Bouwers zoeken groei buiten Europa

Net als andere Europese bouwers zoekt BAM naar kansen in verre groeimarkten met grondstoffen. Invechten is er niet bij. BAM wil een duurzame positie verwerven.

In Noord-Korea zal de Koninklijke BAM Groep niet zo snel bouwen. „Heel stabiel als dictatuur”, zei topman Nico de Vries gisteren tegen journalisten, maar het is niet een van de „rustige groeimarkten” waar de grootste bouwer van Nederland terrein hoopt te winnen.

Het verre buitenland is wel hoger op de strategische agenda van BAM komen te staan, maakte het concern (jaaromzet circa 7.700 miljoen euro, 26.000 werknemers) bekend. De bouwcrisis in Europa kan nog enkele jaren duren, verwacht De Vries. In de eerste negen maanden van dit jaar heeft BAM weliswaar 84 miljoen euro winst behaald. In dezelfde periode vorig jaar leed BAM een verlies van 45,5 miljoen, vooral omdat het bedrijf voor 184 miljoen euro moest afboeken op vastgoed.

In Europa breidt BAM haar vijf thuismarkten (Nederland, Duitsland, België, Groot-Brittannië en Ierland) uit met vestigingen in Zwitserland en Luxemburg. Daarbuiten richt het concern vooral de blik op Zuidoost-Azië, Australië, Afrika en het Midden-Oosten.

„We gaan ons niet invechten, we gaan geen marktaandeel kopen”, aldus De Vries. Voorzichtig en geleidelijk hoopt BAM in deze groeiregio’s een duurzame positie op te bouwen. „Het gaat vaak om niches in de markt”, zei De Vries. Zoals waterbouwprojecten, waar Nederland zich in kan onderscheiden.

In Australië en Papoea-Nieuw-Guinea bijvoorbeeld bouwt BAM steigers voor het laden en lossen van vloeibaar gas. In de Golfstaat Qatar hoopt BAM contracten binnen te slepen voor meerdere voetbalstadions voor het WK-voetbal in 2022, een metronetwerk en lightrail. In Tanzania worden honderden kilometers snelweg gerenoveerd.

Incidenteel is BAM al vele jaren actief in een land als Qatar, maar het streven is nu om een vaste positie in verre markten te verwerven. De malaise in de Europese bouwsector doet ook andere concerns over de grens kijken. Vorig jaar wonnen Europese aannemers buiten hun thuismarkten nieuwe contracten voor in totaal 171 miljard euro. Een recordaantal en een stijging van 20 procent ten opzichte van het voorgaande jaar, maakte de belangenvereniging van European International Contractors (EIC) vorige maand bekend.

Ter vergelijking: in Azië, Oceanië en Afrika verdubbelde het aantal opdrachten bijna. Het aantal internationale contracten binnen Europa – nog altijd de grootste markt met een volume van 65 miljard euro – steeg slechts met 3 procent.

„Het gaat hoofdzakelijk om infrastructurele projecten”, zegt Robert Poelhekke, directeur van de Vereniging van Nederlandse Aannemers met Belangen in het Buitenland (NABU). „Woningbouw is minder gespecialiseerd en wordt doorgaans door nationale bedrijven uitgevoerd. Dat is goedkoper. De groei voor Europese bouwers zit in opkomende markten met veel grondstoffen.”

Instappen in verre groeimarkten moet je weloverwogen doen en met uithoudingsvermogen, zegt Poelhekke. „Je moet de risico’s kennen. Financiering van infrastructurele projecten is een probleem nu overheden tekorten hebben en banken huiverig zijn. Sommige markten, zoals China, zitten op slot voor buitenlandse aannemers. En je kunt te maken krijgen met oneerlijke concurrentie zoals staatsaannemers.”

Groei in de ‘oude wereld’ zit er voorlopig niet in. De utiliteitsbouw voor bedrijven daalde tussen 2007 en 2010 met 13 procent, de kantorenbouw met 20 procent, volgens een rapport over 19 Europese landen van accountant PwC van vorige maand. Het „grootste slachtoffer” is de woningbouw. In 2007 werden er in de onderzochte landen nog ongeveer 2,5 miljoen nieuwe woningen opgeleverd. Dit jaar zullen er minder dan 1,5 miljoen huizen worden gebouwd – iets meer dan in 2010.

In vergelijking met buurlanden Duitsland en België is de woningbouw in Nederland iets harder getroffen, zegt Taco van Hoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). „De hypotheekrente is in Nederland hoger dan bijvoorbeeld in Duitsland, waar ook de economie nog relatief goed draait. Daarbij komen de aangescherpte kredietvoorwaarden voor kopers.”

Dit jaar houdt BAM vast aan een winstverwachting van 120 miljoen euro. Voor de economische vooruitzichten geldt volgens topman De Vries nog altijd de „code oranje”.