'Tsjeljabinsk is niet het einde van de wereld'

Vandaag start in Tsjeljabinsk de wereldbeker schaatsen. De Russische sprintster Svetlana Kajkan (33) maakt als moeder haar comeback op de ijsbaan waar ze ooit begon.

Startschoten klinken op twintig meter afstand, Svetlana Kajkan voedt op de tribune van de Max Aicher Arena in Inzell rustig haar tien maanden oude dochtertje Sofia-Michelle. „Maak de mensen niet te bang voor Tsjeljabinsk”, zegt de Russische schaatsster lachend, nadat ze een half uurtje eerder haar 500 afraasde in 39,46 seconden. „Mijn stad is niet het einde van de wereld.”

Kajkan (33) is geboren en getogen in de Russische industriestad in de Oeral, vanaf vandaag drie dagen lang het decor voor de eerste wereldbekerwedstrijden van dit schaatsseizoen. De tweevoudig nationaal kampioene op de sprint is getrouwd met Marnix Wieberdink, stichter van de International Speedskating Academy in Inzell, en maakte na de geboorte van hun dochtertje razendsnel haar rentree op het ijs van haar nieuwe woonplaats in Zuid-Duitsland. „Na twee weken ben ik alweer gaan schaatsen, volgens Marnix is dat een wereldrecord. Ik voelde me na de bevalling nog niet klaar om te stoppen.”

In oktober volgden alweer de eerste 39-ers, drie weken geleden werd Kajkan in Kolomna voor de zesde keer in haar carrière Russisch kampioene op de 500 meter. Daarmee keerde ze net op tijd terug op het ijs om zich te plaatsen voor de wereldbekerwedstrijden in haar eigen stad.

„Wie had ooit kunnen denken dat de beste schaatsers van de wereld nu voor het eerst in de geschiedenis naar Tsjeljabinsk zouden komen”, stelt ze een retorische vraag. „Voor mij is dit zo apart. Ik ben er opgegroeid, mijn ouders wonen er nog steeds en veel van mijn vrienden. Eindelijk kunnen onze jonge schaatsers en hun trainers met eigen ogen de wereldtoppers zien. Reken maar dat ze met fototoestellen en videocamera’s zullen staan om alles vast te leggen. ‘Als wij niet naar de grote schaatsers kunnen’, zeggen ze in Tsjeljabinsk, ‘dan komen de schaatsers maar naar ons.’ De mensen zullen er alles aan doen om van deze wereldbeker een onvergetelijk evenement te maken.”

Alleen de duurbetaalde Nederlandse schaatsers klaagden weer eens, in de aanloop naar de internationale seizoensopening. In Vancouver leek de baan in 2009 teveel op een fabriekshal en was het ijs niet snel genoeg. Bij de WK afstanden vorig jaar in Inzell waren de vip-stoeltjes nog niet klaar en lag er bouwstof op het ijs. In het verre Tsjeljabinsk zou de luchtkwaliteit onvoldoende zijn. En hoe zat het met de gevolgen van een kernramp in de buurt? „De ramp is van 1957 en vond plaats op zestig kilometer van de stad”, zegt Kajkan licht geïrriteerd. „Tsjeljabinsk heeft meer dan een miljoen inwoners. Het is zeker niet de schoonste stad ter wereld, maar alles is hier goed. En het schaatsen maakt de mensen blij.”

Volgens Kajkan staat Tsjeljabinsk in Rusland bekend als een sportstad, waar topjudoka’s en volleybalinternationals vandaan komen. Schaatsen is er van oudsher populair. „We hebben altijd veel schaatsers gehad, zeker sinds de successen van Lidija Skoblikova.” De beroemdste Russische schaatsster aller tijden, afkomstig uit Tsjeljabinsk, won in 1960 twee keer goud op de Spelen en was vier jaar later de sterkste op alle vier de afstanden. „Ze woont inmiddels in Moskou, maar komt voor elke wedstrijd naar Tsjeljabinsk. Skoblikova is een moeder, oma eigenlijk, voor alle schaatsers bij ons. Zoals Ard Schenk bij jullie een grootheid is.”

Schaatsen kreeg een impuls toen in 2005 de baan van Uralskaja Molnija werd overkapt. „Dat hebben we voor een groot deel te danken aan Skoblikova”, zegt Kajkan, die zelf begon toen de baan nog in de buitenlucht lag. „Op mijn zesde ging ik eerst kunstrijden, maar na een paar jaar stapte ik over naar het hardrijden. Ik stond meteen op het podium, tussen meisjes die al jaren schaatsten. Er was één nadeel: het kon superkoud zijn, tot veertig graden onder nul. Zo koud dat je niet naar school hoefde. Maar de schaatstraining ging altijd door. Nou ja, goed aankleden en hard schaatsen, dan kreeg je het vanzelf warm.”

Het was de periode net na de ontbinding van de Sovjet-Unie in 1991. „Daarvan heb ik als kind weinig meegekregen. Ik herinner me alleen het verschil in de supermarkt en op school. Er was vroeger minder keuze voor eten, minder luxe. En in het schaatsen is met het einde van de Sovjet-Unie alles gebroken. Er waren geen nieuwe talenten, de trainers haakten af, niemand wilde hard werken. Mensen moesten zien te overleven, schaatsen telde niet meer mee.”

Kajkan heeft veel geleerd van haar landgenote Svetlana Zjoerova, die na de geboorte van haar kind in 2006 wereldkampioen sprint werd en olympisch goud won op de 500 meter. „Zjoerova is mijn voorbeeld. Ik heb gevolgd hoe ze het gedaan heeft. Eerst bevallen, twee jaar later goud. En nuheeft ze een goede baan in de politiek [Zjoerova is vice-voorzitter van de Doema, het Russische parlement.] ‘We hebben vrienden in het Kremlin’, zegt Marnix altijd.

Kajkan, in 2001 voor het eerst Russisch kampioen op de 500 meter, zoekt haar weg buiten Rusland. Sinds de zomer woont ze met man en kind in Inzell, en traint ze in de Schaatsacademie met Jeremy Wotherspoon. „Een droom”, zegt ze. Met als grote doel Sotsji 2014. „Je krijgt hooguit één kans om in eigen land aan de Spelen mee te doen. Schaatsen begint weer een beetje te leven in Rusland, met de titels van Ivan Skobrev. Ook daarom is het goed dat we dit jaar de WK allround in Moskou hebben en nu de wereldbeker in Tsjeljabinsk.”