Oplossingen voor onzinproblemen

Politici van links en rechts storten zich op problemen die niet bestaan. Zoals weigerambtenaren.

Praten over vrijheid wordt zo loos gezwets.

Inmiddels houden politici van rechts én links zich bezig met non-problemen. Of het nu de hoofddoekjes, de boerka’s of de weigerambtenaren zijn: de individuele vrijheid wordt langzaam opgeofferd aan de gelijkheidsdwang.

Dat VVD-Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert het liberalisme niet helemaal onder de knie heeft, wisten we natuurlijk al een tijdje. In maart ijverde ze nog voor een verbod op ambtelijke hoofddoekjes in het stadhuis. Haar argument was indertijd dat die hoofddoek tegen de scheiding van kerk en staat inging.

Dat ze van die scheiding weinig begreep – het gaat om de onafhankelijkheid van de kerkelijke en staatkundige macht, niet om een verbod op religie in het publieke domein – werd haar door die andere blonde tante, Mirjam Sterk van het CDA, met genoegen ingewreven. „Welk probleem wil de VVD hiermee oplossen?”, zo luidde haar vraag.

Dat is ook de vraag bij het zoveelste staaltje symboolpolitiek dat dinsdag door de Tweede Kamer werd aangenomen. Met onverwachte steun van de PVV behaalde een motie van GroenLinks-Kamerlid Ineke van Gent tegen de beruchte weigerambtenaar een meerderheid.

Maar als homo’s gewoon in iedere gemeente kunnen trouwen, wat boeit het dan dat het huwelijk niet door de ambtenaar van SGP-huize wordt bevestigd? Ik kan me voorstellen dat een homopaar juist getrouwd wil worden door iemand die niet stiekem denkt dat het huwelijkspaar naar de hel gaat. Ter linkerzijde is zulke pragmatiek echter ver te zoeken. Sterker nog, Van Gent kon haar geluk niet op: dit jaar nog moeten die recalcitrante weigeraars de laan uit.

De houding van GroenLinks is ronduit hypocriet. Over het boerkaverbod zei de partij nog dat „de Nederlandse agenten wel belangrijkere dingen te doen hebben”. Pechtold ridiculiseerde toen de „angst van 150 boerka’s op 16 miljoen mensen”. Blijkbaar vindt hij de pakweg honderd weigerambtenaren wel angstaanjagend genoeg om wettelijk aan te pakken. Wat betreft de boerka was het CDA weer een andere mening toegedaan. Vrijheid van godsdienst was opeens ‘nooit onbegrensd’ – de boerka moest worden verboden. Weigerambtenaren mogen wel, boerka’s niet –de logica bij het CDA is al tijden zoek. Alleen Sinterklaas mag tegenwoordig nog gezichtsbedekkende kleding dragen.

Ook de VVD is niet gespeend van huichelarij. Hennis-Plasscheart moest dinsdag tegen stemmen. „Het is altijd pijnlijk als je tegen je eigen principiële uitgangspunten moet stemmen”, aldus het VVD-Kamerlid. Over welk ‘principiële uitgangspunten’ ze het hier heeft, is mij een raadsel. Met het liberalisme hebben ze in ieder geval weinig van doen. Patroonheiligen van het liberalisme als Alexis de Tocqueville, John Stuart Mill en Isaiah Berlin waarschuwden in hun tijd tegen de ‘tirannie van de meerderheid’. De rechtsstaat moest juist de vrijheid van minderheden om anders te zijn garanderen.

Als die ‘vrijheid om anders te zijn’ de vrijheid van anderen aantast, dan is er een grens bereikt. Maar hoe de boerka, hoofddoek of weigerambtenaar dat precies doen weet niemand. De authentiek liberale geluiden zijn inmiddels verstomd. Wie zich niet in het keurslijf van de moderniteit wil wringen, die heeft een probleem. De vrijheid van boerka, hoofddoek en weigerambtenaar, waar we allemaal zo vreselijk naar verlangen, dwingen we in de eenentwintigste eeuw gewoon af per wet. Hoezo verdraagzaamheid? Rutte verwoordt het tegenwoordig het beste: ze moeten gewoon normaal doen!

Als dit de samenleving is waar we naar toe willen, prima. Maar laten we dan alsjeblieft ophouden met dat gezwets over het belang van individuele vrijheid en de dwaasheid van symboolpolitiek. Dat de gewetensbezwaren van de honderd weigerambtenaren worden verboden, is een flagrante schending van de grondbeginselen van het liberalisme en een oplossing voor een niet-bestaand probleem.

De enige partij die tegenwoordig consequent is in haar onverdraagzaamheid en flutpolitiek is de PVV. Kopvod, boerka of weigerambtenaar: allemaal oprotten, zo is het devies van de ‘Partij voor de Vrijheid’. Rechts én links graviteren langzaam naar die populistische intolerantie.

Rutger Bregman (1988) is historicus. Twitter: @rcbregman.

    • Rutger Bregman