Hoge Raad heeft 'spijt' van houding in WO II

In een boek legt de Hoge Raad voor het eerst verantwoording af over de beladen oorlogsgeschiedenis.

De Hoge Raad is „bevangen door spijt” en „diep bedroefd” over het eigen oorlogsverleden. Dit zei president Geert Corstens van het hoogste rechtscollege gisteren bij de presentatie van het boek De Hoge Raad en de Tweede Wereldoorlog van de Nijmeegse hoogleraar Corjo Jansen en universiteitsdocent Derk Venema.

Het boek verscheen in opdracht van de Hoge Raad, die daarmee voor het eerst publiek verantwoording aflegt over de eigen, beladen oorlogsgeschiedenis. De studie is mede gebaseerd op de archieven van de Hoge Raad. Deze raakte al tijdens de oorlog in opspraak, doordat de raadsheren de ariërverklaring tekenden en de afzetting van de Joodse president Visser accepteerden. Het boek schetst een beeld van beroepsblindheid, gebrek aan moed en een ontbrekende antenne voor de (ondergrondse) publieke opinie.

Uit de studie komt naar voren dat de Hoge Raad wel incidenteel bij de bezetter protesteerde, maar op cruciale momenten zweeg of zich conformeerde. Een zuivering mislukte in de jaren veertig. De studie wijst als verantwoordelijke de eerste naoorlogse president Jan Donner aan, onder wie „het grote verdringen” begon. Donner, grootvader van de minister, wist door handig netwerken en een „behendig steekspel” de raadsheren uit de wind te houden.

De huidige president Corstens noemde het ontbreken van een krachtig publiek protest destijds een schrijnend gemis. Het rechtscollege als „kathedraal van het recht en hoeder van rechtvaardigheid” bleek niet opgewassen tegen de bezetter. De hoogste rechters in België en Noorwegen gedroegen zich eervoller. (NRC)