Opstand Syrië wordt nu een burgeroorlog

In Syrië is de burgeroorlog onmiskenbaar begonnen. Gedeserteerde militairen hebben zich aangesloten bij de oppositie. Maar het regime van Assad is sterk bewapend.

De eerste maanden van haar opstand ontkende de Syrische oppositie met kracht dat – te midden van de geweldloze demonstranten – ook gewapende groepen tegen het regime actief waren.

De autoriteiten meldden tegelijk dagelijks doden onder militairen en ander veiligheidspersoneel, en verspreidden foto’s van president Assad op bezoek bij gewonde officieren. Die doden en gewonden waren volgens het regime het werk van terreurgroepen, die door het buitenland werden aangestuurd om een coup in Damascus te bewerkstelligen.

Tot en met de dag van vandaag gebruikt het regime die terreurgroepen als legitimatie voor zijn gewelddadige optreden om de opstand te onderdrukken. De overheid zegt inmiddels 1.100 militairen en agenten te betreuren.

De oppositie ontkende die eerste maanden niet dat er militairen waren gedood. Maar zij stelde dat het ging om soldaten die hadden geweigerd op betogers te schieten en door collega’s waren geëxecuteerd.

Het is niet duidelijk of de autoriteiten destijds alleen maar leugens debiteerden en of er toch niet een beetje waar was van activiteit van gewapende groepen aan de zijde van de oppositie. Maar sinds kort bevestigt de oppositie dat er in delen van het land eenheden van het ‘Vrije Syrische Leger’ actief zijn. Daarbij gaat het om duizenden deserteurs, zegt de oppositie, die zich tegen hun vroegere commandanten hebben gekeerd.

„Ja. Er is geen sprake meer van dat het kan worden ontkend of verbloemd”, schreef de Syrische oppositie-activist Ammar Abdulhamid gisteren vanuit Washington op zijn blog Syrian Revolution Digest. „Het is er, het is er nu, en het verdwijnt voorlopig niet meer – het is Syriës Eerste Burgeroorlog van de moderne tijd, en hij wordt op verschillende plaatsen gevochten. In Homs, in Hama, in Deir es-Zor en in de omgeving van Damascus. En dit is nog maar het begin. Het enige wat we nu kunnen doen is bewerkstelligen dat de tragedie snel tot een eind wordt gebracht met de betogers als werkelijke en onbetwistbare overwinnaars.”

Gisteren werd voor het eerst een aanval gemeld op een basis van de gevreesde inlichtingendienst van de luchtmacht in Harasta, bij Damascus, die van drie kanten zou zijn bestookt. Volgens sommige oppositiebronnen werden daarbij verwoestingen aangericht; andere zegslieden meldden ook slachtoffers.

Een westerse diplomaat in Damascus zei tegen het persbureau Reuters dat als de gemelde bijzonderheden op waarheid berustten „er van veel meer coördinatie sprake is dan we tot dusverre hebben gezien”. Hij achtte het ook opmerkelijk dat de aanvallers zo dichtbij de hoofdstad actief waren. Van de actie is echter geen onafhankelijke bevestiging, omdat het regime geen buitenlandse waarnemers binnenlaat. De staatsmedia maakten geen melding van een aanval.

Het Vrije Syrische leger meldt zelf 15.000 man onder de wapens te hebben, maar dat aantal wordt ook in oppositiekringen overdreven geacht. Het oppositieleger, dat banden onderhoudt met de Syrische Nationale Raad, een van de grootste oppositieorganisaties, maakte gisteren de vorming van een Militaire Raad bekend van vijf overgelopen kolonels en een aantal lagere officieren. De Militaire Raad claimde alvast het hoogste militaire gezag in het land zodra Assads regime ten val is gebracht.

Maar zover is het nog niet. Het regime is door zijn schorsing als lid van de Arabische Liga in een zeer diep politiek isolement terechtgekomen. Maar er is er geen teken dat het leger en de veiligheidsdiensten beginnen uiteen te vallen. Stel dat 15.000 manschappen zijn gedeserteerd, dan houdt het regime nog ruwweg 200.000 man over.

Het overgrote deel van de deserteurs bestaat bovendien vooralsnog uit dienstplichtigen uit de sunnitische meerderheid; het hogere kader, dat wordt geleverd door de alawitische minderheid waaruit ook het regime voortkomt, is zo goed als intact. Het regime houdt ook het monopolie op de zware wapens.

Het onmiskenbare begin van de burgeroorlog is echter heel slecht nieuws. Allereerst voor Syrië. Maar ook voor de relatief instabiele buurlanden Libanon, Irak en Jordanië, waarheen het Syrische regime in extremis de oorlog makkelijk zou kunnen exporteren.