Ich bin ein Gamer

Regelmatig vraag ik het aan een volle zaal: „Wie is hier gamer?” Of het nu studenten zijn, medewerkers of directieleden, de reactie is altijd hetzelfde. Aarzelend gaan er een paar handen de lucht in.

Vraag je wie Wordfeud speelt, of CityVille, of wie Angry Birds geprobeerd heeft, dan gaan er veel meer handen de lucht in. Maar gamer, nee zeg.

Als je afgaat op gebruikscijfers hoef je de vraag of de gemiddelde Nederlander gamer is eigenlijk niet meer te stellen. Op een zeer klein percentage na spelen alle kinderen. En dan lopen de cijfers langzaam af met een dip rond de groep mannen van in de vijftig. Maar collectief spelen er meer Nederlanders wel dan niet, en ze doen dat ook nog eens een paar uur per week.

Er moet dus iets zijn waarom diezelfde Nederlanders een verschil maken tussen uren individuele games spelen en zichzelf zien als gamer.

Het kan te maken hebben met het beeld van De Gamer. Vraag je een volle zaal het eerste woord te roepen als zij het woord gamer in gedachten nemen dan word je bedolven onder termen als „nerd!”, „verslaafd” of zelfs „asociaal”. En wie geeft er nu toe asociaal te zijn?

Het behoeft bijna geen betoog, maar toch. Het beeld van de bleke, mannelijke gamer die in het licht van zijn monitor alleen op zolder zijn dagen slijt, is toch echt achterhaald. Niet dat hij niet bestaat; er zitten er vast nog wel een paar, ergens. Maar de tijden zijn veranderd. De stereotype gamer is al jaren veruit in de minderheid.

Want ben je dan enkel een gamer als je excessief speelt, als je level 85 in World of Warcraft hebt behaald, of als je weet wat ‘prestige mode’ in Call of Duty is? Nee. Je bent ook een gamer als je straks met de feestdagen de Wii weer eens aanzet of gewoon als je een potje Patience speelt op die oude Windowsbak. Het gaat om de kwaliteit van spelen, niet om de kwantiteit.

En dus is het tijd voor al die miljoenen Nederlanders om de feiten onder ogen te zien. Uiteindelijk is spelen geen zinloos tijdverdrijf.

Niet werken, maar spelen is wat ons menselijk maakt. En, het is één van de mooiste vormen van leren. Het is niet dat eenieder voor de spiegel moet gaan staan en dient te prevelen „Ja, ik ben een gamer”.

Al zou het wel een mooie eerste stap zijn in het acceptatieproces.

David Nieborg

In deze rubriek schrijven freelance journalist Niels ’t Hooft en gamewetenschapper David Nieborg over games.

    • David Nieborg