Occupy gaat door, of het nu vriest of niet

In de VS zijn Occupy-kampen ontruimd. Maar de tenten in Amsterdam, Utrecht en Den Haag staan er nog steeds. Ondanks de kou willen de demonstranten doorgaan.

Kamperen in de buitenlucht terwijl het ijskoud is. De demonstranten van Occupy Amsterdam die het Beursplein bezetten, doen dat al zo’n twee weken. En ze zijn blij met de kou. „Die kou is voor ons goed. Zo blijven alleen de echte demonstranten over en hebben we geen last meer van dronken herrieschoppers”, zegt de 23-jarige Niek Verdonk, fietsenmaker en woordvoerder van Occupy Amsterdam.

De ‘occupiers’, zoals ze zichzelf noemen, zijn druk geweest om het tentenkamp winterbestendig te maken. Onder de tientallen tenten liggen houten pallets, er zijn dekens gedoneerd en de tenten zijn van de buitenkant geïsoleerd met karton en extra zeil. Verspreid door het kamp staan kleine gaskachels met groepjes demonstranten eromheen.

Gisteren bleek dat de demonstranten de maatregelen niet voor niets hebben getroffen. De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan meldde dat de jaarlijkse kerstmarkt, die op 7 december op het plein opgezet zou worden, verplaatst kan worden naar de Dam. Verdonk maakt hieruit op dat de burgemeester hen niet weg wil hebben. „Dus we blijven zo lang het nodig is.”

Maar de burgemeester herhaalde gisteren ook zijn eerdere uitspraak: „De demonstranten moeten weg zijn als Sinterklaas met zijn paard over de daken rijdt.” Volgens een woordvoerder van de burgemeester wordt er goed overlegd met de bezetters van het Beursplein. Maar de occupiers willen nog altijd niet op het voorstel ingaan om naar de Zuidas te verhuizen; liever blijven ze in het centrum van de stad.

CDA en VVD in Amsterdam vinden intussen dat de bezetting te lang duurt. „Dit is geen demonstratie meer. Ze zorgen voor overlast en de ondernemers rond het plein lopen inkomsten mis”, zegt VVD-raadslid Daniel van der Ree. „Wij blijven tegen de burgemeester zeggen dat hij actie moet ondernemen. Hij is verantwoordelijk voor de openbare ruimte.”

Ook in andere steden in Nederland staan ondanks de kou nog altijd tentenkampen van de Occupy-beweging. Het tentenkamp in Utrecht telde gisteren veertien tenten. Het Utrechtse kamp staat bij de ingang van het stadhuis en heeft nog geen tegenstand ervaren. De occupiers is alleen verzocht op 31 december het kamp voor een dag te ontruimen, vanwege het vele vuurwerk met Oud en Nieuw. Dat zou onveilig zijn. Vanaf 1 januari mogen ze dan weer verder demonstreren.

Het contact tussen het Haagse stadsbestuur en de occupiers op het Malieveld is grimmiger. De Haagse demonstranten noemden de plaatselijke politie gisteren op Twitter „gestapo”. Dit omdat de bouwkeet van de Haagse occupiers volgens de politie ontruimd moet worden; de demonstratie zou met de keet een „te permanent karakter krijgen”. Op de site van de gemeente laat burgemeester Jozias van Aartsen weten dat hij de opmerking van Occupy Den Haag „onacceptabel” vindt. Van Aartsen roept de bezetters op de goede sfeer niet te bederven, en wijst erop dat de gemeente tot nu toe „constructief overleg heeft gevoerd met de mensen van Occupy Den Haag”.

Dat overleg vindt wekelijks plaats. Daarin was al gesproken over het verwijderen van de bouwkeet. Omdat de demonstranten hiertoe geen actie ondernamen, heeft de politie afgelopen nacht zelf de keet verwijderd.

De 19-jarige Haagse student Martin, die niet met zijn achternaam in de krant wil, zegt dat hij de Occupy-beweging in Den Haag van meet af aan niet zag zitten. Martin bivakkeert al enkele weken op het Beursplein in Amsterdam. „Hier zit je middenin de stad. Dat is gezelliger. Je praat makkelijker met voorbijgangers. Ik mag bij hen douchen. En er wordt hier meer muziek gemaakt. Dat heb je op het afgelegen Malieveld allemaal niet.”

Martin toont zijn kleine tent, die hij deelt met twee vrienden. „Ik heb een dik matras gevonden op straat. Ik slaap in mijn onderbroek in deze legerslaapzak.” De Haagse student wordt geroepen door een vriendin: zijn reikibehandeling begint. Hij lacht. „Zie je, dát heb je in Den Haag vast ook niet!”

Met medewerking van Brian van der Bol en Enzo van Steenbergen

    • Yasmina Aboutaleb