Na executie leider werd Boko Haram ongrijpbaar

Boko Haram in Nigeria is in drie jaar uitgegroeid van een islamitische sekte tot een terreurbeweging. De reactie van het leger op de terreur leidt tot nog meer geweld.

Elke keer als de radicale islamitische sekte Boko Haram een aanslag pleegt in het noorden van Nigeria, sluit het leger hele wijken af en gaat van deur tot deur. Tientallen jonge mannen worden opgepakt, mishandeld en soms zelfs doodgeschoten. „Als de militairen komen, vluchten we snel weg. Ze gaan totaal door het lint”, zei de jonge fietsenmaker Baba Gana in Maiduguri deze week tegen persbureau Reuters.

Zo ging het ook twee weken geleden, nadat Boko Haram urenlang de noordelijke stad Damaturu had overgenomen. De autoriteiten waren machteloos. Gewapende aanhangers van de sekte trokken een spoor van vernielingen door de stad. Ze vermoordden 138 mensen en lieten talloze politiebureaus, kerken en moskeeën in puin achter. Het leger reageerde met willekeurige arrestaties.

„Deze keiharde aanpak werkt totaal contraproductief en heeft Boko Haram alleen maar versterkt”, zegt Paul Lubeck, hoogleraar sociologie van de Universiteit van California, die regelmatig in Nigeria komt, Hausa spreekt, en sinds tien jaar onderzoek doet naar islamitische bewegingen in het noorden van het land.

Boko Haram is de afgelopen drie jaar uitgegroeid van een kleine religieuze sekte in Maiduguri tot een terreurorganisatie die in staat is om grote zelfmoordaanslagen te plegen in de hoofdstad. Daarvan getuigen de recente aanslagen op een politiebureau en het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in Abuja. Alleen al in 2011 telde persbureau AP 361 slachtoffers van Boko Haram.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Boko Haram (letterlijk: westers onderwijs is zondig) is in 2002 in Maiduguri opgericht door de radicale islamitische geestelijke Mohammad Yusuf. Dit was volgens Lubeck een reactie op de enorme corruptie van de verwesterde elite, die zichzelf verrijkt met oliegeld en woont in paleizen van marmer, terwijl 72 procent van de Nigerianen in het noorden onder de armoedegrens leeft.

De aanhangers van Yusuf woonden tot 2009 in een commune in Maiduguri, waar ze zich terugtrokken uit de in hun ogen gecorrumpeerde samenleving. Yusuf had zo’n 300.000 volgelingen en veel aanhang onder de armen, die leefden van voedsel dat Boko Haram uitdeelde.

„Yusuf was een gerespecteerde imam in Maiduguri, ook onder sommige autoriteiten. Lubeck: „Zelfs de commissaris voor religieuze zaken van de staat Borno, waar Maiduguri de hoofdstad van is, was lid van Boko Haram. Yusufs preken waren onderdeel van het publieke debat. Hij wees westerse invloed niet per definitie af, maar vond dat onderwijs aan islamitische criteria moest voldoen. Zo mocht de evolutietheorie niet onderwezen worden.”

De sekte radicaliseerde in juli 2009, na gewelddadig politieoptreden tegen een aantal volgelingen.

Yusuf reageerde furieus en riep op tot een gewelddadige opstand, die zich van de noordelijke staat Bauchi verspreidde naar de staten Borno, Yobe en Kano. Het leger drukte de opstand met grof geweld de kop in, met 800 doden tot gevolg. Yusuf werd opgepakt en geëxecuteerd. Dit was het begin van een cyclus van geweld en tegengeweld die tot vandaag voortduurt.

Sinds de dood van Yusuf lijkt Boko Haram een organisatorische structuur en leiderschap te ontberen, wat de sekte ongrijpbaar maakt. „Er zijn verschillende facties, die onderling van mening verschillen”, zegt Lubeck. „Sommigen zijn gematigd en bereid om te onderhandelen met de regering, anderen wijzen een dialoog pertinent af.”

Dit blijkt uit de moord op Yusufs zwager Babakura Fuga. Hij had in september een ontmoeting met voormalig president Olusegun Obasanjo om te praten over een wapenstilstand. Fugu was naderhand positief over de kans op vrede. Binnen 48 uur werd hij doodgeschoten.

De moord is volgens Lubeck vermoedelijk het werk van de meest radicale factie, die wordt geleid door Abu Mohammed Abubakar Bin Shekau, tot 2009 de tweede man van Boko Haram. „Hij is na de dood van Yusuf naar het buitenland gevlucht en opereert waarschijnlijk vanuit Kameroen, Tsjaad of Niger. Daar wist hij andere gevluchte aanhangers te verenigen en voegde ‘jihad’ toe aan de naam van de sekte.”

Die jihad of heilige oorlog bestond aanvankelijk uit mannen met kalasjnikovs op motorfietsen, die politieagenten, militairen en geestelijken doodschoten. Maar het afgelopen jaar is het tactische vermogen van Boko Haram razendsnel gegroeid. De sekte maakt nu gebruik van zelfgemaakte explosieven en zelfmoordaanslagen en kiest ook een buitenlands doelwit: het hoofdkantoor van de VN in Abuja.

Hieruit trekt Lubeck de conclusie dat Boko Haram hulp krijgt van Al-Qaeda-in-de-islamitische-Maghreb.

„Er is veel indirect bewijs”, zegt hij. „Mijn contacten bij inlichtingendiensten zeggen dat Nigerianen zijn opgedoken in trainingskampen van Al-Qaeda in de Sahel. Maar ik heb geen sluitend bewijs gezien. Het is zeker niet ondenkbaar dat Boko Haram hulp krijgt van Al-Qaeda. Maar we moeten voorzichtig zijn, want het kan een voorwendsel zijn voor buitenlandse militaire inmenging.”

Generaal Carter Ham, hoofd van de Amerikaanse troepen in Afrika, noemde Boko Haram in september al een „bedreiging voor de VS”.

Lubeck vreest dat de link met Al-Qaeda leidt tot nog meer repressie. Begin juli waren er zoveel willekeurige arrestaties dat vooraanstaande inwoners van Maiduguri het leger opriepen te vertrekken. „Er moet onmiddellijk een einde komen aan dit zinloze geweld”, zegt Lubeck. „De regering moet een dialoog op gang brengen met de gematigde facties van Boko Haram en proberen ze te reïntegreren in de samenleving.”

In de regering gaan stemmen op voor een amnestieregeling, zoals in de Nigerdelta. Lubeck gelooft daar niet in. „Bij de opstand in de Nigerdelta speelde geld een grote rol. De rebellen wilden een deel van het oliegeld en konden worden afgekocht. Boko Haram stelt geen materiële eisen, maar is juist een reactie op de zelfverrijking van de elite.”

Er moet vooral een economisch herstelprogramma komen voor het noorden, zegt Lubeck. „Jaren van wanbestuur hebben geleid tot een diepe economische en sociale crisis. Maiduguri was ooit een redelijk welvarende stad, maar de textielindustrie is totaal weggevaagd. Er is een groot gebrek aan elektriciteit. De werkloosheid is gigantisch, scholen en ziekenhuizen zijn verwaarloosd. Alleen als deze onderliggende oorzaken zijn weggenomen, is een oplossing mogelijk.”