Nieuwe wassen neuzen

In de week waarin Connie Palmen het ‘machtige geslacht’ van Hans van Mierlo toch bleek te hebben geschrapt uit Logboek van een onbarmhartig jaar, zat er ineens een getatoeëerde man in Buitenhof. Henk van Straten, auteur van Superlul en daarmee de favoriet voor de burgerlijkste boektitel van 2011. Tegelijk verscheen Van Stratens ‘zware’ Salvador. Een leuke dubbelactie waar de markt zijn schouders over ophaalt: tussen de zonnebrillen en Sissy-Boyaccessoires in kwaliteitsboekhandel Scheltema vond ik vijf exemplaren van Superlul en nul van Salvador.

Wat niet wegneemt dat Van Straten een fascinerende indruk maakte: een en al beschaafde ernst (je zou hem zo op je kinderen laten passen en niet alleen om de tattoos die langs zijn hals omhoogschieten) over zijn beide boeken; kalm over hoe een openbaar kussengevecht aandacht voor zijn literaire werk genereert. Tegenover hem zat P.F. Thomése, die in zijn Verwey-lezing al sprak over de schrijver als product (Japin en Abdolah die spelen dat ze schrijver zijn) en die nu de collega’s Chabot en Zwagerman wegzette: schrijvers die in naam schrijver zijn, maar nooit meer een roman publiceren. Om te laten zien dat een schrijver van de oude stempel wel gemeen kan zijn.

Uit Van Straten sprak vooral goede zin, wat natuurlijk even weinig zegt over de kwaliteit van zijn werk als een suffe boektitel. Ook aan tafel zat Joost Nijsen, als de uitgever waar de moderne en de ouderwetse schrijver samen moeten komen. Dat is steeds ingewikkelder, blijkt uit het harde kussengevecht waarin Nijsen op internet met journalist Eric Smit is verwikkeld. Die schreef een boek over Nina Brink (die vrouw uit 2000), kreeg ruzie met haar en verzoende zich uiteindelijk – of juist niet. Hoe dan ook, Smit verwijt uitgevers dat zij schrijvers te weinig royalty betalen en steekt opzichtig de loftrompet over uitgeverij Bertram & De Leeuw. Daar deelt de schrijver in het risico van de uitgever, maar krijgt hij een groter deel van de opbrengst. Leuk voor wie goed verkoopt, zoals Smit nu, maar een wassen neus voor wie onder de 2.000 exemplaren blijft. En dat is in de literatuur bijna iedereen.

Dit zou in de ideale wereld van Smit ook niet meer gebeuren: een paar jaar geleden maakte De Bezige Bij 35 duizend euro over aan een jongeman met een idee voor een dik boek, zodat die jongeman het boek ook daadwerkelijk kon schrijven. Zijn naam: Peter Buwalda.