Jongere kopers, minder specialisten

In de 25 jaar dat de PAN bestaat, is er veel veranderd op de kunstmarkt. Verzamelaars zijn jonger, connaisseurs sterven langzaam uit. En terwijl relatief nieuwe kunstvormen als fotografie en design razend populair zijn, stort de markt voor kunstnijverheid en antiek juist in.

Een ware revolutie heeft de kunstmarkt veranderd, sinds de PAN in 1987 voor het eerst gehouden werd in de Amsterdamse RAI. De grote veilinghuizen domineren nu de markt ten koste van de kunsthandel. Zij hebben de prijzen van vooral internationale moderne kunst enorm opgedreven. Veel kunstwerken zijn daardoor onbereikbaar geworden voor musea. Prijsniveaus stegen, daalden en stegen weer onder invloed van conjunctuur en crisis. Kunstenaars omzeilden galeries en brachten hun werk rechtstreeks naar de veiling, zoals Damien Hirst die in 2008 in één klap ruim tweehonderd van zijn kunstwerken op de markt dumpte.

Ook internet heeft een aardverschuiving teweeggebracht. Online kunstbeurzen deden hun intrede, kunst van over de hele aardbol kun je nu met een muisklik je huis binnenhalen. Er gaat letterlijk een wereld open voor geïnteresseerden. Kopers zijn daardoor beter geïnformeerd en prijsbewuster – vergelijken is makkelijker geworden dankzij het web.

Opvallend is dat kunstkopers gemiddeld een stuk jonger zijn als ze hun eerste kunst aanschaffen dan twee decennia terug. Dat komt door de gestegen inkomens in vooral het bedrijfsleven en de financiële wereld – ook dertigers kunnen daar al fors verdienen en riante bonussen binnenhalen. Er is dus op jeugdiger leeftijd surplus money, extra geld dat aan kunst besteed kan worden. Kunst verzamelen is bovendien hip onder young professionals, terwijl het dertig jaar geleden vooral een hobby was voor vijftigplussers.

Moderne levensstijl

Die verjonging onder kopers is merkbaar aan de sterk toegenomen populariteit van relatief jonge kunstvormen als fotografie en design. Dat is ook af te lezen aan het aanbod op de PAN kunst- en antiekbeurs, die dit jaar voor de 25ste keer wordt gehouden. Voor antieke meubels is de afgelopen tien jaar veel minder belangstelling waardoor de prijzen kelderden, design past beter in een moderne levensstijl. „Design is geëvolueerd van de categorie tweedehands meubels naar vintage”, zegt kunsthandelaar Ronald van Iersel van galerie Whiterouge. „Het staat voor authenticiteit – een origineel, modern meubel van een ontwerper en van goede kwaliteit.” Hij constateert dat mensen eerst rondkijken op internet en gericht langskomen voor een bepaalde stoel of lamp.

Jongere liefhebbers richten hun huis nog maar zelden in één stijl in. Ze combineren moeiteloos een stuk Chinese Tang-keramiek met een renaissancetafel en een modern schilderij. Zo accentueren zij hun persoonlijke, strikt individuele smaak. Kunsthandelaar Jaap Polak: „Een mooi en zeldzaam stuk mag wat kosten, maar zo’n aankoop leidt zelden tot het kopen van een reeks verwante stukken die historische of culturele context bieden.”

Dit geldt niet voor verzamelaar Liselotte van Hoppe (32), ambtenaar bij een ministerie. Zij richt zich specifiek op stoelen van beeldbepalende ontwerpers van de jaren vijftig en zestig en kocht onlangs een eerste editie van de Lounge Chair Wood van Eames. „Een nieuw ontwerp markeert vaak een belangrijke stap in de artistieke en technische ontwikkeling van een designer. Dat maakt zo’n stoel bijzonder.” Inmiddels heeft zij drie stoelen uit dezelfde periode: „Die zoektocht naar bijzondere meubels, via internet, kenners en handelaren, is een prachtig avontuur. Het resultaat is een tijdsbeeld dat letterlijk onderdeel wordt van je leefomgeving.”

De kenner verdwijnt

Doorgaans ontwikkelt de belangstelling van hedendaagse kopers zich snel, maar deze blijft wel oppervlakkiger. De kenner is daardoor aan het verdwijnen, de verzamelaar-specialist die vaak net zoveel weet als een handelaar of conservator. Zulke specialistische verzamelaars zijn vaak materiaal-georiënteerd en richten zich bijvoorbeeld alleen op kunstnijverheid van tin en koper – genres die nu volkomen ‘uit’ zijn en waarvoor nog maar een fractie van de prijs wordt betaald die ze enkele decennia terug deden. „Het traditionele schilderij is nog wel in trek, zeker in economisch onzekere tijden”, aldus David Smith, die naast negentiende-eeuwse schilderkunst en impressionisten ook handelt in hedendaagse kunst. Het komt voor dat jongere geïnteresseerden binnenkomen voor de Romantische School – „makkelijk, want figuratief” – en pas daarna overstappen op eigentijdse schilders.

Maar er is geduchte concurrentie gekomen van de fotokunst op schilderijformaat, met navenante prijzen. Narda van ’t Veer, die ruim 25 jaar foto’s verzamelt, vindt dat het medium commerciëler is geworden, en gelikter. „Werk van internationaal succesvolle fotografen als Rineke Dijkstra en Thomas Struth doet inmiddels tonnen. Dat is voor de meeste verzamelaars niet bij te benen.” Vorige week nog werd de foto Rhein II (1999) van de Duitse fotograaf Andreas Gursky bij Christie’s in New York verkocht voor bijna 3,2 miljoen euro, het hoogste bedrag dat ooit voor een foto werd neergelegd.

Design en fotografie zijn allebeid dankzij fotobeurzen, -festivals, -galeries en aparte musea – alleen al in Nederland zijn er drie fotomusea gekomen – geëmancipeerd tot volwaardige kunstvormen. Toen Willem van Zoetendaal in 2000 zijn fotogalerie begon, „waren er in Nederland nog geen privécollecties op dat gebied, inmiddels duidelijk wel”. Autonome fotografie is een veelzijdig medium geworden dat vaak gemixt wordt met verf en collage. Het gaat niet meer om het medium, een foto is net als een schilderij een visueel middel geworden dat een verhaal vertelt.

De hedendaagse kunst is in 25 jaar explosief gegroeid qua aanbod, met een sterke focus op jonge kunst. Galeries en beurzen die zich daarop richten, zijn in aantal vermenigvuldigd en beurzen voor oude kunst als de TEFAF hebben inmiddels een volwaardige sectie contemporaine kunst. Veel kleinere galeries met weinig reserves hebben het moeilijk nu de markt krimpt als gevolg van de crisis. De herkomst is veelzijdiger geworden en internationaler: de eigentijdse Chinese schilders zijn niet meer weg te denken, er zijn succesvolle jonge Aboriginal-schilders en er ontwikkelt zich een nieuwe kunstbeweging in diverse Arabische landen. Nieuwe economieën als de Russische en de Indiase brengen een kapitaalkrachtige groep nieuwe verzamelaars voort, die hun nationale erfgoed verzamelen maar ook een eigentijdse kunstmarkt stimuleren.

Voor een sterk nationaal georiënteerde markt als de Nederlandse, met een relatief kleine groep welgestelden, geldt sinds 2008 dat er minder kunst wordt verkocht – dat kan vrijwel iedere galerie beamen. Mensen die hun huis willen verfraaien stellen zo’n aankoop nu uit. Maar net als in iedere crisis zijn het de echte verzamelaars die doorgaan. Zij rijden liever in een tweedehands auto dan te bezuinigen op kunst.