Hoge Raad heeft spijt over eigen 'gebrek aan moed' in de oorlog

De Hoge Raad is „bevangen door spijt” en „diep bedroefd” over het eigen oorlogsverleden. Dit zei president Geert Corstens van het hoogste rechtscollege gisteren bij de presentatie van het boek De Hoge Raad en de Tweede Wereldoorlog van de Nijmeegse hoogleraar Corjo Jansen en universiteitsdocent Derk Venema.

Het boek verscheen in opdracht van de Hoge Raad, die daarmee voor het eerst publiekelijk verantwoording aflegt over de eigen beladen oorlogsgeschiedenis. De studie is mede gebaseerd op de archieven van de Hoge Raad. Het hoogste rechtscollege raakte al tijdens de oorlog in opspraak doordat de raadsheren de ariërverklaring tekenden en de afzetting van de Joodse president Visser accepteerden.

Uit de studie blijkt dat de Hoge Raad wel incidenteel bij de Duitsers protesteerde, maar op cruciale momenten zweeg of zich conformeerde. De zuivering bij het rechtscollege meteen na de oorlog mislukte. De studie wijst daarvoor als verantwoordelijke Jan Donner aan, de eerste naoorlogse president, onder wie „het grote verdringen” begon.

Donner, grootvader van minister van Binnenlandse Zaken Piet Hein Donner, wist door handig netwerken en een „behendig steekspel” de raadsheren uit de wind te houden, aldus de studie.

De huidige president Corstens noemde gisteren het ontbreken van een krachtig publiek protest door de Hoge Raad een schrijnend gemis. Het rechtscollege als „kathedraal van het recht en hoeder van rechtvaardigheid” bleek niet opgewassen tegen de bezetter. De hoogste rechters in België en Noorwegen gedroegen zich eervoller.

Boeken: pagina 9