Deze keer nu eens geen veldslag over EU-geld

De onderhandelingen over de EU-begroting verlopen soepel. Een paar miljard meer of minder voor landbouw wordt snel minder belangrijk als de eurozone wankelt.

Alle Europese regeringen zitten dit jaar krap bij kas. Niemand heeft de illusie dat het volgend jaar beter zal zijn. Je zou dus verwachten dat de onderhandelingen over de Europese begroting van 2012, die de begrotingsministers vandaag in Brussel met het Europees Parlement moeten voeren, op een nóg grotere veldslag uitlopen dan vorig jaar. Het parlement vraagt immers, zoals elk jaar, méér geld voor Europa dan de regeringen willen uitgeven.

Maar nee: geen veldslag. Integendeel zelfs. Mensen die betrokken zijn bij het jaarlijks terugkerende ritueel van de begrotingsonderhandelingen, vertellen dat de sfeer beter is dan vorig jaar. Sommigen hopen zelfs voorzichtig dat er morgen een compromis ligt. Dat is opmerkelijk, juist in deze crisistijd.

Vorig jaar maakten regeringen en parlementariërs elkaar kriegel met onbuigzame standpunten. Toen er eindelijk een akkoord lag, was het nieuwe jaar al bijna aangebroken. „Dit jaar gaat iedereen professioneel en correct met elkaar om”, zegt iemand die betrokken is bij de onderhandelingen. „Nee, dit is geen grap.”

De crisis, zegt hij, maakt alles relatief. Als banken op instorten staan en beleggers de eurozone ontvluchten, wordt het minder belangrijk of er 43,8 miljard euro naar landbouw gaat (zoals lidstaten willen), of 45,1 miljard (wat het parlement wil).

Wat ook meespeelt, is dat de parlementariërs vorig jaar voor het eerst onder de nieuwe regels van het EU-verdrag van Lissabon mee mocht onderhandelen. Ze kregen meer macht en dat lieten ze de lidstaten voelen. Op alle slakken legden ze zout. Dit jaar doen ze dat minder, omdat ze vorig jaar procedurepunten hebben gescoord – over hun eigen rol bij toekomstige beslissingen –, die nu de onderhandelingen over geld niet meer hoeven te verzieken.

Nog een reden is dat er bij de goedkeuring van de begroting voor 2011 meer besluiten moesten worden genomen met unanimiteit – één land kon de deal dus tegenhouden. Voor de nieuwe begroting kunnen meer besluiten met meerderheid worden genomen. Onderhandelaars komen met dogmatische posities minder ver, ze moeten coalities smeden. Tenslotte, zegt een diplomaat: „Europese projecten zijn vaak groot. Goed voor de werkgelegenheid. Juist nu stop je die niet.”

De begroting van 2012 is zoals altijd opgesteld door de Europese Commissie. En zoals elk jaar proberen de regeringen daar van alles af te schaven. De Commissie wil 4,9 procent meer uitgeven dan vorig jaar: totaal 132,6 miljard euro. De regeringen hebben gezegd: maximaal 2 procent meer. Bij een inflatie van 2 procent komt dit neer op het bevriezen van de begroting. Een aantal landen, waaronder Nederland, is fel op dit punt. Maar het Europees Parlement wil 5,2 procent extra.

Over het leeuwendeel van de kosten valt nauwelijks te onderhandelen. De jaarlijkse begroting maakt deel uit van de meerjarenbegroting 2007-2013, waarin uitgaven (en inkomsten) grofweg vastliggen. Aan het begin van zo’n periode valt makkelijker te schuiven, want dan worden projecten net opgezet. Nu loopt de EU tegen het eind van zo’n periode, wat betekent dat veel projecten in gevorderd stadium zijn en er meer rekeningen worden betaald. Landen waar bedrijven zitten die dit geld ontvangen, willen niet dat dit gevaar loopt. Frankrijk wil daarom nooit korten op landbouw (40 procent van de begroting) en Nederland nooit op onderzoek. Landen willen enkel korten op andermans bronnen van inkomsten.

In verband met de crisis vragen landen bovendien meer financieel toezicht, wat ook geld kost. Hierdoor is snijden in de Europese begroting gepuzzel op de vierkante millimeter. Over steun aan de Palestijnen, bijdragen aan grensagentschap Frontex of het nucleair project Iter, of administratiekosten in Brussel. Op dit soort dingen spitsen de onderhandelingen zich toe: de kleine potjes, zogezegd.

    • Caroline de Gruyter