Piep, knor, varkensmuziek

Dierenactivisten kunnen het project van Matthew Herbert niet waarderen.

De sample-artiest laat het varkensgeluid morgen horen op het STRP-festival.

‘Ik wens je alle ongeluk toe en vervloek je project.’ ‘Wat ben jij een fucking klootzak.’ Op Facebook zijn de verwensingen nog terug te vinden die dierenrechtenactivisten op de Britse dance-producer Matthew Herbert (39) afvuurden, de afgelopen twee jaar. Hun woede werd gewekt toen Herbert aankondigde het geluid van een stervend varken te gaan gebruiken voor zijn muziek. „Ik heb eerder muziek gemaakt van het geluid van Palestijnse actievoerders die door Israëlische soldaten worden doodgeschoten, maar zelfs toen was er niet zo veel ophef als nu.”

Herbert verschoof het afgelopen decennium steeds meer van elektronische dansmuziek (zoals op zijn album 100 lbs. uit 1996) naar avant-gardistische, conceptuele kunstmuziek. Zijn meest recente werk is de One-trilogie, waarin hij zichzelf ten doel stelde samples te gebruiken uit één bron: alleen de geluiden die hij zelf met zijn lichaam maakte (One One), of het geluid dat een klein aantal mensen in een verder lege disco maakte (One Club). Eerder maakte hij al Plat du Jour (2005), waarop elk nummer gemaakt was met één voedingsmiddel, zoals koffie of suiker.

Voor One Pig besloot Herbert, zelf vleeseter, twee jaar geleden een willekeurig varken gedurende zijn hele leven te volgen. Daarvoor ging hij elke twee weken met videocamera en microfoons een dag naar een boerderij ergens in Engeland. Met de geluiden die het beest zou maken, zou hij een heel album in elkaar knutselen. Dat had meer een activistisch dan muzikaal doel, vertelt hij via Skype.

„Ik wilde benadrukken hoe ver westerse mensen verwijderd zijn van de bron van wat ze in hun mond stoppen: een echt, fysiek varken. En hoe weinig mensen eigenlijk weten van hun voedsel. Ik wilde ook de slacht van het dier meemaken, maar vrijwel geen slachthuis wilde buitenstaanders toelaten. Toen er uiteindelijk één met het idee had ingestemd, ging de dierenarts – die hier altijd bij de slacht moet zijn – weer niet akkoord. Hij had te veel slechte ervaringen met de pers gehad.” Het geluid van de slacht ontbreekt dus op One Pig. „Jammer, maar het illustreert wel mooi mijn punt. Onze samenleving is erop gericht de mens weg te houden van de bron van zijn eten.”

Waarom eigenlijk geen koe, of een kip? „Een varken heeft een speciale relatie met de mens: we gebruiken haar, huid en vlees van varkens, maar we zien ze verder als minderwaardige beesten. Spreekwoordelijk gezien zijn varkens altijd vies en achterbaks, een aantal wereldreligies zien het beest als onrein. Zelfs een positief Brits gezegde als ‘happy as a pig’ wordt gevolgd door de frase ‘...in shit’. Een varken illustreert het beste de dubbelhartige houding van de moderne mens tegenover zijn eten.”

Dat klinkt alsof Herbert eigenlijk aan dezelfde kant staat als veel dierenrechtenactivisten. Waarom werd hij dan toch in de ban gedaan door PETA (People for the Ethical Treatment of Animals), die opriep zijn muziek te boycotten? „Extreme activisten vinden dat ik voor mijn muziek dat arme varken heb misbruikt. Maar het was een varken dat toch al geslacht zou worden voor vlees! Het enige dat ik gedaan heb, is vastleggen wat er met het beest gebeurt tijdens zijn 25 weken van bestaan.”

Die 25 weken zijn al vijf weken langer dan een varken in de bio-industrie mag leven. Herbert is er trots op dat hij geluiden opnam bij een scharrelboerderij. Vleesproductie moet meer die kant op gaan, zegt hij. Toch betogen biologen zoals Midas Dekkers dat biologische veeteelt slechts een schijnoplossing is: mensen moeten niet ‘verantwoord’ vlees gaan eten, maar stoppen met vlees eten om het milieu te redden en dierenleed te voorkomen. „Zo ver zijn we nog niet. Voor nu ben ik tevreden met dit project. Tussen de nieuwe Noel Gallagher en Coldplay door wordt er in muziekbladen nu tenminste ook gepraat over de bio-industrie.”

Een mogelijke bron van ergernis bij tegenstanders zou kunnen zijn dat Herbert meer geïnteresseerd lijkt in zijn eigen thema, voedselproductie, dan in dierenrechten: het album sluit dan wel af met een melancholiek afscheidsliedje met akoestische gitaar, opgenomen in de stal waar het beest leefde, maar het varken krijgt nooit een naam. „Dat zou hypocriet zijn. Dat varken geeft geen moer om mij, het heeft er nooit blijk van gegeven mij te herkennen. Er was geen persoonlijke relatie, dan moet je er niet geforceerd een creëren.”

Ook een heikel punt: na de slacht besloot Herbert het vlees op te kopen en door bekende koks te laten bereiden voor de maaltijd bij het eerste One Pig-feestje in Londen. Het gesmak van de etende mensen daar nam hij op en verwerkte hij in zijn muziek.

Het bloed werd door geluidskunstenaar Henry Dagg gebruikt in een ‘varkensbloedorgel’. Het doel: zo veel mogelijk materiaal van het varken nuttig gebruiken, zodat diens dood niet voor niets was. „Helaas halen ze bij de slacht het haar van het vel af en gooien ze dat weg. Ik had het willen gebruiken voor tandenborstels.”

De negen nummers op One Pig zijn vernoemd naar de maanden waarin het geluid van augustus 2009 tot mei mei 2011 is opgenomen. De eerste zes nummers volgen het levende varken, en klinken meer als ambient kunstmuziek dan als reguliere elektronica: knorrende varkens, voetstappen in de sneeuw, de wind in november terwijl de artiest naar de stal toe loopt.

Sommige samples zijn onherkenbaar bewerkt: een snuivende koe in de buurt bleek na wat manipulatie goed als melodie te gebruiken, een langsrijdende tractor kon als beat dienen. Na de dood van het varken (‘January’) wordt de muziek conventioneler. Het ritme wordt gevormd door slijpende messen en het gesmak van etende mensen, het varkensbloedorgel zorgt voor een spookachtige synthesizermelodie. „Na de slacht was ik geen documentair artiest meer, voor mijn gevoel. Het vlees en andere delen waren van mij, dus kon ik het manipuleren zoals ik wilde.”

Herbert is nu met een band op One Pig-tournee door Europa en Rusland. Morgen treedt hij op tijdens het muziek- en kunstfestival STRP in Eindhoven. Hoe tover je zo’n bizar project om tot liveshow? „We hebben een soort varkensstal gemaakt voor op het podium, waarbij aan het hek de instrumenten bevestigd zijn – die zijn te bedienen met touwtjes. Daarnaast zijn er drums bespannen met het vel van het varken en worden op de achtergrond beelden van het varken vertoond.” Het bloedorgel kon helaas niet mee, dat is te kwetsbaar voor vervoer. Bij elk optreden wordt een lokale chef-kok gevraagd om achter de muzikanten varkensvlees te bereiden, de geur wordt daarbij door de zaal verspreid door een ventilator.

Matthew Herbert staat morgen op het STRP-festival in Eindhoeven. Bekijk een video over de totstandkoming van One Pig via nrcnext.nl/links