'Muziek is voor mij ademhalen met musici'

Pablo Heras-Casado is een van de interessantste dirigenten van de jonge generatie. Vanavond debuteert hij voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

„Ik kan mijn moeder niet gelukkiger maken dan door de bloemen van mijn laatste concert daarna mee te nemen naar huis”, twitterde dirigent Pablo Heras-Casado (33) vorige week. Die bloemen had hij verdiend bij het Radio Filharmonisch Orkest, waar hij met blote handen een enerverende, warmbloedige uitvoering leidde van Sjostakovitsj’ Tiende symfonie (bekijk en beluister op radio4.nl).

En deze week is hij er wéér: Heras-Casado is opvallend veel in Nederland de laatste tijd. Bij het Residentie Orkest leidde hij verschillende concertseries, markant door het echt eigen geluid in een breed repertoire, de aandacht voor details, de extreme helderheid van structuur. Volgende maand keert hij opnieuw terug voor het Residentie Orkest.

Aan die frequentie zie je terug dat Heras-Casado wenskandidaat was van het Residentie Orkest, dat zoekt naar een nieuwe chef-dirigent. Tot verdriet van het orkest ketste die benoeming af. „Ik heb er serieus over gedacht”, zegt Heras-Casado nu. „Maar uiteindelijk sloeg ik een andere richting uit door de snelheid waarmee alles nu opeens gaat. Het Residentie Orkest heeft behoefte aan een bouwer, een dirigent die er véél is, geen dirigent als de huidige chef Neeme Järvi – diens kwaliteiten niette na gesproken. Ik kan die man niet voor ze zijn op dit moment. Voor het onderhoud van mijn steeds hechtere relaties met orkesten als het LA en San Francisco Philharmonic, het Freiburger Barockorchester en het Tonhalle Orchester Zürich heb ik veel tijd nodig. Ik wil ook opera blijven doen – daar ben ik dol op. Als ik een vaste band met een orkest aanga, wil ik het ook echt goed kunnen doen. Ik denk nu: over drie jaar of zo. Maar pin me er niet op vast. Soms kan de bal opeens snel rollen.”

Zowel de Haagse teleurstelling als Heras’ besluit is begrijpelijk in het licht van zijn actuele agenda. Vorige week: droomdebuut bij de Berliner Philharmoniker. Volgende week: eerste komst naar het Mariinsky Theater in Sint Petersburg. Nieuws: Heras tekent contract met kwaliteitslabel Harmonia Mundi, voor zowel oude muziek als groot symfonisch werk. En zo gaat het door. Vanavond debuteert hij bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. En tussen de repetities door sprak hij alvast met het Concertgebouworkest over de invulling van zijn eerste optreden aldaar, in het volgend seizoen.

U begon als zanger en dirigent van oude muziek. Was dat vormend?

„Ja, in alle opzichten. Nog steeds draait muziek voor mij primair om ademhalen met de musici. Het gaat niet om je lijf, het gaat niet om je handen, het gaat om de intimiteit van de communicatie – en die houdt met zingen direct verband. Die lijfelijkheid is belangrijk. Ik dirigeer ook zonder stokje: dat is directer, flexibeler en helderder. En wat betreft de oude muziek; ook die invloed is nauwelijks te overschatten. In veel romantische werken hoor je vroege polyfonie terug. De grammatica en de retoriek van oude muziek lopen lineair door in de muziek van daarna.”

U dirigeert alle stijlen door elkaar heen: van 15de-eeuwse tot nieuwste muziek. En dat doen meer jonge dirigenten. Toeval? Of is die veelzijdigheid typerend voor de nieuwe generatie?

„Ik denk dat laatste: we staan open voor alles én we werken met orkestmusici die steeds breder ontwikkeld zijn. Oude en nieuwe muziek zijn niet meer het exclusieve domein van specialisten. Dat heeft enorme voordelen. Het liefst leid ik programma’s die de volle breedte van het repertoire verkennen. Laatst nog ben ik een concert begonnen met een zestiende-eeuwse Ensalada van de Catalaanse componist Mateo Flecha, daarna een stukje Nono, dan Britten, ten slotte Sjostakovitsj Negende symfonie. Mits je zoekt naar samenhang, is er ontzettend veel mogelijk. De stijlen kunnen elkaar dan binnen een concert beïnvloeden – zoals ze ook historisch gesproken uit elkaar voortkomen en met elkaar verband houden. Zonder Schütz geen Brahms. Zonder Bach geen Mendelssohn. Kijk niet naar de aanduidingen, de fraseringen, de tempoaanwijzingen, kijk maar in de noten. Uiteindelijk staat wat telt – het muzikaal skelet – dáár.”

Dus dan is de taak van de dirigent…

„Haha, dat vraag ik me juist vanuit dat perspectief soms ook af. Dan heb ik uitermate consciëntieus mijn partituren bestudeerd – want veelzijdigheid stelt in repertoirestudie extreme eisen wanneer je als generalist op specialistisch niveau wilt werken – en vraag me af: wat nu? Maar uiteindelijk neem je toch je eigen visie mee, natuurlijk.”

Uw ideeën doen een beetje denken aan Iván Fischer, die daartoe zijn eigen Budapest Festival Orchestra oprichtte als proeftuin.

„Ha, een compliment! De allerbeste uitvoering van Mozarts Don Giovanni ooit hoorde ik onlangs: Fischer en zijn eigen orkest in New York. En waarom? Omdat hij in alles uitging van wat de muziek vertelt. De vocale ensembles waren echte ensembles; ze klonken als kleine kamerkoorstukjes, en niet als een bijeengeraapte club elkaar overgalmende ego’s.”

Bij het Rotterdams leidt u vanavond Mendelssohn, Debussy en Canteloube. Dat is nog relatief behoudend.

„Een debuutprogramma is iets aparts: je moet muziek kiezen die je kent en die bij het orkest past, maar je kunt ook niet op safe spelen. Dit leek me al een avontuurlijke muzikale reis langs Spanje en Schotland.”

Heras-Casado: 18/11 bij Rotterdams Phil. Orkest, 010 2171717. Bij het Residentie Orkest: 9 en 10/12 (Beethoven 5); www.residentieorkest.nl

    • Mischa Spel