Verschroeide aarde

De weg is vrij voor een staatsgreep. Nu Johan Cruijff in een koloniale dorpsvete is verwikkeld, kijkt heel Nederland naar Barcelona. Het leven in de polder is, op enkele rituele rondjes na, stil gevallen. Majesteit, politiek, kerken, werkgevers en vakbonden doen er niet toe. De media hebben nog nauwelijks weet van Wilders en Mauro, van kunst en vermaak.

Het hele publieke leven herleid tot een eenpersoonsstaat.

Heeft iemand nog iets gehoord van het smadelijke pak slaag dat het Nederlands elftal in Hamburg te beurt viel? In normale tijden zou daar dagenlang over gemekkerd zijn, ook in furieuze tegenspraak van historici en sociologen. Er zou gejongleerd zijn met schuld en boete, her en der zelfs met de doodstraf. Nu eindigde het debacle in stuifmeel in een hoekje van de krant. Want: Johan Cruijff is altijd groter nieuws dan eender welke natuurramp.

De euro? Ach, waar hebben we het over?

Als Cruijff de stem verheft, vertoont Nederland ineens Zuid-Europese trekjes. Herrie, kakelzucht, wraak en moordlust, ijlende volksstammen. Johan kijkt vergenoegd toe van op zijn balkon in Barcelona. Zijn beëdigde knechtjes nemen de honneurs op het slagveld wel waar. De goedheilige man kan natuurlijk niet zelf afdalen tot het gemeen.

Om het met de woorden van de al even legendarische Piet Keizer te zeggen: „Johan is boven alles uitgestegen, hij is de grond onder zijn voeten kwijt.” Nou Piet, niet alleen Johan – half Nederland. Als het over Ajax en Cruijff gaat, schieten emoties door. Weg is het gen van nuchterheid en beschaafd calvinisme.

Het wordt meteen een roomse troep in de polder.

Lang is gedacht dat Ajax een van de kroonjuwelen van de natie was. Vandaag is het niet eens een betrouwbaar saunadoekje voor geliefden. Het kantelt en wankelt in een orgie van zelfhaat. En iedereen moet het zien en horen. Wat ze daar verder op de beurs van denken maakt ook niet uit. Ajax is een Griekse club, als calamiteit aangewaaid. Rome had ook gekund.

Van hogeschoolvoetbal naar een paljassencultuur – die Werdegang. En altijd zie je boven de afgrond het silhouet van Johan Cruijff wenken. Met het vlaggetje: leve de dynamiek van de ondergang!

Misschien is het ook onverwerkte nostalgie. De idee fixe dat er over zijn voetafdruk geen zindelijk gras meer kan groeien. Afscheid nemen van een groots verleden lukt vaak niet in een enkelvoudig leven. Dat zie je ook bij Pelé.

Dat uitgerekend aartsvijand Louis van Gaal op de troon van Ajax wordt gehesen, is natuurlijk kwetsend voor Johan, maar daarom nog geen bijl in de rug. Dat zou het pas zijn als de raad van commissarissen met een fantast als Tscheu La Ling voor de dag was gekomen.

Je kan van Van Gaal veel zeggen, maar niet dat hij als voetballeider een kermisklant is. Alleen mag je hopen dat hij straks niet weer aan het dichten slaat of in zijn gekende kanselredes vervalt. Zijn tijd als showmaster op de kinderboerderij zit er nu wel op.

Frank de Boer heeft al laten weten dat hij de maestro niet zal volgen in zijn strategie van verschroeide aarde. Een tegenvaller. De resterende handlangers van Cruijff binnen Ajax kun je bezwaarlijk baronnen van het regime noemen. Bij Bergkamp en Jonk denk je toch eerder aan treurwilgen. Vooral Wim Jonk staat er altijd bij alsof hij geslagen is door een inherente kou. IJs in de mondhoeken. Een ongelukkig leven.

Niets aan Ajax schatert en klatert nog.