Extreem weer vraagt om rampenplannen

Extreme droogte, hitte, regen en storm komen echt vaker voor, concludeert het IPCC, en dat komt door verandering van het klimaat. Economische en sociale schade zullen

Een hittegolf in Rusland, aanhoudende droogte in de hoorn van Afrika, zware overstromingen in Pakistan en Thailand, orkaan Irene die rakelings langs New York scheert, een ‘pre-Halloween’ sneeuwstorm in het noordoosten van de VS. Extreme weersomstandigheden lijken vaker voor te komen.

Zonder een uitspraak te doen over deze specifieke gebeurtenissen, is dat ook de conclusie van het IPCC, het panel van klimaatwetenschappers van de Verenigde Naties. In het vanmorgen verschenen Report on Managing the Risks of Extreme Events and Disasters to Advance Climate Change Adaptation stelt het IPCC dat weersextremen waarschijnlijk nu al beïnvloed worden door klimaatverandering. In de toekomst kunnen sommige delen van de wereld, bijvoorbeeld door droogte, ‘marginaliseren als gebieden om te leven’. De sociale en economische schade door weergerelateerde rampen zal fors stijgen.

De wetenschappers houden de nodige slagen om de arm, want „signalen van klimaatverandering zijn relatief bescheiden in vergelijking met de natuurlijke variatie in het klimaat”. Veel uitspraken hebben daarom het predicaat ‘lage zekerheid’ meegekregen (zoals over de toename van het aantal zware orkanen), andere zijn ‘waarschijnlijk’ (vaker extreme neerslag), en enkele ‘zeer waarschijnlijk’ (meer uitzonderlijk warme dagen). Maar individuele weersomstandigheden nauwkeurig relateren aan de opwarming van de aarde blijkt behoorlijk lastig.

Volgens Maarten van Aalst, directeur van het Klimaatcentrum van het Internationale Rode Kruis, is het ondanks die onzekerheden een waardevol rapport. Van Aalst is deze week in de Oegandese hoofdstad Kampala, waar tot gisteravond de laatste hand werd gelegd aan de samenvatting van het rapport voor beleidsmakers. Zoals altijd bij IPCC-rapporten is dat een kwestie van onderhandelen, zodat alle deelnemende landen uiteindelijk hun handtekening onder de conclusies kunnen zetten.

Van Aalst, zelf klimaatwetenschapper en gepromoveerd bij de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen, behoorde tot het team van auteurs. „In de evaluatie die het IPCC eens in de vijf tot zeven jaar publiceert over de klimaatkennis, zijn wetenschap en adaptatie gescheiden in verschillende rapporten”, zegt hij in een telefoongesprek vanuit Kampala, „Het unieke van dit rapport is dat die twee nu samenkomen en dat het gaat om het gebruik van die kennis. Wat zijn de gevaren in bepaalde gebieden? Hoe verminder je die? Welke groepen zijn kwetsbaar?”

Die risico’s zijn heel verschillend. „De minister van Landbouw in de Filippijnen was bijvoorbeeld niet erg geïnteresseerd in klimaatverandering, totdat hij de relatie zag tussen neerslagpatronen en El Niño”, zegt Van Aalst. „Daardoor kan hij nu beter het succes van een toekomstige rijstoogst inschatten en zonodig vooraf rijst inkopen als de prijs door schaarste nog niet zo hoog is.”

Een ander voorbeeld is zuidelijk Afrika, waar overenthousiaste beleidsmakers na een paar natte jaren hadden gelezen dat de kans op overstromingen wereldwijd toeneemt. „In rampenplannen besteedden ze ineens minder aandacht aan droogte. Maar die globale trend geldt niet per definitie voor hun regio. Daar is de kans op droogte zeker zo groot.”

Van Aalst erkent dat het moeilijk is om bij natuurrampen door extreem weer te bepalen of de schade wordt veroorzaakt door de natuur of door de mens. „Als je aan de kust in Florida kostbare infrastructuur bouwt, weet je dat je risico’s loopt.”

Vaak leiden samengestelde problemen tot een ramp, zegt Van Aalst. „Tuvalu, een eilandstaatje in de stille Oceaan, wordt nu al lange tijd geteisterd door droogte. Op het eiland zijn ze voor hun drinkwater afhankelijk van regen. Het wordt een probleem doordat bij extreem hoogwater zout zeewater over het eiland spoelt en het grondwater verzilt.”

Volgens Van Aalst kan het rapport, ondanks alle onzekerheden, landen helpen om zich voor te bereiden op een mogelijke ramp. Dat geldt voor Oeganda, waar modderstromen na een overstroming kunnen worden bestreden door het planten van bomen. Maar ook voor Nederland, waar meer hittegolven worden verwacht, die vooral ouderen zullen treffen.