze zouden toch wel gered worden door de staat, was het idee in de markt. Dus konden deze banken goedkoper in de markt lenen. Het risico was lager, door die impliciete staatsgarantie. En doordat ze zo groot waren en slimmere risicobeheersingsmodellen hadden, hoefden ze volgens de regels lagere buffers aan te houden. „Dat moet in de toekomst precies andersom worden. Hoe groter de bank, hoe hoger de vereiste buffers.” Onlangs zijn daarvoor nieuwe voorstellen gedaan. Grote banken moeten voortaan, afhankelijk van hun omvang, tot 3 procent extra kapitaal aanhouden.

Stel de FSB had vijf jaar geleden al een systeem gehad met alle data over wereldwijde financiële instellingen. Wat dan? Dan was in 2006 contact opgenomen met de Amerikaanse autoriteiten. „AIG, wat is dat voor instelling? En dan was gebleken dat de halve wereld zich daar tegen risico’s had verzekerd.”

    • Tom Kreling
    • Jeroen Wester