Making of van een barre reis

Volgende week gaat Nova Zembla in première, de eerste grote Nederlandse film in 3D.

Het begon allemaal met de fascinatie van Reinout Oerlemans voor het verhaal.

8 november 2011

In het bioscoopzaaltje van een postproductiebedrijf in het Amsterdamse havengebied zitten regisseur en producent Reinout Oerlemans, cameraman Lennert Hillege en de Vlaamse kleurcorrector Bart Verraest met 3D-brillen op in fast forward door de laatste akten van hun film Nova Zembla te kijken om de laatste hand te leggen aan de ‘colorgrading’, waarbij voor elk shot definitief de kleur en het contrast worden bepaald. De laatste ongeregeldheden worden er nog uitgehaald. Dat kleine beetje blauw-zweem. Die ene overbodige sneeuwvlok. Alles moet perfect zijn. Vrijdag gaat het beeld op slot, zoals dat in filmland heet. Dan moet het klaar zijn. Want over een week staat de wereldpremière van de eerste grote Nederlandse 3D-film gepland.

Het is minder dan een jaar geleden dat Oerlemans bekendmaakte dat hij het verhaal van de overwintering op Nova Zembla van de expeditie van zeevaarder Willem Barentsz wilde verfilmen. En zoals de meeste historische filmverhalen begint ook het verhaal van de ‘making of’ van Nova Zembla met een sprong in de tijd.

1981

Oerlemans: „Mijn fascinatie voor het verhaal van Nova Zembla gaat al heel lang terug. Vroeger in de klas van Meester Aafjes op Nutschool Zorgvlied in Den Haag hing zo’n prachtige schoolplaat van Johan Herman Isings over de overwintering op Nova Zembla. Dat beeld van die heroïsche kerels die het met een soort hellebaarden tegen een ijsbeer opnamen, met het half ingesneeuwde ‘behouden huys’ op de achtergrond, is altijd in mijn achterhoofd blijven zitten.”

Zomer 2009

De laatste draaidag van Er komt een vrouw bij de dokter, het regiedebuut van Oerlemans, zit erop. Oerlemans vertelt aan cameraman Hillege over de film die hij hierna wel zou willen maken, een avonturenepos over de overwintering op Nova Zembla. Hillege antwoordt: „En dat doen we zeker in 3D?” En zo was het.

22 januari-17 april 2010

Het locatiescouten begint. Oerlemans en Hillege reizen af naar New York, Spitsbergen, Groenland en IJsland, waar ze uiteindelijk zullen besluiten te gaan draaien. Oerlemans: „We begonnen op Spitsbergen. Waanzinnige reis. Met een bootje gigantische ijs-fjorden in. Filmisch ontzettend gaaf, logistiek volstrekt onmogelijk. Uiteindelijk kwamen we op IJsland, waar best een grote filmindustrie is door een gunstige belastingmaatregel.”

Najaar 2010

Hugo Heinen (die meeschreef aan de tv-series Pleidooi, Oud geld en Wet & waan) wordt aangetrokken voor het scenario. Oerlemans: „We hebben eerst het verhaal van Gerrit de Veer wat meer ‘backstory’ te geven, want er is eigenlijk vrij weinig over hem bekend. We hebben er een liefdesverhaal aan toegevoegd. Daardoor ga je meer met hem meeleven.” Terwijl Heinen aan het schrijven slaat, vertrekken Oerlemans en Hillege naar Hollywood om bij Sony een 3D-workshop te volgen. Hillege: „De eerste keer dat je een 3D-camera ziet besef je pas echt dat het een andere techniek is dan je normaal gebruikt. Tijdens die workshop hebben we concreet scènetjes opgenomen en die met een stereograaf, een 3D-expert, besproken en geanalyseerd. Zeker omdat er zoveel slechte 3D is geweest, is zo’n praktische workshop fijn.”

5 januari 2011

Oerlemans maakt zijn filmplannen bekend. De filmdivisie van zijn bedrijf Eyeworks wordt aan het werk gezet om het benodigde budget van tussen de 6 à 7 miljoen euro bij elkaar te krijgen. 1.375.489 euro komt uiteindelijk via de suppletieregeling van het Nederlands Filmfonds (een subsidieregeling voor publieksfilms), de rest uit een cv-constructie (waarbij investeerders tegen gunstige belastingvoorwaarden in film kunnen investeren) en reguliere bijdragen uit de markt. Oerlemans over zijn ervaring met de dubbelrol van producent en regisseur: „Ik zou weleens willen dat er evenveel tijd en energie ging zitten in het creatieve en artistieke proces als in het financieringstraject, die verhouding is 20 procent-80 procent.”

7 april 2011

Tijdens een uitstekend geregisseerd mediacircus wordt de cast van Nova Zembla bekendgemaakt. Robert de Hoog zal de hoofdrol van Gerrit de Veer spelen. Als zijn liefje op de wal is fotomodel Doutzen Kroes aangetrokken. Zeerotten Willem Barentsz en Jacob van Heemskerck worden gespeeld door veteranen Derek de Lint en Victor Reinier.

26 april 2011

De eerste leden van de crew vertrekken voor de voorbereidingen op de draaiperiode die op 1 mei zal beginnen. Een testshoot op 30 april wordt in allerijl tot de officieuze eerste draaidag met een minicrew omgetoverd als blijkt dat de rots waarop ze de aankomst bij Vogeleiland willen filmen na 1 mei niet meer toegankelijk zal zijn in verband met het broedseizoen. Er waren geen acteurs, geen schip en het weer was ook niet al te best. Later zullen het schip De Zwane en een roeibootje er met behulp van visual effects in gezet worden.

1 mei 2011

Eerste draaidag. Hillege: „De eerste draaidag was meteen op een gletsjer in IJsland. Het was al een flinke tocht om daar te komen. Het was helemaal ondergesneeuwd. Je bent alleen nog maar aan het overleven. Het was heel bar. Ik heb nog nooit een crew zo naar me zien kijken van: ‘Lennert zeg dat we stoppen’, want het was te veel.” Oerlemans: „En toen moesten we nog vijftig dagen.”

10 mei 2011

Laatste draaidag op de gletsjer in IJsland. Het zit erop.

24 mei 2011

De hele ploeg vliegt terug naar Amsterdam. De aswolk van de meest recente vulkaanuitbarsting, op 22 mei, is dan net weggetrokken.

30 mei-16 juni 2011

In vriescellen van de visafslag in Velsen zijn de interieurs van het ‘behouden huys’ en het schip nagebouwd. Oerlemans: „Overdag waren ze daar allemaal met van die karretjes aan het rondrijden. Door het lawaai konden wij alleen ’s nachts draaien. Dan sta je in die kleine ruimtes met een enorme cameraploeg. Daar zijn we weleens gillend gek van geworden.”

23 augustus 2011

In een studio in Vancouver wordt de scène met de ijsbeer opgenomen, waar het in Oerlemans’ verbeelding ooit allemaal mee begon. Oerlemans: „Toen we aan het project begonnen wist ik niet dat ongeveer elk dier wel ergens ter wereld voor film getraind is, behalve de ijsbeer. Dat is het meest onvoorspelbare, gemene, gevaarlijke roofdier dat er bestaat. Toch hebben we een ijsbeer gevonden in Canada.” Hillege: „De truc is om die ijsbeer de hele dag net zo gevoed te houden dat hij geen honger heeft, maar ook niet zo tevreden is dat hij z’n eigen gang gaat. Het is net een junkie.”