Onschuldig fietstochtje kan zeer riskant zijn

Het verkeer wordt steeds veiliger, maar voor fietsers dreigen talrijke gevaren. Voor ouderen kan een glijpartij of botsing met de stoeprand al fataal zijn.

Fietsen is gevaarlijk. De stoep langs het Stationsplein in Utrecht is in beslag genomen door fietsenstallingen en dat dwingt voetgangers op een smalle, onoverzichtelijke rijstrook samen te leven met gewone fietsen, racefietsen, bakfietsen, brommers en scooters. Vaak gaat het mis, waarschuwde de Fietsersbond al, die spreekt van een van de gevaarlijkste plaatsen van Nederland. En warempel wordt ook de verslaggever omver gekegeld. Gebeurt dat hier vaak? „Mij niet”, lacht studente Kelly van Ee op haar brommer. „Want ík let goed op!”

Fietsen wordt gevaarlijker. Het aantal verkeersdoden daalt al jaren sterk, maar onder fietsers is de daling beperkt. Vorig jaar kwamen 162 van hen om. Een kwart van alle verkeersdoden en de helft van de ernstig gewonden is tegenwoordig een fietser. En steeds vaker een oudere fietser. Het aantal ziekenhuisopnamen door fietsongevallen bij ouderen is in de jaren 2005 tot en met 2009 met 55 procent toegenomen. „Deze stijgingen zijn toe te schrijven aan een toenemend aantal fietskilometers bij ouderen. Dat aantal steeg in deze periode met 50 procent”, zo meldt het Fietsberaad, een kenniscentrum.

Nederlanders worden ouder – en al die oudere Nederlanders gaan vaker fietsen. Kopen mensen na hun pensioen te snel een racefiets? „Misschien wel”, zegt onderzoeker Divera Twisk van de SWOV, de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid. „We weten eigenlijk ontstellend weinig over fietsers.”

Die ouderen fietsen ook vaak elektrisch, zodat ze niet alleen met meer fietsers zijn maar het ook langer volhouden. En dat doen ze voor hun plezier. Zoals Geerke Roozenbeek (56) en Dirk Kraayenbos (70). Het echtpaar uit Bergschenhoek legt dagelijks minimaal twintig kilometer af, toerend door het Zuid-Hollandse landschap. „Voor de leuk”, zegt Dirk. „Voor de mooiigheid.” Gevaarlijk is het volgens hem vooral op de fietspaden langs de Rotte. „Daar rijden in het weekeinde zo ontzettend veel wielrenners. Ze komen met zestig man gillend voorbij. Een gekkenhuis.”

Een overgrote meerderheid van alle ernstig gewonde fietsers, 85 procent, raakt gewond bij een ongeval waarbij geen auto betrokken is. Veelal komen de fietsers ten val zonder dat daarbij een aanrijding heeft plaatsgevonden met een andere weggebruiker. Ze rijden op smalle fietspaden tegen een stoeprand aan, of glijden uit op een glad en ’s winters niet goed bestrooid wegdek. Zulke relatief eenvoudige ongevallen kunnen juist bij ouderen ernstig of fataal aflopen. Otto van Boggelen van het Fietsberaad: „Als je als fietser met tachtig kilometer per uur door een auto wordt aangereden, dan maakt het niet uit of je oud of jong bent. Dat overleef je niet. Maar dat verschil in leeftijd is wel belangrijk bij eenzijdige ongevallen.”

Oudere fietsers zijn kwetsbaar, véél kwetsbaarder dan jonge fietsers in het verkeer. „De kans op een dodelijke ongevalsafloop is voor fietsers van 75 jaar en ouder ruim zeventien keer zo hoog als voor de jongere fietsers”, aldus de SWOV. „Omdat hun botten brozer zijn en hun zachte weefsels minder elastisch, hebben zij een grotere kans op ernstig letsel dan jongeren, ook als de botsing even zwaar is.” Onderzoeker Divera Twisk van de SWOV: „In de auto ben je vanaf je zeventigste extra kwetsbaar, maar op de fiets ben je dat al vanaf je zestigste. Als oudere fietsers vallen, lopen ze veel vaker dan jongeren een gecompliceerde breuk op en ook veel vaker overlijden ze daaraan.”

Jongere fietsers zijn evenmin veilig op straat. Logisch, want die maken de meeste kilometers. Bovendien rijden veel fietsers, scholieren met name, tijdens spitsuren op de weg als zich daar ook veel auto’s bevinden. Fietsende tieners rijden vaak met koptelefoons op, luisterend naar muziek die verkeerslawaai overstemt. Onderzoeker Twisk: „We hebben een enquête uitgevoerd waaruit blijkt dat fietsers met oortjes of koptelefoons vaker bij ongevallen betrokken zijn. Je kijkt maar in één richting, maar je gehoor is in staat geluid uit alle richtingen waar te nemen. Daardoor kan je bijvoorbeeld bepalen of een voertuig langzaam of snel op je afkomt.” Ook bellen tijdens het fietsen leidt af. De SWOV maakt de „voorzichtige schatting” dat het risico op een fietsongeval een factor 1,3 hoger is voor een fietser die elke rit de telefoon gebruikt en muziek luistert dan voor een fietser die dat nooit doet. Daarbij komt nog de gevaarlijke geluidloosheid van elektrische auto’s en snorscooters op het fietspad, alsmede die van de snelle elektrische fietsers zelf. Die horen ‘gewone’ fietsers niet aankomen.

Het lijkt er een beetje op, analyseert onderzoeker Twisk, dat Nederland enerzijds mensen wil stimuleren te fietsen omdat het gezond is en omdat het zoveel beter is voor het milieu dan rijden in een auto. Maar dat Nederland anderzijds vergeet de fietser vervolgens te helpen. „Je zou bij wijze van spreken straten alleen voor fietsers toegankelijk kunnen maken.”

Of fietsers een enigszins gelijkwaardige positie aan automobilisten geven. De autorijder wordt tegenwoordig in de watten gelegd met technische snufjes die hem bijvoorbeeld vertellen wanneer hij mag inhalen, hoe hij moet parkeren en wanneer een andere auto nadert. „De auto wordt slimmer en daardoor wordt de fietser dommer. Geef de fietser ook zulke systemen, bijvoorbeeld een groene golf zoals die ook voor auto’s bestaat”, aldus Twisk. „Automobilisten hebben kreukelzones, airbags en autogordels. Het enige wat een fietser heeft om zich in het verkeer te beschermen, is een helm.”

En die gebruikt vrijwel niemand. Ook Geerke Roozenbeek en Dirk Kraayenbos niet. Dirk: „Ik zie de kinderen van de kleuterschool daarmee rijden. Dat is goed. Maar mensen zoals wij niet. Nee zeg, niemand doet dat. Als ik met mijn kop naar de grond op een racefiets zou rijden, zou ik een helm dragen. Maar een racefiets heb ik niet.”