Wants laat na paring vies luchtje achter

Door een afstotend geurtje achter te laten, vergroten mannenwantsen de kans dat het vrouwtje zijn nageslacht voortbrengt.

„Doe geen moeite, ik ben je voor geweest.” Die boodschap laten mannenwantsen – een soort plantenetende insecten, verwant aan bladluizen – voor hun rivalen achter op een vrouwtje waarmee ze hebben gepaard. Ze laten niet alleen hun zaad achter, maar ook een geurstof. Andere mannetjes die het luchtje ruiken maken rechtsomkeert.

Het eerste mannetje vergroot zo de kans dat het vrouwtje zíjn nageslacht voortbrengt.

Bekend is dat insecten geurstoffen gebruiken om aantrekkelijk te zijn; anti-afrodisiaca waren niet eerder gezien. Amerikaanse onderzoekers schrijven erover in het novembernummer van het tijdschrift Animal Behaviour.

De Amerikanen smeerden, ter controle, de antimannenstof op maagdelijke vrouwtjes. Mannenwantsen hadden dan geen belangstelling meer voor hen. Pas na een aantal dagen dienden zich weer vrijers aan. Dit ontwijkgedrag is aangeboren. Ook mannetjes die nooit eerder soortgenoten hadden gezien, vonden de geur niet lekker.

De Amerikanen voerden hun experimenten uit bij de blindwants Lygus hesperus, een soort die algemeen voorkomt in het westen van de Verenigde Staten. Die wantsen vreten daar katoen- en aardbeiplanten aan, en kiemgroenten zoals alfalfa. Ook twee andere Amerikaanse Lygus- soorten bleken de stof te gebruiken.

In Nederland komen vijf andere Lygus-soorten voor, waaronder de behaarde wants. Die kan schade veroorzaken aan onder meer aardappelen en kool. De onderzoekers zeggen niets over een mogelijke toepassing van hun vinding bij insektenplaagbestrijding. Lokstoffen, vaak afrodisiaca, worden wel gebruikt om insecten weg te vangen. (NRC)