Je leeft niet alleen voor jezelf. Dus sta je een nier af aan een ander

Ze hadden het maandenlang aan niemand verteld, alleen aan hun kinderen en de huisarts. Ze wilden zich niet laten beïnvloeden door de opvattingen van anderen. Op de ochtend dat het ging gebeuren, hebben ze alle familie en kennissen gemaild: Dick gaat zo vier uur op de operatietafel liggen om een nier te laten verwijderen.

Zijn vrouw had die nacht amper geslapen van de zenuwen. Om half een ’s middags ging de telefoon: het ging prima met Dick, zijn nier was getransplanteerd naar het lichaam van een ander. Zo gek. Die ander lag een paar kamers verderop in het Erasmus MC maar Dick heeft hem of haar nooit gezien.

Dick is het soort man dat je komt halen met de auto, als je een interviewafspraak hebt maar het adres niet kunt vinden. Hij zit met zijn vrouw op de bank in de woonkamer, en vertelt over de grote beslissing die hen het afgelopen jaar bezighield. Hij was al jaren bloed- en plasmadonor. Maar toen hij twee jaar geleden 70 werd, kreeg hij een keurige brief van de bloedbank dat hij nu te oud was om bloed te doneren. „Dat maak ik zelf wel uit”, dacht Dick.

Rond die tijd had de vader van een vriend van de kinderen een nier nodig en dat zette Dick aan het denken. Die man kon hij niet helpen, maar contact had hij inmiddels al wel met het Erasmus MC, waar een programma bestaat voor nierdonoren. Dat mocht nog wel op zijn zeventigste, mits hij verder gezond was.

Dick is één van de twintig mensen per jaar die tijdens hun leven een nier afstaan om een ander te helpen. Niet een vriend of familielid – een vorm van doneren die in hoog tempo toeneemt – maar iemand die ze niet kennen. Hun anonimiteit is van groot belang, ook in de krant. Het is niet de bedoeling dat de donor de ontvanger kan traceren of andersom.

Anonieme donoren zijn een belangrijke schakel in de wereld van donortekorten. Elk jaar sterven zo’n vijftig patiënten die op de wachtlijst staan. Als de nier van de anonieme donor matcht met de nierpatiënt, en die patiënt heeft bijvoorbeeld een echtgenoot die óók een nier wil afstaan, maar wiens nier niet met hem matcht, kan de nier van die echtgenoot weer naar een andere nierpatiënt. „Het is een soort dominoketen, waar jij als donor een cruciale bijdrage aan levert”, zegt Dick.

Zijn vrouw (71) had haar bedenkingen. Ze voelt zich afhankelijk van hem sinds ze een burn-out had. Twintig jaar had ze gewerkt als verpleegkundige nadat ze twee kinderen had opgevoed. Dat werk was zwaar. Het idee dat Dick de operatie misschien niet zou overleven, vloog haar aan. Hij zou een ziekenhuisbacterie kunnen oplopen of kunnen overlijden tijdens de operatie.

Maar zij ging mee naar elk onderzoek en elk gesprek met artsen in de maanden voor de transplantatie. „Na afloop van elk bezoek keken we elkaar aan en zeiden we: gaan we ermee door? Het antwoord was elke keer ja, want we konden tóch altijd nog terug”, zegt ze.

Tot het telefoontje kwam, dat ze een nierpatiënt hadden gevonden. En die had ook weer een familielid dat een nier wilde geven. Dick: „Ze zeiden in het ziekenhuis telkens dat we altijd mochten afhaken. Maar als je eenmaal weet dat twee mensen weten dat ze eindelijk een nier krijgen, dan doe je dat niet meer.”

Naastenliefde is Dicks belangrijkste drijfveer geweest. Op grond van zijn christelijke geloof. Hij wilde graag iemand helpen. Ze hebben na afloop een anonieme kaart gestuurd naar de ontvangers, via het ziekenhuis. Om te zeggen dat er in de kerkdienst met vijfhonderd mensen speciaal voor de ontvangers is gebeden. En ze kregen, anoniem, antwoord. Daar deden ze het niet voor, zegt Dick. Maar fijn is het wel. Want ze vragen zich elke dag af hoe het met de ontvangers zou gaan.