De PVV: nu eens stoorzender,dan weer willige bondgenoot

De PVV stemde tegen weigerambtenaren, VVD en CDA waren voor. Extra bezuinigen wil de PVV alleen op ontwikkelingshulp.

De vriend van het kabinet is vaak een vijand.

Cordon sanitaire! Het is nog niet zo lang geleden – anderhalf jaar – dat Geert Wilders andere partijen in de Tweede Kamer ervan betichtte hem te behandelen als „een melaatse”. Sommige PVV’ers bezigen nog steeds met enige gretigheid dezelfde slachtofferretoriek. Martin Bosma, rechterhand van Geert Wilders, leek vorige week even vergeten dat zijn partij een rechtse regering steunt. In het Amsterdamse debatcentrum De Balie zei hij: „De linksen zijn overal in Nederland aan de macht.”

Houden ze die retoriek vol nu ze optimaal gebruikmaken van hun rol als gedoogpartner? Want dat ze de nieuwe spelregels in hun voordeel gebruiken, daarvan zijn genoeg voorbeelden.

Neem deze week. Eerst was er de verrassende stemming over de motie die het kabinet opriep weigerambtenaren te ontslaan. De PVV stemde voor – anders dan de coalitiepartijen – en zette zo vooral liberale VVD’ers voor schut. Vervolgens deelde Wilders gisteren een elleboogstoot uit aan het CDA, met een totaal onverwachte tweet: „Extra bezuinigen in 2012? Wordt heel erg moeilijk om daar uit te komen met VVD en CDA. Tenzij men net als PVV 4 mrd op ontwhulp wil snijden.”

Op Prinsjesdag had Wilders al aangekondigd dat 2012 een moeilijk jaar zou worden voor de gedoogcoalitie. Dat hij nu ook al de onderhandelingen over extra bezuinigingen opende, en dat via Twitter, wekte ergernis bij de coalitiepartijen. CDA-vicepremier Maxime Verhagen reageerde snel, ook via Twitter: „Weinig origineel van Wilders die laatste tweet.” Op weg naar de plenaire zaal voegde Wilders er nog aan toe dat bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking „een fantastisch plan” is, dat „veel draagvlak” heeft onder de bevolking. Daarmee daagt hij vooral het CDA uit. Na Prinsjesdag steunde de regeringspartij nog een motie waarin is vastgelegd dat deze kabinetsperiode niet aan het budget voor hulp aan arme landen wordt getornd.

CDA-fractievoorzitter Van Haersma Buma probeerde voor camera’s en microfoons luchtig te blijven. „Zijn menukaart is erg kort. Wilders wil alleen maar de daghap.” Om vervolgens in diverse formuleringen te beklemtonen dat extra bezuinigingen, bovenop de al afgesproken 18 miljard euro, nog niet aan de orde zijn.

Den Haag kent de nieuwe spelregels sinds een jaar. Ze hebben de PVV de kans gegeven zich te gedragen als constructieve partner en stoorzender tegelijk. Dit niet altijd tot genoegen van VVD en CDA. Die partijen hebben nooit geheimzinnig gedaan over hun redenen een politieke samenwerking met de PVV te beginnen, zeker het CDA niet. Het was zaak de partij van Wilders bij het landsbestuur te betrekken, zij het als gedoogpartner, om zo de razendsnel opgekomen anti-islampartij „in te kapselen”. Het idee: net als een gewone regeringspartij zou de PVV zich als gedoger moeten committeren aan lastige beslissingen, met voorspelbare gevolgen voor de electorale aantrekkingskracht van Wilders cum suis.

Vooralsnog is dat anders uitgepakt. In de peilingen heeft de PVV nog geen zetel verloren. Van inkapselen is geen sprake, omdat de PVV als het ook maar even kan zich niet als ‘gewone’ coalitiepartij gedraagt. Zie de weigerambtenaren. Het CDA had bij de formatie geregeld dat er niets verandert: de weigerambtenaar blijft. Maar bij stemmingen voelt de PVV zich daar niet aan gebonden. De VVD natuurlijk wel – want regeringspartij. Wat vooral pijnlijk was voor VVD’er Jeanine Hennis-Plasschaert, een verklaard tegenstander van de weigerambtenaar.

De hele episode is samen te vatten als: Geert Wilders schudt eens aan de boom en Hennis- Plasschaert valt eruit. De PVV leverde hier een streek die een regeringspartij nooit had kunnen leveren. En toeval of niet, Hennis-Plasschaert is het VVD-Kamerlid dat sinds de formatie het meest openlijk sprak over haar afkeer van de PVV.

De PVV levert niet voortdurend streken. Op sommige terreinen toont de partij van Wilders zich zelfs opvallend gouvernementeel, zeker voor een partij die vaak het predicaat ‘populistisch’ krijgt. Op het gebied van veiligheid en justitie toont Hero Brinkman zich bij uitstek een Kamerlid van een coalitiepartij in de oude monistische zin van het woord. Hij vraagt regelmatig om een extra rapport van een organisatie of een brief van het kabinet, voor hij zijn mening wil formuleren. Deze oud-politieman, die in het dagelijks leven helder Nederlands spreekt, is door zijn collega’s in de Kamer zelf al meer dan eens beticht van het praten „met meel in de mond”, een kwaal waar weinig PVV’ers patent op hebben. Dit is dezelfde Brinkman die tijdens het vorige kabinet, Balkenende IV, zich in de hardste woorden uitsprak over de zittende macht. Zo beschuldigde hij Camiel Eurlings eens, zonder geldige redenen, van „regelrechte fraude” bij het kopen van een zomerhuis op de Antillen.

Of neem PVV’er Roland van Vliet. Tegen PowNews praat hij over „linkse gekken” en kijkt hij dreigend in de camera. Maar in het debat over het belastingplan deze week onderhandelde hij constructief mee over kleine en grote aanpassingen van de kabinetsplannen.

Tijdens de Algemene Beschouwingen zei Wilders over de voor Nederlandse begrippen nieuwe regeerconstructie: „Het schip van Staat vaart vrolijk door.” Want „op immigratie en asiel, veiligheid en zorg – daar waar het kabinet het goed doet – klinkt onze stem luid en duidelijk door.” Om eraan toe te voegen: „We zwaaien vanaf de boot naar zuur links dat onmachtig een vuistje probeert te maken.”

Onmachtig. Soms wel, maar minder dan oppositiepartijen tijdens gewone meerderheidscoalities zijn. En zwaaien ze vrolijk? Niet altijd. Het schip vaart, maar daar is alles mee gezegd. Vraag dat maar aan Jeanine Hennis-Plasschaert.

    • Herman Staal
    • Pieter van Os