Veel automutilatie

Eén op de twaalf jongeren tussen de 15 en 19 jaar zegt zichzelf weleens met opzet te hebben beschadigd, 1,5 keer zo veel meisjes als jongens. Bij 90 procent van deze jongeren verdwijnt het gedrag vanzelf voor ze 20 zijn. Als het niet overgaat, gaat het in 93 procent van de gevallen om meisjes. Dat schreven Britse en Australische onderzoekers gisteren in het medische tijdschrift The Lancet na een jarenlange studie onder 2.000 Australische jongeren.

Dat zelfbeschadiging of automutilatie onder jongeren relatief vaak voorkomt, was bekend, maar cijfers ontbraken. „Zelfbeschadiging is moeilijk te definiëren”, zegt psychiater Pieter Dries van de ggz-instelling Bavo Europoort. Hij behandelt jongeren die ervoor opgenomen moeten worden. „Iemand kan zichzelf ook beschadigen door systematisch te veel of te weinig te eten. Maar meestal hanteren we een nauwere definitie.” De Lancet-auteurs richtten zich op zelfbeschadiging door snijden of branden (bij zowel meisjes als jongens de belangrijkste manier), door gif of een overdosis medicijnen, zichzelf slaan of ergens tegenaan bonken, en bewust, overmatig ‘risicogedrag’. Daaronder vallen dan weer niet drugs- en alcoholgebruik, onveilige seks, roekeloos rijgedrag en ‘recreatief risicogedrag’.

„Jongeren doen zichzelf pijn om uiteenlopende redenen”, vertelt Dries. „Ze willen bijvoorbeeld geestelijke pijn naar de achtergrond drukken.” Of zichzelf straffen, spanningen kwijtraken, of het gevoel krijgen dat zij zelf bepalen wanneer ze pijn hebben en wanneer niet.

De Lancet-auteurs ondervroegen als eersten een groep jongeren jaren achtereen om te kijken hoe het gedrag zich ontwikkelt, van gemiddeld hun 15de tot hun 29ste. In die tijd werden ze zeven keer ondervraagd. Driekwart van de jongeren die zelfverminking rapporteerden, meldde het gedrag slechts éénmaal in de onderzoeksperiode.

De zelfbeschadiging hing sterk samen met angst en depressie, overmatig alcohol- en drugsgebruik en roken – maar minder dan 1 procent van de zelfbeschadigers rapporteert ook zelfmoordneigingen. „Mijn ervaring”, bevestigt Dries, „is ook dat zelfbeschadiging los staat van dood willen.” Bij de meeste jongeren verdween het gedrag tegen het eind van de puberteit zonder professionele hulp. De Lancet-auteurs willen nu onderzoeken of er factoren zijn die voorspellen welke jongeren wel hulp nodig hebben.