Niet jengelen bij deze juffrouw

Ze was uitgesproken, dominant, eigengereid en onbescheiden. We hebben het over KVPpolitica Marga Klompé, de eerste vrouwelijke minister van Nederland.

Gerard Mostert: Marga Klompé 1912-1986. Boom, 654 blz. € 34,50

Wat valt er anno 2011 nog te schrijven over de 25 jaar geleden overleden politica Marga Klompé, de vrouw die vooral in de jaren vijftig en zestig haar rol speelde? Is niet alles al verteld over de eerste vrouwelijke minister van Nederland, die onder meer verantwoordelijk was voor de invoering van de Algemene Bijstandswet waarmee de particuliere armenzorg tot het verleden ging behoren?

In 1990 schreven Ineke Jungschleger en Claar Bierlaagh een boek over de ‘gedreven politica die haar tijd ver vooruit was’, en een jaar eerder was Herinneringen aan Marga Klompé verschenen onder redactie van Michel van der Plas. Ook in de in 2001 gepubliceerde biografie van Piet de Jong, en die van Joseph Luns van vorig jaar, komt Klompé uitvoerig voor. Toch is het Gerard Mostert, die onlangs in Nijmegen promoveerde op de biografie Marga Klompé 1912-1986 gelukt om hier iets aan toe te voegen. Mostert beperkt zich niet tot de beleidsmatige prestaties en het functioneren van Klompé, maar probeert dieper te graven. Hij pakt haar levenslijnen in een vroeg stadium op en volgt deze ook langer om zodoende een verklaring te vinden voor het politieke en maatschappelijk handelen van Marga Klompé. Hierdoor krijgt het algemeen bekende verhaal van de vrouw die in 1948 lid van de Tweede Kamer werd voor de Katholieke Volkspartij (KVP) en in 1956 minister van Maatschappelijk werk, toch de noodzakelijke extra dimensie die een biografie ook echt tot een biografie maakt. Toch houdt Mostert nog de nodige slagen om de arm – en signaleert ‘een aantal paradoxen’ in haar leven.

Marga Klompé, die hechtte aan de de aanduiding juffrouw, was iemand met zeer uitgesproken opvattingen en ze maakte die ook kenbaar. Frans Andriessen, die in 1967 Tweede Kamerlid voor de KVP werd, zegt het voorzichtig: ‘Klompé was een autoriteit en gedroeg zich ook als zodanig. En maakte daar gebruik van. Mensen met minder persoonlijkheid werden door Klompé overvleugeld.’ Albert van den Heuvel, secretaris van de Raad van Kerken, die Klompé goed kende als representant van de katholieke vernieuwingsbeweging, is minder omfloerst: ‘Het was een formidabele schoolfrik; wee je gebeente als je iets deed wat haar niet beviel. Het bleef ons aller lerares.’

Ministerraad

Zo gedroeg zij zich ook in de ministerraad. Het non-interventiebeginsel – de gewoonte dat ministers zich zo min mogelijk uitlaten over andermans beleidsterrein – was aan Klompé niet besteed. Ze had over alles een mening. ‘Onze Lieve Vrouwe van Altijd Durende, maar niet Altijd Gewenste Wijsheid’, noemde een collega-minister haar. Voor zijn uit 1990 daterende boek Ministers en ministerraad turfde politicoloog Rudy Andeweg aan de hand van de notulen van de kabinetsvergaderingen uit 1968 de ‘departementoverstijgende’ bijdragen van de diverse ministers. Daaruit bleek dat Klompé koploper was met interventies die niet haar eigen departement betroffen: 43,8 procent. Ter vergelijking: de opmerkingen van minister Luns van Buitenlandse Zaken hadden maar in anderhalf procent van de gevallen betrekking op andere departementen dan het zijne.

Bescheidenheid kende zij dus niet en dat is moeilijk te rijmen met de door Klompé vaak gebezigde woorden dat zij tegen haar zin politiek actief was geworden. Ze was door de katholieke vrouwenbeweging naar voren geschoven en zag zichzelf bovenal als ‘een instrument van God’ en ‘dienares van het volk’. Volgens biograaf Mostert is deze tegenstrijdigheid wel verklaarbaar, want ook een instrument of dienaar van het volk moet spreken en handelen: hoe overtuigender en effectiever, hoe beter. De actieve politieke rol speelde zij ook ten tijde van de voor de KVP traumatische ‘Nacht van Schmelzer’ waarmee in 1966 het kabinet Cals ten val kwam. Met pijn in het hart koos zij tegen haar vriend Cals en vóór de KVP-fractie omdat zij die bijeen wilde houden.

Klompés uitgesprokenheid is te herleiden tot haar moeder Maria, die in het gezin een dominante rol speelde. Dat kwam onder meer door de afwezigheid van vader Klompé, die in de jaren twintig geestesziek werd en in een psychiatrische inrichting werd opgenomen. Volgens Mostert is Maria’s positie een bevestiging van de stelling van de Amerikaanse politicologen Kelly en Boutilier dat vrouwelijke politici worden ‘gemaakt’ door hun moeder. ‘Met Maria Klompé onbetwistbaar aan het hoofd van het gezin was het voor Marga niet moeilijk een groot gevoel van eigenwaarde op te bouwen.’

Huwelijkskandidaat

Een huwelijk zat er voor Klompé niet in. Net zomin als voor haar drie zusters. Alleen haar broer trouwde. Een ‘mogelijke verklaring’ die Mostert hiervoor geeft is dat de zusters Klompé door de huiselijke omstandigheden uitgroeiden tot onafhankelijke vrouwen met een eigen zinvolle invulling van hun leven. Marga Klompé heeft nooit veel willen zeggen over haar ongehuwde bestaan. Ze was de geschikte huwelijkskandidaat nooit tegengekomen: „Mannen waren bang voor haar, ze was zo assertief en zelfverzekerd”, zegt Albert van den Heuvel. Om die reden accepteerde de KVP, die aanvankelijk geen gehuwde vrouw in de Kamerfractie toeliet, Klompé juist wél.

Klompé werd dus in 1956 minister voor Maatschappelijk werk in het vierde kabinet Drees. ‘Tegen mijn zin in’, verklaarde zij later. Mostert schrijft daarentegen dat zij al in een vroeg stadium van de kabinetsformatie aan KVP-fractievoorzitter Romme – haar politieke leermeester en beschermheer – had laten weten bereid te zijn de ‘zetel’ Maatschappelijk werk te bezetten. Mostert: ‘Met de door haar meer dan eens gedragen tegenzin tegen een politieke functie plaatste zij zich in de rij van notabelen die lieten weten dat zij tegen hun zin gehoor gaven aan het verzoek zich beschikbaar te stellen voor de politiek.’

In die zin gedroeg zij zich als vrouw niet anders dan vele mannen. Met het ‘vrouw’ zijn als bijzondere categorie had zij niets. De altijd weer terugkerende vraag over het verschil tussen een mannelijke en een vrouwelijke minister deed Klompé af als ‘gejengel’. Bij haar aantreden als minister zei ze tegen journalisten dat het enige verschil tussen haar en een mannelijke collega ‘een eventuele poederdoos in de bureaula’ was. Feminist wilde ze zeker niet genoemd worden.

Het bestaande beeld van Marga Klompé is met de nu verschenen biografie niet veranderd. Ze was inderdaad wat men tegenwoordig een powerwoman noemt. Maar tegelijk ook iemand die niet tot het uiterste wilde gaan om haar doelen te bereiken. Daarvoor was het principe om eenheid te bewaren voor haar net iets belangrijker. ‘Zij bond haar emoties tijdig in en koos voor eenheid’, aldus Mostert . Daarmee paste Klompé ‘eigengereid als ze was toch wonderwel in het Nederlandse politieke bestel, waarbij het compromis ter wille van de eenheid van de coalitie essentieel is voor het systeem’. Het systeem dat eigenlijk nu nog altijd bestaat. Ook om die reden is de biografie van Marga Klompé verre van gedateerd.