Libië krijgt ‘symbolisch’ lidmaatschap Mensenrechtenraad terug

Libië mag opnieuw lid worden van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Dat is vandaag besloten door de Algemene Vergadering.

Het lidmaatschap van Libië in de Mensenrechtenraad werd begin maart opgeheven omdat leiders zich tijdens de opstand schuldig maakten aan “grove en systematische schendingen van de mensenrechten”. Voorafgaande aan de stemming gaf de Libische ambassadeur bij de Verenigde Naties, Ibrahim Dabbashi, toe dat er in die maanden inderdaad enkele “geïsoleerde gevallen” van mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden, maar dat de nieuwe regering een plaats in de raad verdient.

Dabbashi diende bij de 193 naties tellende Vergadering een resolutie waarin de leden al dan niet moesten aangeven “verheugd te zijn over de toezeggingen van Libië om diens verplichtingen tegenover internationale mensenrechten na te komen en om mensenrechten, democratie en wetshandhaving te bevorderen en te beschermen”.

De resolutie werd met een meerderheid van stemmen aangenomen. 123 lidstaten stemden voor, slechts 4, Bolivia, Ecuador, Nicaragua en Venezuela, tegen. Zij beweren dat de Nationale Overgangsraad, de interim-regering, geen legitieme regering is. Zes andere staten waren afwezig, nog eens tientallen andere brachten geen stem uit.

Volgens buitenlandredacteur Carolien Roelants van NRC Handelsblad is het terugkrijgen van het lidmaatschap vooral “symbolisch”. Roelants:

“We moeten nog maar afwachten of het goed gaat met de mensenrechten in Libië en of het lidmaatschap wat uithaalt voor de situatie in het land. Op dit moment is de mensenrechtensituatie daar niet ideaal. Gewapende milities vechten met elkaar en er zijn berichten van marteling. Het lidmaatschap van de Mensenrechtenraad verandert daar niks aan. Het is daar een chaos.”

    • Dirk Wijnand de Jong