Kleine winkeliers in de Griekse crisis: veerkracht zonder winst

Het kleine familiebedrijf is de ruggengraat van de Griekse bedrijvigheid. Het is lang niet altijd winstgevend, maar wel veerkrachtig. Grieken „ruiken kansen”, zeggen ze graag over zichzelf, maar hun handelsgeest is door de welvaart in slaap gesust. Schudt de crisis hem wakker?

Een paar kilometer uit het stadshart vervaagt het beeld van Griekenland, land van stakende ambtenaren en demonstrerende communisten. Hoe verder weg van Syntagma, het plein in Athene voor het parlement, hoe groter het contrast met wat het buitenland meestal ziet. De ruggengraat van de Griekse economie is het kleine familiebedrijf. Niet altijd winstgevend, wel zelfredzaam tot het einde.

Er zijn duizenden straten zoals deze, Ippokratous in Athene. Via de drukke straat vervoeren bussen en taxi’s mensen uit de wijken Kypseli, Gkyzi en Ampelokipi naar de brede boulevard Akadimias in het centrum.

Op de begane grond van de appartementengebouwen met balkons over de hele breedte zijn eindeloos veel kleine en grotere zaakjes, pui aan pui. Hier zit de veerkracht, maar hier vallen ook de hardste klappen.

De boekbinder heeft de etalageruit vol gestapeld met kaften, zodat naar binnen kijken moeilijk is. In de slagerij hangt achter de toonbank het portret van vader de oprichter. Elke halve kilometer heeft een franchisenemer van staatsgokbedrijf OPAP een inloopzaak waar kan worden ingezet op sportuitslagen. In de zomer zit de eigenaar liefst voor zijn zaak, zichtbaar en beschikbaar voor een praatje.

Dichtbij het centrum vormt Ippokratous de grens tussen studenten- en kunstenaarswijk Exarchia vol linkse boekwinkels en kleine drukkerijen en het dure Kolonaki met exclusieve boetieks en een oververtegenwoordiging van advocaten en artsen. Hij eindigt twee kilometer verder in Neapoli, waar tussen de oorspronkelijke bewoners veel immigranten wonen. Op een steenworp afstand ligt het oude stadion van voetbalclub Panathinaikos.

De straat heeft een paar opvallende specialisaties. Behalve veel gordijnen en antiek is het de straat voor modelbouwers en liefhebbers van miniaturen. Op een kruising zitten zelfs vier flinke winkels bij elkaar. Een is gespecialiseerd in tinnen soldaatjes, de andere in modelbouw vliegtuigen, de derde in autootjes en de laatste in treinen.

Vier concurrerende begrafenisondernemers hebben hun verkoopruimten ook pand aan pand. Ooit was Ippokratous beroemd vanwege de vele marmerhouwers van het eiland Tinos, verklaart boekhandelaar Nikos Chrisos, die er schuin tegenover zit. Hij heeft zich in zijn smalle diepe winkel van onder tot boven ingebouwd met tweedehands boeken. Een paadje leidt tussen de stapels door naar zijn bureau achterin. De crisis is een impuls geweest om zijn activiteiten op internet uit te breiden, vertelt hij. Inmiddels komt de helft van zijn omzet via internet en wordt de winkel zelf steeds minder belangrijk.

Met het blote oog is zichtbaar dat veel van de handel in de straat volgens West-Europese rekenmodellen en boekhoudkundige normen niet uitkan. Een bureau met daarop een rekenmachine, een leren bureau-agenda en een halfleeg glas espresso freddo, meer zijn de bedrijfjes vaak niet. De la dient als kas en in de stoffige vensterbank zit een kat. Aan de muur een kalender met de naam van een groothandel, eventueel een elftalfoto van Panathianikos en een icoon.

Als er geen ruimte achter is, staan langs een muur de ordners met de administratie van de afgelopen tien jaar opgestapeld. Lichtbakken voor onderdelen van Talbot, of andere automerken die niet meer bestaan. Het reisbureau aan het einde van Ippokratous heeft een uitklapbord op de stoep met namen van vliegmaatschappijen die al jaren niet meer bestaan: Cronus en Axon. Oude bestofte wasmachines naast nieuwe. De muziekwinkel verkoopt nog posters en bespeelde cassettebandjes voor een euro.

Een dag gestaakt, is hier een dag niets verdiend. Vader gaat niet vroeg met pensioen, die moeten ze de winkel uit dragen. En als er geen klanten zijn dut hij even in.

Zo ging het de afgelopen decennia. Tijdens een zwerftocht door Athene vallen nu ook de gesloten rolluiken op die de straten van hun levendigheid beroven. Als gevolg van de crisis heeft in sommige buurten volgens de Griekse confederatie van handelaren ESEE al een derde van de zaken de deuren gesloten. Gemiddeld is een kwart over de kop.

Zelfs tijdens de verlengde uitverkoop deze zomer waren de omzetten gemiddeld 25 procent lager dan vorig jaar, meldt ESEE. De enige uitzondering op de regel waren winkels op eilanden met veel toeristen. Grieken zelf geven stukken minder uit aan kleding, boeken, drogisterijwaren en elektronica.

Elektricien Michalis Ketaogloy heeft aan Ippokratous een ruimte van tien vierkante meter en buiten het zicht een opslag. Er hangen houten schotten met verschillende lichtschakelaars en stopcontacten aan de wand. Aan de toonbank een poster met een aanbieding voor spaarlampen. In afwachting van klanten kijkt Ketaogloy – strepentrui, snor en overall – van achter zijn bureau schuin omhoog naar televisie. Het geluid staat keihard aan om het lawaai van de bussen en motoren te overstemmen.

Het zijn zware tijden, vertelt hij. De bouw, waar zijn belangrijkste opdrachtgevers zitten, ligt al twee jaar stil. Iedereen probeert betalingen uit te stellen of op afbetaling te kopen. „Het werkt als een kettingreactie. Noodgedwongen doe ik daardoor hetzelfde bij mijn leveranciers.”

Hij werkt als vakman op locatie, maar heeft het winkeltje voor de buurtbewoners. Mensen willen niet naar de grote doe-het-zelfzaak voor een schakelaar, die wippen hier even langs. „Het is een andere mentaliteit”, is zijn uitleg. „Grieken willen altijd hun eigen specialist om de hoek. Hun eigen kapper. Hun eigen timmerman, elektricien of bakker. Je wilt weten wat voor vlees je in de kuip hebt, bouwt een relatie op.”

De toegevoegde waarde van de tientallen buurtwinkels laat zich slecht in geld uitdrukken. Die is sociaal. Een paar weken niet thuis? De postbode laat het pakketje achter bij de hoekwinkel. Daar ligt soms ook de reservesleutel. De man achter de kassa, verstopt tussen de koeling met melk, doos appelen en voetbalsjaaltjes, lijkt altijd tijd te hebben voor een praatje. Een stoel staat klaar voor oudere bezoekers die een krantje komen halen en blijven plakken.

Waarom gaat ons debat daar niet over, vraagt Nick Malkoutzis, adjunct-hoofdredacteur van de Engelstalige editie van dagblad Kathimerini, zich teleurgesteld af in een artikel. „Op wat voor manier we kunnen liberaliseren zonder het bindweefsel in onze gemeenschap aan te tasten?”

De vakbonden zijn volgens Malkoutzis zó radicaal en de mensen hebben zó genoeg van het huidige systeem, dat ze nu murw totale deregulering accepteren, zelfs als dat betekent dat bijvoorbeeld de vele kleine apotheken uit de wijken verdwijnen. Maar hij zou zijn apotheker, meneer Vangelis, missen. „Hij is beleefd, kundig en ik vertrouw erop dat hij me de juiste producten geeft. Het idee mijn medicijnen in een supermarkt te kopen staat me niet aan.” Als meneer Vangelis zijn deuren moet sluiten omdat hij de concurrentie niet aankan, zou dat „een klap voor onze gemeenschap zijn”.

Grieken „ruiken kansen” zeggen ze graag over zichzelf. Het is een land van handelaren en zeevaarders, een ‘VOC mentaliteit’ die komt met de ligging in de Levant, het kruispunt voor handelsroutes tussen Europa, Azië en Afrika.

Sinds de toetreding tot de Europese Unie (in 1981), de beschikbaarheid van goedkoop krediet, aantrekkelijke import en subsidiestromen is die handelsgeest ingedut. Het ideaal van de eigen zaak werd verdrongen door dat van de zekere en goedbetaalde ambtenarenbaan. De economische groei van voor de crisis kwam door lenen en het consumeren van importgoederen.

Momenteel kan het Grieks midden- en kleinbedrijf de concurrentie met de strakker georganiseerde en goedkopere delen van Europa niet aan. Producerende en exporterende multinationals heeft het land amper. Hoog opgeleide jongeren willen niet meer bij pa in de zaak.

Maar wellicht schuilt in het herontwaken ervan en het van nature zelfredzame karakter van het midden- en kleinbedrijf ook de redding voor de economie. Het zal moeten, want het enige mogelijke antwoord op de huidige crisis is ‘export’, zeggen economen. Alleen als de handels-balans zich herstelt en Grieken stoppen meer te importeren dan te exporteren, heeft het land kans.

Het Griekse bureau voor de statistiek rapporteert daar de eerste kleine successen. De waarde van de export in september 2011 was 1.921,8 miljoen euro, 65 procent meer dan in dezelfde periode in 2010. Tegelijk daalde de import met 10,2 procent naar 2.799,3 miljoen euro. Voor het eerst komen woorden als start up in zwang. Media brengen verhalen over jonge mensen die een kans roken en succes hebben. Te midden van alle economische ellende horen mensen dat graag.

In de eerste zes maanden van dit jaar zijn ruim drieduizend meer bedrijven gestart (28.603) dan gestopt (25.391), meldt dagblad Kathimerini op basis van cijfers van het ministerie voor Regionale Ontwikkeling. Het zou het gevolg zijn van de versimpeling van de bureaucratie om een onderneming te beginnen.

Wat voor bedrijven het zijn, meldt het bericht niet. Wel dat het vooral gaat om jonge mensen die hun baan kwijt zijn. Ze proberen het dan maar als zelfstandige. Het zullen niet de stoffige kleine zaakjes zijn. De zonen van deze vaders, die in het buitenland gestudeerd hebben, zullen hun hoge opleiding en handelsgeest moeten combineren. Met naast de leren agenda een laptop, vooruit.

Marloes de Koning

    • Marloes de Koning