Homorechten in Spanje in geding

De verkiezingen van dit weekeinde in Spanje gaan over de economie. Maar winst voor de rechtse Volkspartij heeft ook gevolgen voor immateriële thema’s.

José Mantero kwam uit de kast met een klap die lang nagalmde. Onder de kop ‘Ik dank God dat ik gay ben’ poseerde de Spanjaard negen jaar geleden op de cover van het homotijdschrift Zero. Hij droeg een grijze trui, waaronder zijn witte priesterboord duidelijk afstak.

Dat Mantero, als eerste Spaanse geestelijke, openlijk voor zijn seksuele geaardheid uitkwam, werd hem door de kerk niet in dank afgenomen. Na jaren jaren van openlijk geruzie met Spaanse bisschoppen zette het Vaticaan hem in juli 2005 definitief uit zijn ambt.

Dat had Mantero wel verwacht, vertelt hij terugblikkend. „De Kerk wil maar niet begrijpen dat een ruime meerderheid van de Spanjaarden helemaal geen problemen met homo’s heeft.”

Waar de ex-priester, en veel andere homo’s, zich nu ongerust over maken is dat het standpunt van de Kerk na de landelijke verkiezingen van overmorgen weer een doorslaggevende stem krijgt in Spanje.

De conservatieve Volkspartij (PP) zal volgens alle peilingen met een ruime meerderheid de verkiezingen winnen. Het tijdperk van de socialistische premier José Luís Zapatero, onder wiens leiding Spanje een voortrekkersrol speelde in de homo-emancipatie, is voorbij.

In dezelfde zomer dat Mantero uit zijn ambt werd gezet, nam het parlement op voorstel van Zapatero een wet aan die het burgerlijk huwelijk openstelt voor homoparen. Zapatero vond dat Spanje hier, na landen in Noord-Europa en enkele Amerikaanse staten, klaar voor was. Hij zette een trend in gang in de katholieke wereld: ook in buurland Portugal, Argentinië en Mexico-Stad kunnen homostellen inmiddels trouwen.

Die verworvenheid staat nu weer op de tocht, vreest de Spaanse homogemeenschap. De PP was in het parlement in 2005 de enige partij die tegen het homohuwelijk stemde. In de protestmarsen van honderdduizenden katholieken liep de PP-leiding naast de bisschoppen aan kop.

Hoewel het protest van katholiek Spanje fel was, steunde ruim tweederde van de Spanjaarden invoering van het homohuwelijk. Helaas voor de socialisten zullen ze er zondag niet veel waardering voor krijgen. Zapatero zal vooral worden afgerekend op zijn economische nalatenschap: ruim 21 procent werkloosheid en een ernstige financiële crisis.

Doordat de economie het dominante verkiezingsthema is, heeft de PP straks vrij baan op immaterieel gebied, vreest Mantero. „De socialisten zijn zo beschadigd dat [PP-leider, red.] Mariano Rajoy nu al bijna verzekerd is van zijn herverkiezing in 2015. Na 20 november zal hij zijn ware gezicht laten zien.”

Maar volgens anderen is het niet zeker dat Rajoy wil morrelen aan de immateriële erfenis van Zapatero. De PP-leider meed het onderwerp in de campagne behoedzaam: het zou het sterk gedesillusioneerde linkse electoraat alleen mobiliseren om op de socialisten te gaan stemmen. De weinige keren dat Rajoy (desgevraagd) over het homohuwelijk sprak, echode hij het katholieke standpunt dat een huwelijk alleen een verbintenis tussen man en vrouw kan zijn. Homoparen zouden het moeten doen met een geregistreerd partnerschap.

Rajoy zegt eerst het beroep af te willen wachten dat zijn partij in 2005 aantekende tegen het homohuwelijk bij het Constitutioneel Hof.

„Beter zou zijn om het homohuwelijk en abortus via parlementaire weg aan te pakken”, stelt Nicolás de Cárdenas van de katholieke lobbygroep Vota Valores. Maar hij acht het „onwaarschijnlijk” dat Rajoy hier veel politiek kapitaal in gaat steken. Rajoy zal immers zijn handen vol hebben aan de economie.

Binnen de ultraconservatieve vleugel van de PP zal dit misschien tot gemor leiden. Rajoy heeft de meeste haviken de afgelopen jaren al uit de partijtop gewerkt. Maar, zegt lobbyist De Cárdenas, ook Rajoy zelf heeft zich in het verleden expliciet uitgesproken tegen het homohuwelijk. „Wij zullen hem aan zijn woord houden. Niemand heeft gezegd dat regeren makkelijk is.”