Absurde cult over vieze man

Andy Stanton: Meneer Gum in het Beest van Braaxsel-Binnen. Illustraties David Tazzyman. Hoogland & Van Klaveren, € 1,50

Altijd gevaarlijk om een opkomend auteur te vergelijken met een erkende grootheid, dat doet beide kanten meestal onrecht. En dat is nu net zo. Toch dringt Roald Dahl zich – een beetje dan toch – op bij de boeken over Meneer Gum. Denk aan de viezige, boze, grote mensen die erin figureren, zoals het gemene echtpaar uit De Griezels van Dahl.

De verhalen over smerige, boze, kinderhatende meneer Gum zijn hilarisch en surrealistisch, wat een ander woord is om te zeggen: het gaat nergens over, maar grappig is het wel. ‘Cult-humor voor kinderen’, noemt de auteur Andy Stanton het zelf. De stakerige tekeningen van David Tazzyman versterken dat kolderieke effect.

Meneer Gum ontstond ooit als een verhaal dat Stanton op het allerlaatste nippertje snel voor zijn nichtjes en neefjes schreef ter gelegenheid van Kerst. De Britse Oxford-dropout vertelt in interviews hoe het begon met een idee over een gevecht van een ‘afschuwelijke oude man en een grote hond’. Dat resulteerde in Je bent een slecht mens, meneer Gum!, dat in Nederland in 2009 uitkwam. De boeken leverden Stanton onder meer de Roald Dahl Funny Prize (2008) op.

Meneer Gum in het beest van Braaxsel-Binnen, een speciale uitgave die uitkwam in de Kinderboekenweek, gaat opnieuw over meneer Gum, ‘met zijn ruige rode baard en zijn bloeddoorlopen ogen die je aanstaarden als een octopus die lag opgerold in een duistere grot’. Er waart een mysterieus Beest rond dat het stadje ‘zo beestachtig in zijn greep houdt, als een soort beest’. Wie of wat is het? Vrijdag D’Olivier en Polly gaan erop af. Polly, van wie we weten dat ze eigenlijk Jammy Grammy Lammy F’Huppa F’Huppa Berline Stereo Eo Eo Lebb C’Yebb Nermonica Le Streepek De Grespin De Crespin De Spespin De Vespin De Whoop De Loop De Brunkel Freuliche Weinachten Lenoir heet, ‘maar haar vrienden zeggen Polly’.

De vertaling is het werk van Robbert-Jan Henkes, net als bij de eerdere drie Meneer Gum-boeken – Meneer Gum en de gnomen verscheen deze herfst – en eigenlijk herken je zijn stijl al voordat je het opzoekt. Henkes vertaalde men Erik Bindervoet onder andere Finnegans Wake.

Er zit vaart in de tekst, bizarre woorden (‘Wat in speculaasjesnaam hebben jullie toch?’, ‘Dit is de foppende falderappes die al die slechtigheid heeft gedaan’) en uitdrukkingen (‘Hij schoot uit bed als een schuldbewuste spitskool’).

Geestig, zeker, maar eerlijk gezegd soms ook een tikje vermoeiend. De serie is geliefd bij tien-minners, maar ook bij hun ouders. De verhalen zijn kort en makkelijk te lezen, maar bieden ook een extra laag – grapjes in grapjes – die het voorlezen plezierig maken. ‘De waarheid is van citroenschuim!’, zoals Vrijdag graag roept.

    • Marieke van Twillert