Op de eerste rang is het lekker geld verdienen

Niks krimp. Het is tijd voor groei en expansie. Het kapitaal is er. Deze week staken professionele beleggers 408 miljoen euro in het vierde beleggingsfonds van private equity-financier Bencis. Het fonds gaat groeibeluste bedrijven kopen in de Benelux.

Tegelijkertijd kondigde Waterland, een private equity-financier in Bussum die deze zomer 1,1 miljard euro toegezegd kreeg van professionele beleggers, een investering aan in de gezondheidszorg. Waterland wil participeren in U-center, een jonge kliniek in Epen die depressies, burn-outs en angsten behandelt, zo blijkt uit een melding bij fusiewaakhond NMa.

Het zijn twee losse nieuwsberichten, maar zij illustreren vier economische trends.

Nummer één is de permanente animo onder pensioenfondsen, verzekeraars, welgestelde families én buitenlandse staatsinvesteringsfondsen om kapitaal te steken in private equity-financiers. Deze financiers zijn in twee decennia de stille kracht en stille macht in de economie geworden. Zij zijn notoir stil tegenover de buitenwereld, maar niet tegenover hun eigen beleggers over hun rendementen. En hoeveel zij zelf verdienen.

Zij kopen graag familiebedrijven en dochters van beursgenoteerde bedrijven. Hun credo is: ook in een sukkelende of krimpende economie zijn er ambitieuze ondernemers. Naast achterblijvers zijn er altijd koplopers.

De rendementen zijn sappig, meer dan 25 procent is heel gewoon. Dat trekt het lepe kapitaal. De twee grootste Nederlandse pensioenfondsen, ABP (leraren en ambtenaren) en het Zorg en Welzijnfonds, hebben bijvoorbeeld geld zitten in een of meer fondsen van Bencis en Waterland.

Soms lopen de financiers domweg achter elkaar aan. Bencis kocht Catalpa (kinderopvang) van Waterland om het vier jaar later, na een serie overnames, met een meeropbrengst te verkopen aan de Amerikaanse financier Providence.

De animo om geld te steken in private equity-financiers wordt versterkt door de verschuivingen in het beleggingsbeleid van grote (inter)nationale pensioenfondsen. Trend twee. Zij minderen het percentage van hun groeiende vermogen dat zij op de beurs beleggen, maar vermeerderen investeringen met een werkelijk langetermijnperspectief, zoals infrastructuur en private equity. Zij hebben daardoor wat minder last van overrompelende koersdalingen op de internationale beurzen.

Met hun geldstroom naar private equity-fondsen illustreren de pensioenbeheerders trends drie en vier. Om te beginnen heeft een steeds groter deel van het bedrijfsleven geen beursnotering: Hema, C-1000, V&D en LaPlace, industrie-icoon Stork, sapfabrikant Refresco en kabelbedrijf Ziggo. Ook de meerderheidsaandeelhouder van de uitgever van deze krant is een private equity-financier.

Verder, trend vier, zijn talloze ondernemingen op nieuwe groeimarkten niet aan de beurs genoteerd. Dat geldt voor sexy nieuwkomers als Facebook én voor ondernemingen in die ‘saaie’ gezondheidszorg. Hier gaan private equity-financiers eerste rang zitten.

Dankzij die laatste twee trends trekken zij de aandacht. Ook van politici. Die zien dat een deel van het rendement wordt behaald dankzij lekker veel geleend geld. Omdat de rente fiscaal aftrekbaar is, lijden sommige bedrijven in handen van private equity-beleggers stelselmatig verlies.

Staatssecretaris Frans Weekers (Financiën; VVD) stelt er straks paal en perk aan, de PVV wil ook bestaande financiële constructies aanpakken. Private winst op publieke rekening is sinds de kredietcrisis een taboe, niet alleen meer op links, maar juist ook op rechts.

menno tamminga