Sybrand van Haersma Buma (1965)

ís het CDA. De fractievoorzitter in de Tweede Kamer is gedegen, bedachtzaam, een niet-controversieel voorman van een fractie die vorig jaar plots de helft kleiner was. Waar sommigen dachten dat dit de zwakke plek van de fractie zou worden – zeker met twee dissidenten en nauwelijks vers bloed voor vernieuwende gedachten – heeft Van Haersma Buma zijn twintig fractiegenoten bijeen weten te houden. Hij is loyaal, en loyaliteit is wat waard binnen het CDA. Maar als de partij een nieuwe leider aanwijst, telt bekendheid ook. Aantrekkelijkheid moet immers bewezen zijn. Dat is wel een probleem voor de weinig bevlogen overkomende Van Haersma Buma, die weinig voorkeurstemmen kreeg (850 in totaal). En stel nou dat het huidige kabinet ineens valt zonder dat er al een leider is gekozen. Dan heeft de partij opeens iemand nodig. Zou de achterban dan staan te springen om juist degene die deze regering zo netjes heeft gesteund?